Theodorus à Brakel
Theodorus à Brakel (1608-1669), vader van Wilhelmus à Brakel, was een geliefd predikant en schrijver. Zijn leven werd gekenmerkt door een bijzondere roeping, een ernstige godsvrucht en een krachtige prediking. Vooral zijn werken Het Geestelijke Leven en De Trappen des Geestelijken Levens hebben blijvende invloed uitgeoefend.
Hij is vooral bekend als de vader van Wilhelmus à Brakel, maar was zelf eveneens een invloedrijk predikant en schrijver binnen de Nadere Reformatie.
| Levensloop | |
|---|---|
| Geboren | 1608 |
| Overleden | 14-02-1669 |
| Predikantsplaatsen | |
|---|---|
| Beers en Jellum | 1638-1652 |
| Den Burg (Texel) | 1652-1653 |
| Makkum | 1653-1669 |
Afkomst en geestelijke vorming
In Th. à Brakels boek 'De Trappen des Geestelijken Levens' (1680) vinden we een anagram op de naam Theodorus (à Brakel), en vandaar en zinspeling op zijn werkjes ('Opuscula'):
Zeg wie de Schrijver was, wat naam geeft gij zijn schriften?
Hij zelf was 'n gave Gods, zijn schriften zijn Gods giften.
In deze Theodorus vinden we inderdaad een recht Gods-geschenk, aan Nederlands kerk, van vroeger en later eeuw geschonken! Hij behoort mét Willem Teellinck en Jodocus van Lodenstein tot de meest godzalige leraars van onze kerk. Alle drie hadden zij, behalve een schriftuurlijkmystieke, ook een ascetische trek gemeen. Want zij beoefenden in 'de praktijk der godzaligheid': de afsterving van de oude, en de opstanding van de nieuwe mens.
In plaats van Theodorus spreekt men ook wel van 'Dirk Gerrits' à Brakel. Zelf tekent hij met de naam 'Theodorus', b.v. zijn opdracht van het boek Het Geestelicke Leven (uit 1649). Deze opdracht gold de schout, burgemeesters, schepenen en raden van de stad Enkhuizen. Want in Enkhuizen is hij in 1608 ter wereld gekomen. Volgens Glasius kwamen zijn ouders oorspronkelijk 'uit Braband' (dl. 1, p. 150). Naar à Brakels eigen getuigenis is Enkhuizen ook de plaats van zijn geestelijke wedergeboorte (p. 3, voorrede). Die plaats zou hij nooit kunnen vergeten, waar hij zulke heerlijke (!) preken had gehoord, zulke 'zoete vertroostingen' had genoten, en zulke 'heuglijke en aangename gesprekken' met de gelovigen aldaar had gevoerd. Die stad was hem als een leerschool van God.
De wonderlijke roeping van Theodorus à Brakel
Wat zijn roeping tot het ambt betreft, deze is heel bijzonder geweest. Hij is mede één van de laatsten, die zonder universitair onderwijs genoten te hebben, tot de volle bediening van Dienaar des Woords is toegelaten (na een Klassikaal examen, uiteraard!). Zijn familieleden en geestelijke vrienden wisten wel, dat hij zich 'extra-ordinair' geroepen wist van de Heere. Hij had er echter nooit mee 'gegeurd'. Pas toen hij op zijn sterfbed lag, heeft hij voor zijn zoon, de later door zijn 'Redelijke Godsdienst' zo vermaarde Wilhelmus à Brakel de tip van die verborgenheid opgelicht. Het was na de rustdag, 8 februari 1669, dat hij tot zijn vrouw, Margaretha Homma geheten, en zoon Willem (want hun vijf dochters, onder wie een gehuwde moeder van vijf kinderen, waren hem de laatste jaren voor zijn dood, door ziekte en verdrinking ontvallen!) sprak:
'Ik werd door velen, o.a. door Ds. Rippertus Sixti, zeer gedrongen om mij te laten examineren. Mijn geweten liet mij ook geen rust. Ik durfde mij niet te onttrekken, ook dorst ik de dienst niet te aanvaarden, omdat ik niet wist, of ik van de Heere geroepen was, ja dan neen, hoewel mijn bijzondere vriend Ds. Meinardus Schotanus, toentertijd professor in de theologie te Franeker, mij daarvan trachtte te overtuigen. (Na de dood is onder zijn brieven er nog één van genoemde prof. Schotanus gevonden, waarin hij hem zeer krachtig daartoe aandringt.)
