Martinus Rummerink
Martinus Rummerink (1739-1813) Martinus Rummerink (1739-1813) was een gereformeerd predikant die diende in Oudeschoot, Voorschoten en Veur, Leeuwarden en Dordrecht. Hij stond bekend om zijn inzet voor de verdediging van de christelijke godsdienst en was medeoprichter van het Haagsch Genootschap. Daarnaast publiceerde hij diverse leerredenen en geschriften waarin zijn betrokkenheid bij de gereformeerde leer duidelijk naar voren komt
| Levensloop | |
|---|---|
| Geboren | 27-08-1739 |
| Overleden | December 1813 |
| Predikantsplaatsen | |
|---|---|
| Oudeschoot | 1764-1765 |
| Voorschoten en Veur | 1765-1774 |
| Leeuwarden | 1774-1777 |
| Dordrecht | 1777-1807 |
Jeugd en studie
Martinus Rummerink werd op 27 augustus 1739 te Meeden geboren. Zijn vader, Johannes Rummerink, was daar destijds predikant. Martinus studeerde theologie in Groningen, Leiden en Utrecht.
Bevestiging en intrede te Oudeschoot
Op 22 juli 1764 bevestigde Johannes, toenmalig predikant in Groningen, Martinus tot predikant te Oudeschoot, waarbij hij ‘met veel ernst, deftigheid en vaderlijke tederhartigheid de verplichting eens getrouwen dienaars des heiligdoms op het hart van deze zo waardige zoon heeft gebonden’, naar aanleiding van Hizkía’s vermaning uit 2 Kron. 29:11: ‘Mijn zonen, weest nu niet traag; want de HEERE heeft u verkoren, dat gij voor Zijn aangezicht staan zoudt om Hem te dienen, en opdat gij Hem dienaars en wierokers zoudt wezen.’ De Tjalleberdse predikant Folkert Ruardi wekte de gemeente van Oudeschoot op om haar leraar naar behoren te ontvangen, met de zeer nadrukkelijke waarschuwing uit Hebr. 12:25: ‘Ziet toe dat gij Dien Die spreekt, niet verwerpt’, enz. Martinus Rummerink stond tijdens zijn intrede stil bij het navolgenswaardig gedrag van Ezra, naar aanleiding van Ezra 7:10: ‘Want Ezra had zijn hart gericht om de wet des HEEREN te zoeken en te doen, en om in Israël te leren de inzettingen en de rechten.’ Op 12 mei 1765 nam hij afscheid van Oudeschoot met Paulus’ woorden uit 1 Kor. 3:11: ‘Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.’
Verdere standplaatsen en overlijden
Op 27 mei 1765 deed Rummerink intrede in Voorschoten en Veur. Op 4 september 1774 verbond hij zich aan de gemeente van Leeuwarden. Op 8 juni 1777 werd hij predikant te Dordrecht, waar hij diende tot zijn emeritaat in 1807. Hij overleed in december 1813 te Dordrecht.
Inzet voor het Haagsch Genootschap
Rummerink was een van de oprichters van het ‘Haagsch Genootschap ter verdediging van den christelijken godsdienst’, dat zich vooral in geschriften krachtig keerde tegenover allerlei liberale en on-Bijbelse visies.
Publicaties
Rummerink publiceerde in 1771 Lykrede op het afsterven van de hoogedele welgeborene vrouwe Jacoba Maria baronesse van Wassenaer, douairiere van wylen den hoogedelen welgeborenen heere Frederik Willem baron Torck; deze barones behoorde tot een van de oudste adellijke geslachten in Nederland en had in 1765 het beroep van Voorschoten op Rummerink geapprobeerd. In 1791 liet Rummerink Toespraak over het diep en zich verspreidend kwaad, hetwelk in het byzonder de hedendaagsche aanvallen tegen de christlyken godsdienst verwekken uitkomen, waarin zijn bezorgdheid over allerlei aanvallen op de gereformeerde leer tot uitdrukking komt. In 1807 en 1808 gaf hij in twee delen Leerredenen uit. Skoattertsjerke te Oudeschoot.
Overzicht van zijn geschriften
- Lykrede op het afsterven van de hoogedele welgeborene vrouwe Jacoba Maria baronesse van Wassenaer, douairiere van wylen den hoogedelen welgeborenen heere Frederik Willem baron Torck.
- Toespraak over het diep en zich verspreidend kwaad, hetwelk in het byzonder de hedendaagsche aanvallen tegen de christlyken godsdienst verwekken.
- Leerredenen
Geraadpleegde bronnen
- Kalender 2027, Gereformeerde Bijbelstichting, Leerdam.