Gregorius Mees
Gregorius Mees (1631–1694) was een gereformeerd predikant die diende in Berlikum, Kantens, Groningen en Rotterdam. Zijn leven werd gekenmerkt door grote zegeningen, maar ook door ingrijpende beproevingen, waaronder de verdrinking van drie van zijn kinderen en het overlijden van zijn eerste vrouw. In Rotterdam diende hij een grote gemeente en stond hij bekend als een krachtige en geliefde prediker. Van zijn hand verschenen verschillende werken waarin hij Gods genade, het geloof en het geestelijke leven uiteenzette.
| Levensloop | |
|---|---|
| Geboren | 01-01-1631 |
| Overleden | 21-09-1694 |
| Predikantsplaatsen | |
|---|---|
| Berlikum | 1656-1657 |
| Kantens | 1657-1661 |
| Groningen | 1661-1676 |
| Rotterdam | 1676-1694 |
Afkomst en betekenis van de naam Mees
Allereerst iets over zijn naam. De naam 'Mees' kan zowel voor-, als achternaam zijn. Deze naam betekent Mattheüszoon. Door samentrekking wordt dat Meeuwszoon, daarna Meeuws, en tenslotte eenvoudigweg Mees. Het geslacht stamde oorspronkelijk uit de Zuidelijke Nederlanden. Om het geloof moest men emigreren naar Aken. Vandaar trok Mees' grootvader naar Rotterdam. Na het sterven der grootouders, kwam Mees' vader in Groningen bij familie, waarschijnlijk zijn oom, terecht.
Over dit alles zijn wij uitvoerig ingelicht door een geschrift van Mr. Gregorius Mees Az. dat wel niet in de handel kwam, maar toch in 1870 in tweede druk verscheen. Een samenvatting van dat boek kunt u vinden in het door J. van der Haars samengestelde boek 'Lichtende Sterren'. Daar lezen wij: 'Het getal nakomelingen van de stamvader van het geslacht Mees - Rudolphus (d.i. een zoon van 'onze' Ds. Mees) - bedroeg in 1871 niet minder dan 450 personen'. De naam 'Mees en Hope' is in de bankwereld niet onbekend.
Jeugd en studie in Groningen
Gregorius Mees werd op 1 januari 1631 te Groningen geboren. Zijn ouders heetten Jeremias Mees en Annechien Sygers; hij was het derde kind. Hij studeerde in Groningen, waar in 1614 een hogeschool was gesticht. 17 Jaar oud schreef hij, op 26 december 1648, eigenhandig in het Album: 'Gregorius Mees, Groning. phii. studiosus'.
Eerste gemeenten: Berlikum en Kantens
Na afgelegd examen werd hij, eind 1655, op 24-jarige leeftijd, beroepen te Berlikum ten noordwesten van de stad Leeuwarden. Daar trouwde hij op 16 november 1656 met Rudolpha Santvoort. In 1657 werd zijn eerstelinge, Talitha (vgl. Mark. 5, 41) er geboren.
Na voor een beroep uit Koudum te hebben bedankt, nam hij reeds in 1657 dat naar Kantens aan: een groot dorp, aan de trekvaart gelegen tussen de stad Groningen en Uithuizen. Hij bleef daar 4 jaar, en was er gezien. Allard in 1658, en Jeremias in 1660 zagen daar het levenslicht
Predikant in Groningen
Niet ouder dan 30 jaar werd Ds. Mees predikant in zijn geboortestad. Op 26 mei 1661 had de bevestiging plaats. Dus een belangrijke promotie! Sinds 1651 telde Groningen - een stad, 16 à 18.000 inwoners rijk - 8 predikanten; in 1664 kon de 9e er beroepen worden. Met genoegen werkte Ds. Mees daar. Tal van jaren verbleef hij er, en er groeide een warme, hartelijke verhouding tussen Mees en de gemeente. In 1671 ontving hij een beroep uit Amsterdam, maar het werd 'geïmprobeerd' (nl. door Amsterdams regering, die toen niet Oranjegezind was). Een moeilijk te verteren zaak voor Ds. Mees! Hij zag er een 'bekladding' niet zozeer van zijn persoon, als wel van zijn ambt in (vgl. Hagars dienst onder de vrye Sara, uit 1672; in z'n opdracht aan de regeerders van Groningen).