'Het gebeurde mij op een nacht, dat de hemel zich opende. ('t Is niet in woorden uit te drukken, met welk 'n eerbied, verwondering, lieflijkheid, aangedane stem en gebaren de man dit vertelde.) Dat was zo heerlijk, dat ik het niet uitdrukken noch bij iets anders vergelijken kan. Uit die geopende hemel kwam, of in de opening des hemels was een licht, dat met geen ander licht te vergelijken is. 't Had er geen gelijkenis naar, 't ging op een onzegbare wijze het licht der zon, wanneer ze op het helderst schijnt, te boven in klaarheid, lieflijkheid en heerlijkheid. 't Was een ánder Licht, en uit die geopende hemel kwam een stem: 'Ik heb er u mee geroepen, ja, Ik heb er u toe geroepen'. Ik wist goed, dat de Heere dat tot mij sprak, en dat was mij genoeg; ik was verblijd, en verblijd en bemoedigd aanvaardde ik het werk, en liet mij examineren'.
'En - zo vervolgt de zoon dan - werkelijk! zoals hij van God geroepen was, zo heeft God hem ook bekwaamheden gegeven. Hij was deftig en ontzagwekkend van voorkomen, hebbende een lange baard. Als hij op de kansel bestrafte, betoonde hij zich een zoon des donders te zijn, zodat een koude schrik de toehoorders door de leden voer; wanneer hij troostte, was het, alsof men een engelen-gezicht zag. In de omgang was hij deftig en vriendelijk, weinig sprekende'.
Prediker in Friesland en op Texel
Zo werd deze man Gods een Godsgezant in Zijn kerk. In 1638 tot het ambt toegelaten, diende hij eerst de Friese (dubbel)-gemeente Beers en Jellum. Tijdens zijn 14-jarig verblijf aldaar schreef hij, in 2 delen: 'Het Geestelicke Leven, Ende - het 2e deel! - De stant eens geloovigen Mensches hier op Aerden', met erbij gevoegd: 'Eenige Ken-tekenen, waer uyt men sig kan versekeren, dat men van God is bemint'. Mijn uitgave is de 8ste druk, Amsterdam 1670, in 120, by Michiel de Groot. Daarin vinden wij de door Th. à Brakel herschreven voorrede 'Tot den Chr. Leser' (bestemd voor de 7e druk uit 1668). Ook in 8ste druk, uit het jaar 1670, is erbij ingebonden: 'Eenige Chr. Meditatien, Gebeden ende Danckseggingen, Om's Nachts /'s Morgens /'s Middaegs en's Avonts te gebruycken'. Want evenals David in Psalm 119 daarvan spreekt, placht Theodorus à Brakel des nachts op te staan, om de Heere te loven en te prijzen.
Glasius had het dus niet juist, als hij schrijft (p. 151), dat 'Het geestelijke Leven' nog 5 keer herdrukt is voor à Brakel's dood. Het waren er zelfs acht, want in 1668 verscheen te Dordrecht, bij Hendrick en Jacob Keur, zowel een 7e als een 8e druk!
Volgen we nu à Brakel op zijn pastorale loopbaan. Na Beers wordt Burg op het eiland Texel (1652) zijn tweede gemeente, maar ongeveer al een jaar later is Makkum zijn derde en laatste gemeente. Op zondag 14 februari 1669 mag hij daar in de Heere zalig ontslapen.
Het Geestelijke Leven
De weinige boeken die Th. à Brakel geschreven heeft, en met name zijn nog nader te bespreken 'Trappen' worden nog steeds herdrukt. Voor 'het Geestelicke Leven' vond ik in totaal 37 drukken.
De Trappen des Geestelijken Levens
Toen Th. à Brakel kwam te overlijden, had hij nog 'n geschrift min of meer persklaar. Dat is zijn tweedelige werk: De Trappen des Geestelijken Levens, waarvan de 3e druk uit 1680 voor mij ligt. Het is in octavo uitgegeven, en telt 427 pagina's, met daarna 'De laeste Uyren van den Autheur', beschreven door zijn zoon.
