Johannes Bogerman (sr.)

Johannes Bogerman (sr.) was een predikant uit de begintijd van de Reformatie in Noord-Nederland. Na zijn bekering tot de gereformeerde leer moest hij Kollum ontvluchten, maar later keerde hij terug als hervormd predikant. Hij diende gemeenten in Friesland, Oostfriesland, Overijssel en Groningen en speelde een belangrijke rol in de opbouw van het gereformeerde kerkelijke leven.

Levensloop
Geboren onbekend
Overleden tussen 1604 en 1607
Predikantsplaatsen
Kollum (pastoor) 1564-1567
Jennelt (Oostfriesland) 1574-1575
Upleward (Oostfriesland) 1575-1580
Kollum 1580-1580
Bolsward 1580-1592
Kampen (onzeker) 1592-1593
Steenwijk 1593-1597
Appingedam 1597-1598
Hasselt 1598- tot overlijden

Afkomst, bekering en eerste gemeenten

Er zijn veel onzekerheden als het gaat over het leven van Johannes Bogerman, maar één ding is wel zeker: hij werd door Gods genade uit het Roomse diensthuis uitgeleid en gebracht tot de kennis van de leer die naar de godzaligheid is. Wanneer hij werd geboren is niet bekend, maar de plaats is waarschijnlijk in Kollum of Dokkum geweest. In 1564 werd hij pastoor te Kollum maar in 1567 moest hij vluchten vanwege de omhelzing van de leer van de Reformatie, waarop lijf- en doodstraf stond. Sommige bronnen spreken ervan dat hij eerst naar Steenwijk is gevlucht, maar anderen dat hij direct is uitgeweken naar Emden (Oostfriesland), waar vele Gereformeerden in die tijd een veilige wijk vonden. In zijn nieuwe vaderland werd hij in 1574 predikant te Jennelt en in 1576 nam hij de herderstaf op te Uplewert, eveneens in Oostfriesland. In deze plaats werd uit zijn huwelijk met Popck zijn later zo bekend geworden zoon Johannes geboren (1576), die voorzitter zou worden van de Nationale Synode te Dordrecht, 1618-1619.

St-Maartenschurch Kollum NL
Maartenskerk Kollum

Terugkeer naar Kollum en dienst in Bolsward

Op 21 oktober 1753 werd hij tot predikant bevestigd in het Friese Huizum In Kollum waren na het vertrek van Bogerman nog twee pastoors werkzaam geweest die de moederkerk trouw gebleven zijn. Maar toen de Reformatie doorzette vertrok de laatste naar Groningen alwaar hij stierf. Bogerman keerde in 1580 in Kollum terug en werd daar als eerste Hervormde predikant bevestigd. Na het verraad van Rennenberg en de terugkeer van de Spanjaarden, moest hij echter opnieuw vluchten met verlies van al zijn bezittingen. Hij begaf zich naar Bolsward. Op 6 november van 1580 deed hij daar intrede. Twaalf jaren bleef hij herder en leraar in die plaats ijverig werkzaam. Hij was zeer gezien, wat ook bleek uit het feit dat hij in 1583 preses was van de synode te Franeker en in 1588 assessor. De synode riep hem tot meer of minder belangrijke werkzaamheden. Zo heeft hij in opdracht van de Synode van 1587, samen met anderen, een “gemeen apologia” opgesteld, dat zou worden toegezonden aan de koning van Engeland. Ook in de tijd dat hij te Bolsward en Steenwijk stond, vinden we hem aanwezig op de synoden van 1593, 1595 en 1596.

Berisping door de synode

In 1596 verschijnt hij echter in eerste instantie niet op de synode omdat hij op het punt stond te verhuizen met het oog op de opvoeding van zijn kinderen. Dit viel niet goed want hij en de gemeente van Steenwijk werden berispt “van weghen de onordentelycke verlatinghe syns diensts”. Hij had de kerkelijke besturen namelijk niet gekend in zijn plannen. Hij heeft die echter niet ten uitvoer gebracht want wij vinden hem op de synode van dat jaar toch weer aanwezig.

Appingedam en beroep naar Hasselt

In 1597 werd hij predikant te Appingedam, alwaar hij wel gelegenheid vond voor zijn kinderen om te studeren. Ook daar vinden wij hem op de synoden van 1597 en 1598 als afgevaardigde aanwezig. Daar blijkt dat hij in april van dat jaar een beroep heeft ontvangen van de gemeente Hasselt. De secretaris van de gemeente van die plaats, Sybrandus Sickema, komt speciaal over om te pleiten voor zijn overkomst! Met moeite kon hij de bezwaren tegen het vertrek van Bogerman naar Hasselt uit de weg ruimen. Hij moet al zijn invloed daarvoor aanwenden, wat tevens een blijk is van de grote overheidsbemoeienis ten aanzien van het beroepingswerk. Ook als hij te Hasselt mag dienen, vinden we hem weer op de synodale vergaderingen aanwezig, in 1601 als preses en in 1602 en 1603 als assessor.

Betekenis voor de noordelijke kerken

Bogerman heeft veel gedaan voor de kerken in het noorden van ons land. Het was een gevaarlijke, bange en verwarrende tijd met grote schaarste aan getrouwe predikanten. Zo werd hij veelvuldig uitgeleend aan andere gemeenten. Hij verrichtte hulpdiensten te Sneek, Steenwijk, Kollum en Bolsward. Volgens Adami, die de predikantenlijst van Groningen opstelde, is hij ook uitgeleend geweest aan Appingedam. Of hij in Kampen gestaan heeft is onzeker. Volgens Romeijn is hij daar wel beroepen, maar heeft hij dit beroep nooit aangenomen.

Kerkelijke inzet en nalatenschap

Van hem is bekend dat hij een “armenverordening” opgesteld heeft en voorstander was van de vertegenwoordiging van ouderlingen in de classicale vergaderingen. Uit alles blijkt de grote plaats die hij heeft mogen innemen en de talenten die hij van de Heere ontvangen heeft en aanwendde ten goede van de kerk.

Zijn overlijden

Het jaar van zijn overlijden is onbekend, maar moet ergens liggen tussen 1604 en 1607.

Overzicht van zijn geschriften

  1. Armenverordening (verder geen geschriften bekend)

Geraadpleegde bronnen

  1. Naamlijst der predikanten, C. Adami.
  2. Naamlijst der predikanten, sedert de Hervorming tot nu toe, in de Hervormde Gemeenten van Friesland, ds. T.A. Romeijn.
  3. Biografisch Woordenboek der Nederland, A.J. van der Aa, deel 2.
  4. Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW), P.C. Molhuysen en P.J. Blok, deel 1.
  5. Website PKN te Kollum