Naast beproevingen, gewerden Ds. en mevr. Mees in hun huwelijk vele zegeningen. In de 14 jaar die hij in Groningen doorbracht, werden de overige 5 kinderen geboren. Het jongste, Helena, zelfs 4 jaar voor zijn vertrek naar Rotterdam.
Predikant in Rotterdam
Op 44-jarige leeftijd werd Ds. Mees, eind 1675, naar Rotterdam beroepen. Het zal strijd gekost hebben. Hij was immers in Groningen geboren, er geheel opgeleid voor het ambt, en heel zijn geslacht woonde of in de stad of in de provincie.
Rotterdam werd voor Mees al gauw een 'heerlijke stad'. Op 12 januari 1676 werd hij er bevestigd, en hij deed zijn intrede uit Luk. 4: 43. Zijn traktement bedroeg
f .458,-. (Mees Az., p. 36) Rotterdam was een bloeiende gemeente. Hij was een van de 8 predikanten; in 1685 waren er 10. Van zijn 7 collega's die Mees er bij zijn komst trof, stierven er vijf voor hem, onder wie Jacobus Borstius en Franciscus Ridderus, resp. in 1680 en 1683.
Gezinsleven en beproevingen
Drie jaar woonde het gezin Mees in Rotterdam, toen de oudste dochter Talitha op 8 maart 1679 in het huwelijk trad met Jacobus Phenix, een welgesteld man (Groenhuis, p. 159). Helaas werd deze blijdschap in datelfde jaar verduisterd door de slepende ziekte van mevrouw Mees, in oktober 1679. Zij overleed na 4 maanden, namelijk op 15 februari 1680.
Moeder Mees overleed in de kracht van haar leven, en werd weggenomen voor de dag des kwaads. Want weldra trof de familie een nog vreselijker slag. Om een belofte, aan zijn kinderen gedaan - opdat zij van de rouw over hun zalige moeder enige verlichting mochten ontvangen - had Ds. Mees het plan gemaakt, om met hen op donderdag 30 mei 1680, op Hemelvaartsdag, een uitstapje te maken naar Dordrecht, waar men de godsdienstoefening dacht bij te wonen. Een vriend, de makelaar Melesdijck, zou hen vergezellen. Ze zouden gebruik maken van een schuit die aan schoonzoon Phenix toebehoorde. Deze schuit was echter aan de krappe kant, om een gezelschap van 9 personen, nl. Ds. Mees, de heer Melesdijck, 3 zoons, 3 dochters en een dienstbode te vervoeren.
De ramp op de Maas
Het weer was 's morgens vroeg mooi en stil. De Maas lag er schier rimpelloos bij. Maar al bijna aan de overkant gekomen, brak er een hevige storm los. De heer Melesdijck bestuurde het bootje. Hij wilde terugvaren, maar door zijn onvoorzichtig optreden schepte het vaartuig water, en al gauw daarna sloeg het om, zodat allen te water raakten. Met veel moeite werden 6 drenkelingen gered, maar helaas verdronken de oudste dochter Anna (17 jaar), Allard en de heer Melesdijck. In 'Lichtende Sterren' vindt u een uitvoerige beschrijving van het gebeuren. Het lijk van Melesdijck werd al spoedig gevonden, naar de beide kinderen is dagenlang gedregd. Toch kon Ds. Mees ze beiden begraven. Onuitsprekelijke smart en rouw! Die werden nog vermeerderd door onbillijke praat en beschuldigingen, als ware Ds. Mees in deze zaak te weinig voorzichtig geweest, en dan nog wel op Hemelvaartsdag!
Al op maandag 10 juni trad hij weer voor de gemeente op, en hij hield toen zijn eerste predicatie over 'het droevige ongeluk op de Maas', n.a.v. Jes. 43: 2; welke preek op dinsdag 18 juni door een tweede gevolgd werd; terwijl hij beide, van schets gehouden, leerredenen ruim een week later - met nog nadere bijzonderheden over het gebeurde uitgebreid voor de pers gereed maakte. Medelijden en nieuwsgierigheid deden vooral bij de tweede preek een enorme belangstelling voor de dienst ontstaan. De kerk was boordevol. Begin 1681 was er een 2e druk nodig.
Een nieuw huwelijk
Op 19 januari 1682 trad Ds. Mees opnieuw in het huwelijk, nl. met Maria de Mey. Zij trouwden op huwelijksvoorwaarden. Haar vader, Johan de Mey, was lid van de vroedschap. Het huiselijk geluk van vroeger zal daarmee hersteld zijn. Dit 2e huwelijk bleef kinderloos.
