Hero Sibersma
Hero Sibersma (1644–1728) was een bekende gereformeerde predikant en schrijver uit de zeventiende en achttiende eeuw. Hij diende verschillende gemeenten in Friesland en Amsterdam en liet een groot aantal geschriften na over het christelijke leven en de ware godzaligheid. Zijn prediking en boeken waren sterk gericht op de praktijk van het geloof en een leven naar Gods Woord. Ook zijn bijzondere belangstelling voor de bekering van Joden komt in zijn werken naar voren.
| Levensloop | |
|---|---|
| Geboren | 20-05-1644 |
| Overleden | 04-04-1728 |
| Predikantsplaatsen | |
|---|---|
| Sexbierum | 1671-1677 |
| Ternaard | 1677-1680 |
| Harlingen | 1680-1683 |
| Amsterdam | 1683-1728 |
Afkomst, jeugd en studie
Op 20 mei 1644 werd in het huis van de Franeker kunstschilder Johannes Sibersma en diens echtgenote Emmetje Belida een zoon geboren. Zijn grootvader van vaders zijde was een welgesteld koopman in Dokkum, zo vermeldt de historie schrijver en zijn grootvader van moeders zijde was predikant. Van zijn ouders kreeg hij een godvruchtige opvoeding, maar op 8-jarige leeftijd moest hij beiden reeds missen. Hij werd verder opgenomen in het huis van zijn oom Belida, die rector was van de Latijnse school te Harlingen.
Hijzelf heeft verhaald dat zijn moeder hem vanaf zijn vijfde jaar meenam naar de kerk, vanaf zijn zevende verklaarde zijn vader hem elke avond de Bijbel en de catechismus. Toen hij tien jaar was bestudeerde hij al de brief aan de Romeinen, omdat daarin de drie stukken van de Heidelberger zo duidelijk worden uiteen gezet. Op zijn dertiende jaar verdiepte hij zich in de in het Latijn geschreven verklaring van de catechismus door Ursinus en las hij een aan hem door een tante geschonken boek "Salomons sweert", dat een bestrijding van de stellingen van de Remonstranten bevatte.
Hero ging theologie studeren in zijn geboorteplaats Franeker, en later ook in Utrecht en Leiden. In Utrecht volgde hij de colleges van Voetius, die door hem steeds in ere gehouden is. Hij heeft daar ook de invloed ondergaan van Fr. Burman; groot was de invloed van Joh. Coccejus op hem. Hij noemt hem een naarstig arbeider in de Heere en een recht schriftgeleerde in het koninkrijk der hemelen. Hij genoot de vriendschap van Coccejus. Het is duidelijk dat men zijn preken later goed Coccejaans achtte.
Een prediker van de praktijk der godzaligheid
Nu is het zo dat onder ons de naam Coccejus een wat twijfelachtige klank heeft. Die klank had deze naam niet bij B. Glasius, die in 1856 van Sibersma het volgende neerschreef, hetwelk we u toch niet willen onthouden: "Sibersma behoorde tot de Coccejanen, maar tot die aldus genoemde godgeleerden, welke bijzonder op de praktijk des Christendoms aandrongen, terwijl velen hunner ambt- en tijdgenoten, verdiept in theologische twisten, de Evangelische zedeleer schier geheel vergaten, een geloof predikten, dat zich behoorde te openbaren in gehoorzaamheid aan God". Onder die ernstig tot godsvrucht vermanende Coccejanen komt aan Sibersma een eervolle plaats toe. Groot zijn dan ook zijn verdiensten jegens de Christelijke beoefeningsleer. Hij heeft een aantal geschriften uitgegeven waaruit dit blijkt. Het bekende kerkgeschiedenisboek van Ypey en Dermout zegt het volgende: "Enige weinige coccejaanse godsdienstleraars ijverden nochtans zeer voor de beoefening ener asketische zedekunde, en predikten zonder schroom werkelijk een Christelijke zedeleer, doch zo dat zij tevens met alle ijver en ernst op het hart werkten, ten einde dat in beweging te brengen tot betrachting van de ware godzaligheid. Zij drongen aan op een geloof, dat in de werken van gehoorzaamheid aan Gods geboden zich naar buiten vertoont, drongen sterk aan op zuivere zedelijkheid en oprechte deugd, aanwijzende steeds de enige bron, waaruit, het ware einde, waartoe, en het richtsnoer waarnaar de christen behoorde werkzaam te zijn". Dit geschiedwerk zegt voorts van Sibersma: 'Deze zo verstandige als geleerde man, kwam er in de eerste helft van dit tijdperk tot in hoge ouderdom openlijk voor uit, dat in zulk ene voordracht de ware ernst van het echte coccejanisme gelegen was'.
