Deze brief uit 1840 gaat over het herkennen van Gods genadewerk in het leven van Zijn kinderen. De schrijver benadrukt dat Gods leiding en de weg van bekering voor ieder kind van God verschillend kunnen zijn. Ware bekering blijkt volgens hem uit de vruchten van genade, waarbij verlossingen uit geestelijke nood belangrijke blijken van Gods genade zijn. Tegelijk waarschuwt hij voor een oppervlakkige prediking die vooral over zonde en ellende spreekt zonder Christus en Zijn verlossingswerk centraal te stellen. Ook schrijft hij over het gebruik van beelden in de prediking, het belang van gebed en levende godsdienst, en besluit hij met persoonlijke mededelingen en groeten aan de gemeente.
Aanhef en aanleiding van de brief
Mijn geliefde vriend,
Met grote belangstelling heb ik het verslag van uw reis naar Plymouth gelezen. U hoefde echt niet zo beschroomd te zijn om mijn moeder en zus te bezoeken, want zij zijn eenvoudige mensen die het fijn vinden om één van mijn vrienden te ontmoeten. Het deed mij genoegen dat u een goed gesprek met mijn zus[1] hebt gehad. Het doet mij niet veel wat anderen misschien zullen denken. Ik zie het zelf als een geheel Goddelijk werk. Laat degenen die dit betwijfelen of het niet geloven eens een betere bekeringsweg noemen. Ik doel op de gevoelens die een bezoek van Jezus uitwerken. Als er mensen zijn die gaan vitten en zeggen dat er geen voorbereidend werk en voorafgaande verschrikkingen van hel en verdoemenis te vinden waren, dan kan ik zeggen: ‘Wie zal de Heilige Israëls een perk stellen?’ (vgl. Ps. 78:41). En zoals Hart het uitdrukt in zijn gouden ‘Voorrede’ (naar mijn mening naast de Bijbel het meest gewichtige geschrift dat ooit door een mens opgetekend is): ‘De handelingen van God met Zijn volk komen in het algemeen met elkaar overeen. Toch zijn zij zo verschillend dat wij de weg van het ene kind van God niet kunnen uitstippelen door het te vergelijken met de weg van een ander kind van God. Wij kunnen ook geen schema van christelijke bekering, bevinding, nuttigheid of omgang opstellen.
Gods leiding is verschillend bij ieder kind van God
Ik ben het hartelijk eens met hetgeen ik van Hart aangehaald heb. Ik geloof niet dat er een openbaring van Christus is zonder de voorafgaande veroordeling door de wet. Wie zal echter bepalen hoe diep of hoe lang iemand onder deze veroordeling moet verkeren? Wie zal een passer en liniaal ter hand nemen om voor de Almachtige een cirkel te tekenen waarbinnen Hij moet handelen of een pad uit te tekenen zoals Hij moet lopen? Laat degene die zijn liniaal op dergelijke wijze gebruikt eerst eens alle bomen van het bos snoeien in een bepaalde voorgeschreven vorm, zodat alle bomen er hetzelfde uitzien. Laat hem eens kijken naar een onbekend boomblad uit een Indisch woud, en vervolgens zeggen dat dat helemaal geen boomblad is, omdat het niet zo gekerfd en gekarteld is, zoals het blad dat ik tot mijn standaard verheven heb, namelijk het eikenblad. Ik verwerp daarom het eerste blad als een slecht namaakproduct, een mislukte imitatie, en het werk van een vindingrijke vakman. U zou tegen zo’n ijdele criticus toch zeggen: ‘Kijk meneer, heeft dit boomblad geen groene kleur? Groeit het niet aan een tak? Vervult het niet alle functies van een boomblad? Ziet u niet dat het de grote hoeveelheden voedsel in het sap door zijn kleine poriën en kanaaltjes voert? Ziet u niet dat dit blad de zuurstof uit de lucht inademt, zodat de boom door de zuurstof en het sap gevoed wordt?’ Toch antwoordt deze criticus: ‘Het kan mij niet schelen wat dit blad doet, ik zeg dat het niet gekarteld of gelobd is. Het ziet er niet uit als een eikenblad en daarom: weg ermee.’
Ware bekering herkend aan de vruchten van genade
Vergelijk het voorgaande eens met het geval van mijn zus. Ik geloof dat zij de verschrikkingen van de wet niet in zo’n sterke mate ondervonden heeft als vele anderen. Maar als zij zich verloren, schuldig, veroordeeld en zonder hoop of hulp gevoeld heeft, dan heeft zij het werk van de wet in haar geweten gehad. Ik kijk echter meer naar de verlossing en de uitwerkingen ervan. Wie zal bij het lezen van haar eenvoudige verhaal niet zeggen dat haar blad groen is? Ademt dit blad niet uit en in? Namelijk het uitademen van de stromen van liefde en berouw en het inademen vanuit de volheid van de Zaligmaker?
