Hoe lees je de Bijbel zó dat je de tekst echt verstaat vóór je hem toepast? In dit tweede artikel over Bijbelse hermeneutiek werkt prof. Douglas Kuiper de grammaticaal-historisch-geestelijke methode verder uit, met speciale aandacht voor het historische en grammaticale element—waarom context (schrijver, ontvangers, genre) ertoe doet, hoe woorden en zinsbouw de hoofdlijn sturen, en welke valkuilen je kunt vermijden bij de toepassing voor vandaag.
Prof. Douglas Kuiper is hoogleraar Kerkgeschiedenis en Nieuw Testament aan het Protestant Reformed Theological Seminary, en lid van de Trinity PRC in Hudsonville, Michigan.
De drie elementen
Dit is het tweede artikel in een korte reeks over Bijbelse hermeneutiek, de studie van deugdelijke principes voor Bijbeluitleg. In het eerste artikel werd opgemerkt dat de grammaticaal-historisch-geestelijke methode gebaseerd is op een verheven visie op de Schrift als Gods geïnspireerde Woord, Zijn openbaring aan Gods volk. Deze verheven visie houdt ook in dat de Schrift feilloos, onfeilbaar, inhoudelijk samenhangend en eenduidig, duidelijk, betrouwbaar en geloofwaardig is, en genoegzaam tot zaligheid.
In het eerste artikel werd ook het grondbeginsel voor alle Bijbeluitleg vermeld: de Bijbel legt zichzelf uit. Zij geeft het gelovige kind van God de aanwijzingen om haar te begrijpen, van de kernboodschap van een heel boek tot de betekenis van een afzonderlijk Schriftgedeelte. De Heilige Geest stelt Gods kind in staat te verstaan wat de Geest tot de gemeenten zegt.
Dit grondbeginsel is niet het enige principe voor Bijbeluitleg; men moet immers nog steeds weten hoe men de Bijbel op de juiste wijze moet gebruiken. In het verlengde van dit grondbeginsel ligt de methode die wij aanbevelen: de grammaticaal-historisch-geestelijke methode. In dit artikel gaan wij in op de eerste twee elementen van deze methode.
Het historisch element
Om een Schriftgedeelte juist te begrijpen, moet men de historische omstandigheden begrijpen waarin het Schriftgedeelte is geschreven. In het geval van een brief, of Openbaring, of een Psalm, betekent dit dat men moet begrijpen wie de geïnspireerde schrijver was, in welke omstandigheden hij schreef en wat zijn oogmerk was bij het schrijven. In het geval van een historisch verhaal betekent dit dat men het verband moet begrijpen waarin de beschreven gebeurtenissen plaatsvinden. In het geval van profetie vereist dit niet alleen kennis van het algemene historische verband, maar ook van het specifieke tijdstip van een bepaalde profetie.
Waarom moeten wij de historische omstandigheden kennen waarin de geïnspireerde schrijver schreef, en van Gods volk dat het geschrift ontving? Ten eerste helpen de historische omstandigheden ons vaak te begrijpen waarom de geïnspireerde schrijver bepaalde punten naar voren brengt, het volk tot bepaalde handelingen oproept of andere verbiedt.
Ten tweede helpt kennis van de historische omstandigheden om te begrijpen welke thema’s in een boek van bijzonder belang zijn. Het feit dat Johannes zijn brieven schreef toen een ketterij genaamd gnosticisme wijdverbreid was, verklaart waarom hij bepaalde leerstukken (de menswording van Christus) en begrippen (kennis) aan de orde stelt. Ook hier geldt dat de wetenschap dat hij Openbaring schreef toen keizers beweerden een god te zijn of de verpersoonlijking van een god, en daarom eisten dat het volk hen aanbad, helpt verklaren waarom Johannes zijn visioen beschrijft van één verheven God, aan Wiens rechterhand de verheerlijkte Heere Jezus Christus zit, Die de aanbidding van de kerk en de lofprijzing van de hele schepping ontvangt.
Ten derde stelt kennis van de historische achtergrond van een boek ons in staat de ontwikkeling te volgen in de openbaring en in het begrip van de leerstukken door de kerk.