Het is stellig 27 maal gedrukt. Evenals vroeger, wordt er ook nu nog op afgegeven. De zaak is deze, dat Ds. Th. à Brakel het 'geestelijke leven' over drie trappen verdeelt. Evenals de apostel Johannes in 1 Joh. 2, onderscheidt ook hij kinderen, jongelingen en vaders, namelijk in de genade. Nu zegt men: Johannes bedoelt daar telkens dezélfde personen mee, nl. Gods kinderen, maar niet in die onderscheidingen van Brakel sr. Stel eens, dat dit juist is, hoe verklaart men dan de Brieven van Petrus, die spreekt van pasgeboren kinderkens, die met melk gevoed worden, en van meer gevorderden die de 'vaste spijs' nodig hebben? In het licht van de Schrift als geheel zijn de door Brakel sr. gestelde 'Trappen' heel zuiver en juist. Een kind is niet in één dag groot. Het kan aanvankelijk alleen maar schreien, en b.v. nog niet spreken; dat moet het later leren.
Waardering en kritiek op zijn geschriften
Glasius schrijft 'dat à Brakels geschriften wel geschikt zijn om in onze dagen nog de zodanigen te boeyen, wier hart wel naar warme godvrucht haakt, maar - en nu komt de kritiek - wier geest niet ontwikkeld genoeg (!) is om de leer van het Evangelie uit een reiner, eenvoudiger en toch verhevener standpunt te beschouwen'.
Het is mij onbegrijpelijk dat mannen als Dr. J. P. de Bie en Mr. J. Loosjes dergelijke krenkende frases kritiekloos overnemen (dl. 1, p. 561v). Kan 't Evangelie nog reiner, eenvoudiger en verhevener verkondigd worden dan door Th. à Brakel geschiedde? Maar ja, Glasius werkt met 'standpunten' en spreekt over 'beschouwen', en dan gevoelt hij zich bij à Brakel geheel niet op z'n gemak, of thuis; want deze man stelde weliswaar het fundament der zaligheid in Christus de Gekruiste, maar hij drong aan op waarachtige beleving en beoefening. De ruimte ontbreekt om dit nader te motiveren.
Overlijden en geestelijke nalatenschap
Zie nu op de vrome en let op de oprechte, want het einde van die man zal vrede zijn! We zouden hier 'de laeste Uyren' geheel willen afschrijven. Het is een piëteitvolle daad van een godvruchtige zoon jegens zo'n godzalige vader. Ds. Wilh. à Brakel stond die zondagmorgen juist op het punt om het H. Avondmaal voor de gemeente van Makkum te bedienen, toen z'n vader mocht ingaan tot de bruiloft des Lams. Ik las onlangs het ontroerende getuigenis van een stervende Puritein uit oud-Engeland: 'Ik verander wel van plaats, maar niet van gezelschap'. Immers, hun wandel was op aarde al in de hemel. En hun waarachtige leven is met Christus verborgen in God.
Overzicht van zijn geschriften
- Eenige Christelijcke Meditatien ende Danksegginge, om ’s nagts, ’s morgens, ’s middags en ’s avonds te gebruiken.
- Geestelyk Dag-werk ende Genaden-troost, voor den Gelo-vigen sondaer, hoe hy jeder dag.. de Week sal door te brengen.
- Het Geestelicke Leven, Ende De stant eens gelovigen Mensches hier op Aerden, én: Eenige Ken-teeckens, waer uyt een geloovigh mensche hem kan verseeckeren/dat hij van Godt is bemindt.
- De Trappen des Geestelyken Levens.
Geraadpleegde bronnen
- Naamlijst der predikanten, sedert de Hervorming tot nu toe, in de Hervorm-de Gemeenten van Friesland, ds. T.A. Romeijn.
- Het blijvende Woord, deel 1, Gereformeerde Bijbelstichting, Leerdam.
- Schatkamer van de Gereformeerde Theologie in Nederland, ds. J. van der Haar.