De vrouw van Sibersma heette Catharina Ruardi; we weten dat ook een zoon van hem, Daniël Simon (geboren in 1696 te Amsterdam predikant is geweest te Koudum, Schermerhorn en Middelburg. Deze is slechts 32 jaar geworden. Een andere zoon Johannes is in juli 1 1703 gepromoveerd.
Predikant in Friesland en Amsterdam
In 1671 werd Sibersma predikant in Sexbierum en zes jaar later in Ternaard. Hier heeft hij veel contacten onderhouden met de doopsgezinden, maar daarmee heeft hij niet hun invloed ondergaan, hoewel zij hij naar hun eigen zeggen "ruim so veel mennist vonden als hun eigen vermaners" (zoals de voorgangers bij de doopsgezinden genoemd werden; hun kerkgebouwen werden ook 'vermaning' genoemd).
In 1680 ging hij naar Harlingen en drie jaar later vertrok hij naar hoofdstad, waar hij stond tot aan zijn emeritaat in 1727. Hij merkte in zijn intredepreek dat voor Amsterdam niet gold dat een profeet eigen vaderland niet geëerd is; in Amsterdam stonden van 1650-1700 zesenzestig predikanten waarvan er zestien geboren Amsterdammers waren. Een jaar na zijn emeritering is hij overleden op 4 april 1728 en is zijn lichaam begraven in de Westerkerk. Er is een portret van hem gegraveerd door P. van Gunst. Onder zijn foto staat het volgende gedichtje afgedrukt:
Die Christus in de Schrift met kragt aan ons ontdeckt.
En selfs de Jood als Moor tot lust en ijver wekt.
Om 't Heil en 't Levens Recht, alleen in hem te soeken:
Dien siet gij hier in prent, dog nader in sijn boeken
Hero Sibersma als schrijver
Sibersma heeft zich zeer verdienstelijk gemaakt als schrijver. In de Schatkamer van ds. J. v.d. Haar wordt een 26-tal geschriften genoemd. Ze worden 'gerangschikt onder de ascetische zedekunde, mede tot betrachting van de ware godzaligheid' (D. Nauta). Ze zijn veel gelezen (ook herdrukt. 'Het Woord des levens' is zelfs in het Duits vertaald. Het boek 'de Leer der Waarheid' gaf hij uit in Ternaard, maar tegen het advies van de theologische faculteit van Franeker; de classis oordeelde dat het niet tegen de gewone regel des geloofs was, hoewel enkele teksten op ongewone wijze verklaard waren. Beroemd is ook zijn Catechismusverklaring geworden.
Zijn liefde voor de Joden en de zending
Ook opmerkelijk is dat hij zeer ijverde voor de zending onder de Joden; dit blijkt ook uit de titels van enkele werken, die hij schreef en waarin hij Joden zelf aan het woord laat komen, zodat ze getuigen van hun overgang naar het Christendom. Het is ook tekenend dat hij met enkele andere predikanten verklaarde ten behoeve van een aantal Joden die in Nijmegen gediscrimineerd werden dat moord op christenkinderen bij Joden nooit is voorgekomen en in flagrante strijd is met hun wet.
Wat betreft genoemde geschriften over de Joden schrijft dr. R.B Evenhuis dat ze op zichzelf niet van zoveel belang zijn. Ze bevatten een opsomming van Oud- Testamentische teksten die een heenwijzing naar Christus zijn. Aanhangsels aan enkele boeken zijn getuigenissen van Joden die tot het Christendom zijn overgegaan en ze leggen daarin verantwoording af.
Veel boeken werden uitgegeven door Hero Nauta. Balthazar Bekker dichtte op Hero Nauta: 'Nu staat en rijst uw drukkerij/ en Hero's naam door Hero's boeken'. Enkele werken van hem zijn: Een verklaring van Gods deugden (hetwelk in I 722 verscheen als vertaling van een door hem in het Latijn geschreven werk in zijn studententijd), een geschrift omtrent zijn 50-jarig ambtsjubileum, Het Woord des Levens, de Leer der waarheid, in haar voornaamste gronden geestelijk vergeleken, de roem der Christenen in Christus Jezus, de Paradijse godgeleerdheid begrepen in de eerste belofte.
In zijn schriftelijke werken blijkt ook dat hij van nationale gevoelens was op staatkundig vlak. Hij gaf daarvan ook duidelijk blijk en ontving van de Staten-Generaal zelfs een gouden penning vanwege een lofdicht door hem gemaakt op de slag bij Ramillies. Wat betreft de sabbat leerde hij dat de schaduwachtige sabbat vervuld was en we bevrijd zijn van de lasten van de wet. Sibersma was niet gewoon 'Het Onze Vader' te gebruiken en dat leverde wel eens problemen op met beroepingswerk.