Ten slotte kunnen de historische aanleiding en het doel van invloed zijn op het soort, of genre, van het geschrift. Om Israël te helpen bij de eredienst schreef David psalmen (poëzie). Om de kerk beter te onderwijzen in haar begrip van de leerstellingen van soevereine genade schreef Paulus brieven (didactische literatuur). Om de kerk te herinneren aan de geestelijke strijd die door de hele geschiedenis heen wordt gevoerd, om te leren dat de demonische geestenwereld nu al verslagen is, en om hoop te verwekken op de zekere overwinning van het koninkrijk van Christus, schreef Johannes de Openbaring (apocalyptisch).
Om het historisch element van een tekst te begrijpen, moet men dus het volgende doen:
- De historische (inclusief geografische) omstandigheden van de geïnspireerde schrijver begrijpen.
- Inzicht krijgen in de historische (inclusief geografische) omstandigheden van de ontvanger.
- Het historische doel, het belangrijkste thema en de verschillende delen van het boek begrijpen.
- Zien hoe een later boek een thema verder uitwerkt dan een eerder boek dat deed (Romeinen 3-5 werkt het leerstuk van de rechtvaardiging door het geloof alleen verder uit dan wat David in Psalm 32 tot uitdrukking bracht).
- Manieren vinden waarop onze eigen geschiedenis overeenkomt met de geschiedenis van die tijd, om toepassingen te kunnen maken.
Terwijl men dit doet, moet men zich hoeden voor verschillende fouten. Men probeert een te grote overeenkomst te vinden tussen de historische situatie toen en nu. Soms probeert iemand of een predikant iets in de historische situatie van de geïnspireerde schrijver of ontvanger in te brengen[1], omdat het een factor is in ons leven van vandaag. Bij Bijbeluitleg mag niets worden ‘geforceerd[1]’. Zelfs als de overeenkomst slechts algemeen is, is Gods Woord van toepassing.
De tegenovergestelde fout is te concluderen dat een Schriftgedeelte vandaag de dag niet op ons van toepassing is, omdat de historische situatie toen zo anders was dan nu. Velen doen dit met betrekking tot de vermaningen van Paulus aan man en vrouw en aan heren en dienstknechten; zij gaan ervan uit dat, omdat de culturele opvatting over vrouwen en dienstknechten vandaag de dag anders is dan in de tijd van Paulus, deze delen van zijn geschriften nu niet meer van toepassing zijn.
Een derde fout die vermeden moet worden, is het herinterpreteren van de historische achtergrond van een Schriftgedeelte op een manier die past bij een theorie, waardoor de betekenis van een Schriftgedeelte volledig verandert. N.T. Wright bijvoorbeeld, en andere mannen die zich inzetten voor de beweging ‘New Perspectives on Paul’[2], herdefiniëren wat de Joodse cultuur was en hoe de Farizeeën waren, op een manier die de boeken Romeinen en Galaten volledig anders interpreteert. Volgens hen leren deze boeken geen rechtvaardiging (toerekening van gerechtigheid) door het geloof alleen (kennis en vertrouwen, door God in ons gewerkt), zonder werken. In plaats daarvan, zo wordt beweerd, leren deze boeken hoe wij in Gods verbondsgemeenschap blijven – door het geloof, dat wil zeggen, onze getrouwheid. Door het herformuleren van het hoofddoel van het boek, geven deze mannen een volledig nieuwe uitleg van de historische achtergrond van de tijd van Jezus en Paulus.
Dit zijn niet de enige fouten die moeten worden vermeden, maar het opsommen van alleen deze is voldoende om de noodzaak te benadrukken van het bestuderen van een boek in zijn historisch verband, het begrijpen van dat verband en het besef van welke vraagstukken het boek behandelt.
Om dit historische verband te begrijpen, dient men het gehele boek in één keer te lezen, wellicht meerdere malen, en aantekeningen te maken van opvallende details. Men dient ook andere relevante Bijbelgedeelten te bestuderen. Als men bijvoorbeeld een brief bestudeert, dient men te noteren wat het boek Handelingen zegt over de Evangeliebediening van Paulus in die gemeente waaraan de brief gericht is; of, als men een profetie uit het Oude Testament bestudeert, dient men de historische verhalen te raadplegen die ons vertellen over de tijd waarin die profeet leefde.
