Henricus Adama
Henricus Adama was een achttiende-eeuwse predikant die diende in Huizum en Zwolle. In zijn prediking en geschriften waarschuwde hij ernstig tegen Gods oordelen en riep hij op tot bekering en verootmoediging. Deze levensbeschrijving biedt een beknopt overzicht van zijn afkomst, predikantschap en publicaties.
| Levensloop | |
|---|---|
| Geboren | 10-09-1729 |
| Overleden | 07-07-1797 |
| Predikantsplaatsen | |
|---|---|
| Huizum | 1759-1766 |
| Zwolle | 1766-1792 |
Afkomst en opleiding
Henricus Adama werd op 10 september 1729 geboren te Pingjum, waar zijn vader, Godefridus Adama, predikant was. Ook diens vader Petrus was predikant geweest. Henricus Adama was van 1751 tot 1753 conrector te Franeker.
Predikant te Huizum en Zwolle
Op 21 oktober 1753 werd hij tot predikant bevestigd in het Friese Huizum door de predikanten Paulus Hoekema uit Goutum en Johannes Ratelband uit Leeuwarden. Ratelband preekte uit Zacharia 3:6 en 7 en Hoekema (na de handoplegging) uit Jakobus 1:21. Op 28 oktober 1753 deed Adama intrede in Huizum met een preek over Jeremia 7:1-3. Van 17 november 1762 tot zijn overlijden op 7 juli 1797 stond hij in Zwolle.
Publicaties
In 1784 publiceerden Adama en zijn Zwolse collega Wilhelm Leendert Krieger het boek Gods ontzettend strafgericht, uit Amos IX: vs 5 en 6. En de heilzaamste en beste raad in tijden van gevaar, uit Jeremia VI: vs 8. Dit boek bevat twee biddagpreken naar aanleiding van een hoge watervloed in Zwolle: de eerste (over Amos 9:5 en 6) is van Krieger, en de tweede (over Jeremia 6:8) van Adama. De uitgave was bedoeld om ‘onder Gods genadige medewerking (…) de beseffens van het gevaar waarin wij geweest zijn, alsmede van Gods gunstige verschoning en uitredding, in de harten van onze stadsgenoten, in enige mate, levendig te houden’.
In zijn preek merkte Adama op dat ‘er mogelijk geen volk op de ganse aardbodem leeft hetwelk meer overeenkomst heeft met het oude Jeruzalem en Juda dan Neêrlands volk’. Volgens Adama riep de Heere het Nederlandse volk in de onderhavige tijdsomstandigheden met kracht toe:
‘Laat u tuchtigen, o Nederland, o Overijssel, o inwoners van Zwolle! opdat Mijn ziel van u niet afgetrokken worde; opdat Ik u niet stelle tot een woestheid, tot een onbewoond land.’
Adama spoorde zijn hoorders aan om de Hemel niet langer te tergen.
‘Laten wij Hem geen reden geven om Zijn tuchtroede zwaarder op ons te doen komen. Laat ons liever onszelf en allen die ons dierbaar zijn, zoeken te bergen in de Ark der behoudenis, eer de vloed van Gods geduchte wraak ons geheel overstroomt.’
Overzicht van zijn geschriften
- Gods ontzettend strafgericht, uit Amos IX: vs 5 en 6.
- En de heilzaamste en beste raad in tijden van gevaar, uit Jeremia VI
Geraadpleegde bronnen
- Kalender 2024, Gereformeerde Bijbelstichting, Leerdam