Zijn laatste levensjaren
Tijdens de winter van 1693-'94 was Ds. Mees vele weken erg zwak. Toch herstelde hij iets, maar de gedachte aan een spoedig heengaan bleef hem bij. Niet lang voor zijn dood, sloeg hij, tijdens een kerkbezoek, de Bijbel open, en las - daar hij meende dat het hem betreffen zou! - bij kaarslicht de tekst Deut. 31:14: 'En de Heere zeide: Ziet, uw dagen zijn genaderd om te sterven'. Het verval van krachten nam toe, en eindigde in een ontsteking van de ingewanden.
Een zalig einde
Op zijn sterfdag, dinsdag 21 september 1694, vroeg een familielid, of hij wel Gods genade aan zijn ziel gevoelde, en of hem zijn zonden vergeven waren. Hij antwoordde: 'Ja, ik gevoel het, dat Jezus tot mij zegt: Zoon, wees goedsmoeds, uwe zonden zijn u vergeven'. Hij keerde. zich als een andere Hiskia naar de wand om te bidden. Men hoorde hem spreken: 'O Vader, aanschouw Uw Zoon; een aartsvader zal op zijn zoon zien, hoeveel meer Gij, o hemelse Vader!' - Zo rijk bemoedigd reisde hij de eeuwigheid in, dat hij tot zijn vrouw zei: 'De Heere toont mij zulk een volheid van heerlijkheid, dat ik mij die niet toe-eigenen durf. Zo bleef hij, zolang hij kon, 'werkzaam', en stierf kort daarna zeer kalm, zijn ziel Gode bevelende.
Op zaterdag 25 september werd hij begraven. Ds. Lud. de With sprak de lijkrede uit, die in datzelfde jaar, nog uitgegeven werd te Rotterdam: 'Het gelukkig afsterven des Regtveerdigen' (Jes. 57:1 en 2). Daar lezen we o.a.: 'Rechtzinnig was hij, en zeer bekommerd over die Atheïstische en Libertijnsche stellingen...; een groot bidder ... voor land en kerk' (is heengegaan).
Zijn geschriften
Wat Mees' gedrukte boeken betreft. In 1670 schreef hij Zions Worstelperck. Voorts Melck voor de nieuwelingen (1683), en Het Mergh van den christelijcken Catechismus (1684). Zijn bekendste werk was De Gulden Keten der Saligheydt uit 1685. De stof van dit werk (over Rom. 8:30) had hij tevoren op Rotterdams kansel 'in 't breede aen een ongemeene toeloop van menschen gepredikt' (Vgl. Mees' opdracht aan zijn nichten, mevrouw Cath. Raye en mej. Eva Raye). Drs. Exalto geeft van dit werk een uitvoerige beschrijving in zijn 'Beleefd geloof'.
Overzicht van zijn geschriften
- Geestelyke Wapenrustinge van Allerleye Gebeeden, en Bedenckingen.
- De Gouden Keten der Saligheyt.
- Hagars dienst onder de vrye Sara.
- De laetste Weecke des Aerdschen Leevens van.. Samuel Maresius.
- Landtsdaghs Predicatie voor de .. Staaten van Groningen.
- Melk voor de Nieuwelingen (Heidelbergse Catechismus).
- Het Mergh van de Christelycke Catechismus .. tot dienst der Jeught.
- Een Vriendt in de rouw (waarin opgenomen is o.a. ‘Het droevige ongeluck op de Maes’).
- Zions Worstelperck, vertoonende de goede Strijdt tegens een quaede Vyandt, verdeelt in vijf Bedenkingen over de woorden van Jac.IV:7. Achter yedere Bedenkinge is ghevoeght een hertelijcke Alleen-spraecke met Godt en stichtelijcke Lofsangh tot Godt.
Geraadpleegde bronnen
- Met toestemming overgenomen uit 'Het blijvende Woord', deel 1, Gereformeerde Bijbelstichting, Leerdam
- Naamlijst der predikanten, sedert de Hervorming tot nu toe, in de Hervormde Gemeenten van Friesland, ds. T.A. Romeijn.
- Schatkamer van de Gereformeerde Theologie in Nederland, ds. J. van der Haar