Overigens was hij kind van zijn tijd, want de historie vermeldt dat hij de gewoonte van zijn voorganger D' Outrein gewoon volgde en met de pruik op op de kansel verscheen. Niet iedereen was daar zo gelukkig mee. De synodes hadden het voor predikanten verboden als een wereldse nieuwigheid, evenals tevoren het lange haar (Dr. R.B. Evenhuis). Genoemde ds. D' Outrein verscheen als eerste met een pruik op op de kansel.
Merkwaardig is ook dat Sibersma eens werd beschuldigd de schrijver te zijn van een geschrift tegen ds. Fruytier; de eigenlijke schrijver schreef onder pseudoniem met beginletters, die dezelfde waren als van Sibersma, terwijl hij ook Sibersma's stijl nabootste. Later werd dit door de schrijver Johannes Ens recht gezet.
We weten ook dat een preek van Sibersma zulk een stempel op Jan Willem Kals zette, dat deze uit R.K.-ouders in Duitsland geboren man, weer eens extra verdiept werd in zijn begeerte om zendingspredikant te worden. Na zijn opleiding is hij dan ook uitgezonden naar Suriname.
Maar ook voor deze mens kwam de tijd dat hij afreisde en we mogen het goede wat hij onder Gods voorzienigheid achterliet met achting gedenken.
Overzicht van zijn geschriften
- Abrahams Vriendenmaal op de Speeninge Isaacs, de Vrye Soon van de Vrye Moeder.
- De Bekeerde Moordenaar (Luk. 23:40-43).
- Het Euangelium beschreven door Joannes verklaard vgs. Moses en de Propheten ten dienste van het Oud en Nieuw Israel.
- Fontein des Heils aangewezen (Heidelbergse Catechismus).
- De Geestelijke Mensch, Aangewezen uyt de Verkl. over den Heil. Geest En desselfs vrugten.
- Het gouden Reuk-Altaar.
- De graveersels of Merktekens van de Messias.
- De Heerlijkheid Gods aan den Donauw, of Syn Regterhand verhoogd in het vernederen der Fransche en Beyersche Heyrkragten.
- De Heerlijkheid Gods.. aan den Donauw, overgegaan na Ramellys en Barcelona .. tot aan Turin.
- De Heerlijkheid Gods by Oudenaerde in Vlaanderen.. geopenbaart.
- De Heerlijkheid Gods in Piëmond, Uitgeblonken in ’t Ontzet van Turin.
- De Heerlijkheid Gods te Ramellys. In Braband, Doorlugtig ontdekt in ’t verslaan.. van.. Heyr der Franse en Spaanse Kronen.
- Het Jubilé, of Gedagtenisse Van het Voltrokken Vyftigste jaar, in de Bedieninge van het Woord Gods (Ps. 71:15-18), mét: Verkl. over Gods volmaaktheden.
- Een Lamp en Ligt voor ’t Oude en Nieuwe Israël.
- Leere der Waarheid.
- Nauwkeurig Ondersoek, Wie een Christen, en Hoe te worden?
- Ondersoek over de oude Joodsche Catechismus, enkel Gehaald uit Moses en de Profeten.. Verhandeld i.e. zamenspraak tusschen een geleerd Rabbi en verstandige Jode.
- Het Oude Geloof en Regte Belydenisse, om Israël jaloers te maken.
- Palmboom des Vredes.
- De Paradysse God-geleerdheid, Begrepen in de eerste Belofte, Gen. 3.
- De Religie van den Koning David, of de Heilige weg om salig te worden vgs. de oude Leere der vaderen.
- Roem der Christenen in Christo Jezu.
- De Saligheyd uyt de Joden (Ps. 87 en Ps. 117).
- De Tente van Hagar en Sara.
- Verklaring over de Profeet Jesaias, En sulx bevestigt uit het Euangelium, ten dienste van het Oud- en Nieuw Israel.
- Het waare Heiligdom.
- Het Woord des Levens, tot Verkl. en Betragtinge des Geestelijken en eeuwigen Levens.
Geraadpleegde bronnen
- Naamlijst der predikanten, sedert de Hervorming tot nu toe, in de Hervormde Gemeenten van Friesland, ds. T.A. Romeijn.
- Het blijvende Woord, deel 2, Gereformeerde Bijbelstichting, Leerdam.
- Schatkamer van de Gereformeerde Theologie in Nederland, ds. J. van der Haar.