Verlossingen als belangrijkste bewijs van genade
Mijn vriend, de grote bewijzen waar wij op moeten zien, zijn de verlossingen. Geen ander bewijs zal een nooddruftige, naakte ziel bevredigen. Een wijs man zal in de aard der zaak naar deze bewijzen zoeken, wanneer hij anderen onderzoekt. Uiteraard zal hij het zuchten van de gevangene niet voorbijgaan of er lichtvaardig over denken. Maar hij zal de losmaking van de ketenen van zo’n gebonden gevangene beschouwen als een beter bewijs dan het nederliggen in de kerker. Anderen vinden dat de prediking die hoofdzakelijk over donkere bewijzen gaat, de meest ontdekkende prediking is. Wat zij ook mogen denken, ik heb niet de minste twijfel dat de prediking die vooral handelt over verlossingen, het meest afsnijdend en tegelijkertijd ook het meest bevestigend is.
Beproeving en verlossing in evenwicht
Dit is heel iets anders dan de lichtzinnige en droge letterbediening die verzekering en troost predikt. Verlossingen sluiten beproevingen, smarten en verzoekingen in. Benauwdheden en verlossingen zijn de schalen van een weegschaal. Wanneer de ene schaal naar boven gaat, gaat de andere naar beneden. Degenen die alleen maar duisternis en ongeloof voorstaan, hebben geen weegschaal, maar hebben de schaal van de balans afgehaald. Mensen die alleen maar verzekering voorstaan, hebben de andere schaal van de balans afgerukt. Degenen die de schaal gestolen en de weegschaal achtergelaten hebben, zijn dieven en bedrieglijke wegers. Beiden zijn handlangers in de roof. De ene boef heeft de linkerschaal weggenomen en zijn handlanger de rechterschaal. Een eerlijk persoon houdt de weegschaal in zijn hand, met de schalen aan de balans gehangen. Hij plaatst de luchthartige mensen die geen verzoekingen kennen in de schaal van de beproevingen. Omdat de wijzer van de weegschaal niet beweegt, worden zij te licht bevonden. Vervolgens plaatst hij de treurenden in de weegschaal van de verlossingen. De balans trilt een beetje, maar verroert zich niet. Het is de droefheid der wereld die de dood werkt. Ook zij zijn te licht bevonden. Maar de levende ziel die beproefd wordt, zal de ene keer de ene schaal naar beneden halen en de levende ziel die verlost is, zal op een ander moment de andere schaal weer naar beneden halen. En zo hebben beide schalen evenveel gewicht.
Philpots gebruik van beelden en vergelijkingen
Wanneer ik voorbeelden en vergelijkingen gebruik, ben ik als een getraind paard dat de renbaan op loopt. Hij vliegt weg en is niet te stoppen voordat hij buiten adem is. Het eerste paard dat ik kocht, had daarvoor nog in een race gelopen. Toen ik hem op een veld bracht, moest ik moeite doen om hem in toom te houden.
Over gebed, voorlezen en levende godsdienst
Ik ben blij dat het redelijk goed mag gaan met uw voorlezen in de chapel. Wanneer een ziel die geoefend is in het gebed in staat gesteld wordt om in eenvoudige taal zijn gevoelens en verlangens uit te storten, is dat meer waard dan het gepraat en de vormelijkheid van alle letterknechten in de wereld bij elkaar. Een enkele zin uit een levend gebed van een geoefend kind van God heeft mijn ziel weleeens versmolten waar anders een heel goed samengestelde, lange preek van een letterknecht mijn ziel met onvruchtbaarheid en dodigheid vervuld zou hebben.
Persoonlijke omstandigheden en groeten aan de gemeente
Door genade mag het met mij aardig goed gaan. Soms heb ik nog wel pijn op mijn borst. Ik denk dat mijn borst deze winter wel zwakker is dan de vorige winter. Toch kan ik nog steeds doorgaan met twee keer te preken op de dag des Heeren en een keer doordeweeks. Gewoonlijk voor een goed luisterend gehoor, dat eerder groter wordt dan minder. Mijn bediening is te afsnijdend om de meerderheid van de mensen te kunnen behagen. Ik denk dat velen verwond zijn, die de wortel der zaak in zich hebben. Ik mag geloven dat ik geen zoetsappig predikant of een mensenbehager geworden ben, hoewel mijn vlees graag die kant op zou gaan. Toch denk ik dat zij mij hun vertrouwen schenken, omdat ik hun geestelijke goed zoek en omdat ik niet bitter of vijandig spreek om hun gevoelens te kwetsen. Maar voor degenen die gewend zijn aan vleierij is het moeilijk om met genoegen getrouw te zijn. Ik hoop dat het goed mag gaan met de mensen die Allington Chapel bezoeken. Doe ze de hartelijke groeten in christelijke liefde, zoals E. Pope, de vrouwen Cannings (ook Dorcas en haar zus Sally), mevr. Wild, dhr. en mevr. Parry, mevr. Cannings en al mijn andere oprechte en standvastige vrienden.
De uwe in liefde, omwille van de waarheid, J. C. P.
Stamford, 16 januari 1840.
Deze brief heeft Philpot geschreven aan zijn vriend J. Carby Tuckwell.
Bron: The Gospel Standard, oktober 2014. Ook gepubliceerd in Metgezel, september 2017
[1] Philpot bedoelt hier zijn zus Frances Mary (1797-1870). Zij trouwde in 1840 met predikant G.B. Isbell.