Hoe moeten wij de Schrift vertalen? Het beginsel van ‘formele equivalentie’

Gepubliceerd op 13 juni 2026 om 08:14
Samenvatting

Het vertalen van de Bijbel is geen neutrale bezigheid. In dit artikel legt Larry Brigden uit waarom de Trinitarian Bible Society vasthoudt aan het principe van formele equivalentie: een vertaling moet zo nauwkeurig mogelijk de woorden en vormen van de oorspronkelijke grondtekst weergeven. Daarmee wordt de betrouwbaarheid van Gods geopenbaarde Woord het best bewaard.

Geschreven door Larry Brigden, senior redactioneel adviseur (TBS)

Wat is formele equivalentie?

Een van de voornaamste vertaalprincipes die voortdurend wordt toegepast bij de beoordeling of een bepaalde vertaling van de Heilige Schrift door de TBS voor uitgave goedgekeurd kan worden, is het principe van de formele equivalentie.

Formele en dynamische equivalentie vergeleken

Formele equivalentie betekent dat een vertaling zo nauw mogelijk aansluit bij de vorm van de oorspronkelijke talen van de Schrift, zelfs tot het navolgen van de grammatica en zinsbouw van die talen, op voorwaarde dat dit niet leidt tot ernstige en duidelijk ongepaste vervormingen in de doeltaal. Dit principe wordt vaak uitgedrukt met de woorden: ‘zo letterlijk als mogelijk en slechts zo vrij als noodzakelijk’. Formele equivalentie komt duidelijk tot uiting in de Authorised Version (King James Version) [1].

Een alternatief vertaalprincipe, bekend als dynamische equivalentie, wordt vaker toegepast in moderne vertalingen. Voorstanders van dit principe zeggen dat zij meer gericht zijn op de betekenis van een vers en er vooral naar streven die betekenis over te brengen, zonder bijzondere aandacht voor de vorm waarin die betekenis in de oorspronkelijke talen van de Schrift wordt uitgedrukt.

Waarom houden wij dan zo nadrukkelijk vast aan het principe van formele equivalentie tegenover het tegengestelde principe van dynamische equivalentie? Wij erkennen toch zeker dat de betekenis van groot belang is. Waarom leggen wij dan zoveel nadruk op de vorm waarin die betekenis wordt uitgedrukt?

Waarom de vorm van Gods Woord belangrijk is

Het eenvoudige antwoord op deze vragen is dat vorm en betekenis niet zo gemakkelijk van elkaar gescheiden kunnen worden als de voorstanders van dynamische equivalentie willen doen geloven. Indien wij de vorm van die geschreven openbaring waardoor God Zichzelf bekendmaakt niet overbrengen, hoe kunnen wij er dan zeker van zijn dat wij de betekenis ervan nauwkeurig hebben weergegeven? Wordt de precieze betekenis immers niet juist ontleend aan de specifieke woordkeus die gebruikt wordt?

Wanneer de voorstanders van dynamische equivalentie spreken over het belang van het weergeven van de ‘betekenis’ van een vers, bedoelen zij uiteraard die betekenis die zijzelf als de betekenis van het vers beschouwen. Maar er is geen waarborg dat dit inderdaad de ware betekenis van het vers is en niet slechts een betekenis die de vertaler eraan heeft opgelegd. Hierin zien wij een waarborg die het principe van formele equivalentie biedt: omdat de vertaler gebonden is aan de woorden van de grondtekst, is de kans veel kleiner dat hij bij het vertalen zijn eigen betekenis aan het vers oplegt.

Waarom zouden wij bovendien geen aandacht schenken aan juist die woordvormen waardoor God Zichzelf heeft geopenbaard? Het getuigt toch van een gebrek aan eerbied voor onze Schepper, Wetgever en Verlosser wanneer wij onverschillig staan tegenover juist die woorden waardoor Hij Zichzelf en Zijn wil aan ons heeft geopenbaard. Waarom menen wij de vrijheid te hebben Gods woorden voor de lezer te verklaren door hun ‘veronderstelde’ betekenis weer te geven, in plaats van eerlijk te doen waartoe vertalers geacht worden geroepen te zijn, namelijk die woorden nauwkeurig te vertalen?

Praktische gevolgen voor Bijbelvertalingen

Het verschil in de praktijk tussen de twee tegenstrijdige principes van formele equivalentie en dynamische equivalentie blijkt duidelijk uit de discussie over zogenoemde ‘gender inclusieve’ vertalingen, zoals de NRSV, TNIV, CEV en NIVI. Moeten wij ‘hij’ of ‘man’ vertalen wanneer dat de juiste weergave van de oorspronkelijke talen is, of moeten wij deze woorden vervangen door meer ‘gender inclusieve’ termen, bijvoorbeeld door het meervoudige voornaamwoord ‘zij’, hoewel de grondtekst een enkelvoud gebruikt, om de vooringenomenheid van bepaalde lezers niet te kwetsen? Uiteindelijk komt dit neer op de keuze tussen trouw zijn aan de vorm van de oorspronkelijke woorden van de Schrift of zich aanpassen aan de geest van de tijd.

Dynamische equivalentie zou betogen dat wij slechts de wezenlijke betekenis hoeven over te brengen en ons niet al te zeer hoeven te bekommeren om de vorm van de grondtekst, vooral niet wanneer trouw aan die vorm aanstoot geeft aan sommigen in onze moderne samenleving. Maar daardoor wordt een deel van ‘al den raad Gods’ (Hand. 20:27) achtergehouden. Dit is een verdorven vrucht van het principe van dynamische equivalentie.

Een pleidooi voor formele equivalentie

Laat ons daarom vasthouden aan het principe van formele equivalentie, ten volle overtuigd van het grote belang ervan. En laat ons de Heere dankbaar zijn voor de Authorised (King James) Bible, waarvan de vertalers dit principe hebben gevolgd en ons een vertaling van Gods Woord hebben gegeven die trouw is aan de oorspronkelijke talen van de Schrift en die nu een getuigenis is tegen de goddeloze ‘filosofieën’ van een tijdperk van afval.

[1] Dit geldt ook voor de Statenvertaling
Tussenkopjes voor de leesbaarheid toegevoegd [vertaler]

Dit artikel is geplaatst binnen de categorie Bijbel & Schrift.

Meer reformatorische artikelen lezen? Bezoek de blogpagina of ontdek onze boekwinkel.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.