Het grammaticale element
Het grammaticale element richt zich op het ‘basisniveau’ van de tekst – de woorden, woordgroepen en zinnen, en de literaire structuur van het boek. Dat dit aspect van Bijbeluitleg noodzakelijk is, zou vanzelfsprekend moeten zijn. Ten eerste heeft God Zichzelf aan ons geopenbaard in menselijke taal. Of we het Schriftgedeelte nu in het Hebreeuwse of Griekse origineel bestuderen, of een vertaling in onze eigen taal lezen, we moeten aandacht besteden aan woorden en zinnen. Een slordige benadering van de grammatica zal leiden tot verkeerd begrijpen van een tekst.
Ten tweede weten we dat taal niet alleen een wetenschap uit een leerboek is, maar ook iets van een kunst; het bevat stijlfiguren, uitdrukkingen en andere grammaticale constructies die in acht moeten worden genomen. We moeten weten hoe we deze moeten interpreteren.
Ten derde ontvouwen historische verhalen zich in een opeenvolging van gebeurtenissen, en worden leerstukken die apostelen in brieven naar voren brengen, in een bepaalde volgorde uitgewerkt; daarom is het belangrijk aandacht te schenken aan wat eraan voorafgaat (het verband).
Om de grammatica en de woorden van een tekst te begrijpen, dient men de volgende richtlijnen in acht te nemen. (Let wel: ik geef een lijst van wat een Engelstalige zou kunnen doen, met behulp van een of meer Engelse Bijbelvertalingen, evenals een concordantie, digitale Bijbelstudiessoftware en een goed commentaar. Ik leg niet uit hoe men precies moet doen wat deze lijst aangeeft, en waar men moet beginnen, hoewel degenen die voor het eerst aan Bijbelstudie gaan doen, baat zouden kunnen hebben bij meer uitleg. Dus als u hier nieuw in bent, vraag dan iemand anders om meer advies.)
- Bij het behandelen van het historisch element hebben we opgemerkt dat het nodig is de hoofdstukken van het boek te begrijpen. Let binnen een hoofdstuk op de zinnen en de gedachtegang. Let zorgvuldig op de voegwoorden die de ene zin aan de andere koppelen, en kijk welke relatie tussen zinnen deze voegwoorden aangeven. Bijvoorbeeld: ‘maar’ duidt op een tegenstelling; ‘toen’ is een gevolg; ‘dat’ kan een doel of een resultaat zijn. Inzicht in de grammatica helpt u de logica en de gedachtegang te begrijpen.
- Let op de woorden, te beginnen met de zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden. Wat betekenen de zelfstandige naamwoorden? Gebruikt de Bijbel een bepaald zelfstandig naamwoord in meer dan één betekenis, en zo ja, in welke betekenis wordt het zelfstandig naamwoord in dit Schriftgedeelte gebruikt? Probeer vooral bij abstracte zelfstandige naamwoorden (bijvoorbeeld waarheid, gerechtigheid of rechtvaardigheid) te begrijpen welke ideeën in het zelfstandig naamwoord zijn vervat. In korte teksten (psalmen, spreuken, brieven) moet men weten welk zelfstandig naamwoord een kernbegrip in die zin of tekst vertegenwoordigt, en welke minder belangrijk is. In langere teksten (historische verhalen) vindt men veel zelfstandige naamwoorden. Sommige zijn niet zo belangrijk; men mag de zelfstandige naamwoorden die wel belangrijk zijn niet over het hoofd zien. Soms heeft een naam in het Oude Testament en in Openbaring een symbolische betekenis die moet worden opgemerkt. Als twee zelfstandige naamwoorden vervolgens met elkaar in verband staan of van elkaar worden onderscheiden door bijvoeglijke naamwoorden of andere zinsdelen, let dan op die verbanden of verschillen.
- Let nu op de handelende onderdelen van de zinnen, zoals werkwoorden, onbepaalde wijzen en deelwoorden. Bestudeer, net zoals u bij de zelfstandige naamwoorden deed, de betekenis van de werkwoorden en de kracht van de bijwoorden. De student Grieks en Hebreeuws moet hier veel vragen stellen, maar aangezien deze artikelen voor mensen zijn bedoeld die de grondtalen niet kennen, laat ik die nu achterwege.
- Let op de voegwoorden, voorzetsels en andere kleine woorden binnen de zin. Hoe passen alle onderdelen in elkaar? Probeer de zin in een schema te zetten om er zeker van te zijn dat u het goed begrijpt!
- Als u woordconstructies opmerkt die vreemd lijken, denk dan aan de mogelijkheid dat u te maken heeft met een spreekwoordelijke uitdrukking of een stijlfiguur. Zorg ervoor dat u de verschillende soorten stijlfiguren begrijpt (ik behandel er bijna twintig op het seminarie) en hoe ze werken.
- Ten slotte, als het Schriftgedeelte typologie, symboliek of profetie bevat, moet men beter begrijpen hoe hiermee om te gaan; ik kan dat hier niet in detail uitleggen.
Door deze dingen te doen, hebt u alle afzonderlijke bomen opgemerkt. Neem nu een stap terug en kijk naar het bos – de tekst als geheel. Wat is een grondbegrip, leerstuk of gedachte die in de tekst te vinden is? Hoe staat deze in verband met de rest van de tekst en hoe wordt deze verder uitgewerkt?
Bij het uitvoeren van dit onderdeel van de Bijbelstudie moet men tal van fouten vermijden – waarvan we sommige al snel maken. Zelfs predikanten moeten zich er voortdurend tegen wapenen. Een daarvan is het verkeerd identificeren, interpreteren en daardoor verkeerd begrijpen van een afzonderlijk woord of de hele zin. Een tweede is het maken van logische fouten (denkfouten) als het gaat om de betekenis van woorden. Een derde fout is het verkeerd in verband brengen van het ene deel van de zin met het andere. Misschien zet u een zin met een voorzetsel op de verkeerde plaats in uw interpretatie van een tekst. Of misschien vindt u een betrekkelijk voornaamwoord, zoekt u naar het antecedent (het woord waar het naar verwijst) en begrijpt u dat antecedent verkeerd. Een vierde fout is het verkeerd uitleggen van het type, het symbool of de profetie.
De kans op fouten is hier zeer reëel. Wij trainen onze seminariestudenten om op deze fouten te letten. Dit is een van de redenen waarom we hen tijdens hun tijd op het seminarie en tijdens hun stage bijna 100 Schriftgedeelten laten exegetiseren (interpreteren). Voor de gemiddelde christen is dit de reden waarom het goed is om een Schriftgedeelte met anderen te bespreken. Een voordeel van Bijbelstudie of van een gesprek in het gezin aan de eettafel is bijvoorbeeld dat men verschillende ideeën hoort over wat een tekst zou kunnen betekenen, en deze kan evalueren.
Nu we de historische en grammaticale elementen van de Bijbelstudie hebben behandeld, hebben we gekeken naar het bredere geheel van het bos en naar de afzonderlijke bomen op grondniveau. Toch moeten we ons afvragen: wat zegt de Heilige Geest tegen ons? Om die vraag vollediger te beantwoorden, moeten we ook het geestelijke element van Bijbelinterpretatie behandelen.
[1] Letterlijk: iets forceren, dat wil zeggen iets te laten zeggen wat er niet staat, waarmee het geweld wordt aangedaan. Een vorm van inlegkunde dus.
[2] Deze beweging stelt dat de traditionele protestantse uitleg van de rechtvaardigmaking onjuist is. Feitelijk stoot hun idee het ‘Sola Fide’ van de Reformatie omver. Zie voor meer info: https://www.thegospelcoalition.org/essay/justification-new-perspective-paul
Bron: The Standard Bearer, mei 2025
Dit artikel is geplaatst binnen de categorie Bijbel & Schrift.
Meer reformatorische artikelen lezen? Bezoek de blogpagina of ontdek onze boekwinkel.