Theodorus Bymholt
In 1755 werd Nederland getroffen door een zware aardbeving en een ongekende vloed. De predikant Theodorus Bymholt (1713-1786) zag hierin een roepstem van God en sprak er indringend over in zijn preken. Dit artikel beschrijft zijn leven, zijn prediking en zijn nagelaten leerredenen, waarin hij Gods Woord nauwgezet verklaarde en zijn hoorders ernstig aansprak.
| Levensloop | |
|---|---|
| Geboren | 1713 |
| Overleden | 31-12-1786 |
| Predikantsplaatsen | |
|---|---|
| Noordhorn | 1738-1742 |
| Metslawier | 1742-1744 |
| Anjum | 1744-1756 |
| Strijen | 1756-1776 |
De aardbeving en vloed van 1755
Op zaterdag 1 november 1755 werd Nederland getroffen door een 'zeldzame water-schudding'. Het was 11 uur in de morgen, bij fraai en stil weer, dat totaal onverwacht een "algemene en geweldige waterbeving" optrad, die bijna een groot half kwartier gewoed heeft in onze Nederlandse zeeën, rivieren, grachten, vijvers, sloten en modderpoelen, en die vergezeld ging met enige schokking der aarde.'
Dat weten we uit de gelegenheidspreek die Theodorus Bymholt naar aanleiding van deze gebeurtenis heeft gehouden. Hij schrijft dat de Heere wel meer ‘onze diepte deed zieden als een put, onze zee stelde als een apothekerskokerij’. Maar ‘van zulk een wijd uitgestrekte, zo geweldig ziedende en kokende waterberoering als die van de eerste november 1755, daarvan zijn ons nog geen voorbeelden voorgekomen’. Bymholt noemt deze waterbeving ‘een nieuwe roepende stem des Heeren tot Nederlands volk’. De beste dijk die wij om ons vaderland kunnen leggen om het te beschutten voor de overstroming van de wateren van Gods verbolgenheid, is een schielijke en gehele bekering.
Hij stond toen in Anjum, vlak bij de Waddenzee en de Lauwerszee. Maar wat voor natuurverschijnsel moeten wij ons voorstellen bij de ‘zeldzame waterschudding’, die hij beschrijft, tot in vijvers en modderpoelen toe? Sinds Tweede Kerstdag 2004 behoeft dat voor ons geen vraag meer te zijn. De hele wereld leerde toen het woord tsunami kennen, de vreselijke zeebeving die het leven kostte aan 300.000 mensen in Zuidoost-Azië. Die tsunami was het gevolg van een onderzeese aardbeving. Misschien hebben we toen wel gedacht dat zoiets bij ons niet gebeuren kon. Maar Europa heeft wel degelijk een vergelijkbare ramp gehad. Op 1 november 1755, 's morgens om 9 uur, werd Lissabon, de hoofdstad van Portugal, getroffen door een zware aardbeving waardoor 50.000 mensen omkwamen, gevolgd door een vloedgolf van 30 meter hoog. Uit de preek van Bymholt kunnen we opmaken dat deze tsunami twee uur later Nederland bereikte. Gelukkig is de schade hier blijkbaar beperkt gebleven. Maar Gods roepstem heeft men er wel in opgemerkt. Pas dagen later hoorde men hier van de verwoesting van Lissabon. Die gaf Bymholt aanleiding voor een tweede boetepreek.
Een tweede waarschuwing van Godswege
Wonderlijk, op de Tweede Kerstdag van datzelfde jaar voelde men in ons land weer de aarde beven, en nog eens was er een aardbeving op 18 februari 1756, nota bene een uitgeschreven nationale dank-, vast- en bededag, 's morgens om 8 uur. Bymholt heeft toen een preek in het licht gegeven over Ps. 114:7 en 8: ‘Beef, gij aarde, voor het aangezicht des HEEREN, voor het aangezicht van den God Jakobs; Die den rotssteen veranderde in een watervloed, den keisteen in een waterfontein. ‘Daarin houdt hij het Nederlandse volk voor: Zoudt gij nu de Heere niet vrezen, zoudt gij nu voor Zijn aangezicht niet vervaard zijn, nu Hij een gans zeldzame en verbazende weg van ontzaglijke gerichten met de Nederlandse aarde heeft ingeslagen? Bymholt is blijkbaar bijzonder gevoelig geweest voor Gods stem in de natuur. Maar in de derde preek laat hij ook zien dat de Heere met iedere uitverkorene in de aanvang en voortgang der genade zo handelt dat Hij de rotssteen verandert in een watervloed en de keisteen in een waterfontein.
Het leven en de prediking van Theodorus Bymholt
Bymholt werd geboren in Groningen in 1712, studeerde daar en werd op 5 oktober 1738 bevestigd tot predikant in Noordhom. Zijn intreetekst was Jer. 42:1-5, het verbond tussen Jeremia en het volk. Vandaar ging hij in 1742 naar Metslawier, welke gemeente hij reeds na dertien maanden verwisselde voor het naburige Anjum (1744). Op Hervormingsdag 1756 deed hij intrede in Strijen in de Hoekse Waard met Jes. 41: 17. Daar heeft hij nog 23 jaar gestaan. Op 20 oktober 1779 nam hij afscheid met het laatste vers uit Openbaring 22. Als emeritus vestigde hij zich in Delft, waar hij op Oudejaarsdag 1786 is overleden.
De preken van Bymholt
Bymholt heeft drie prekenbundels nagelaten: Een bondel van dertien leerredenen (Groningen, 1757), Een bondel van negen leerredenen (Groningen, 1760) en Veertien leerredenen over de heiligmakinge (Groningen, 1775). Het laatste boek melden we op gezag van het bekende Biographisch woordenboek van protestantsche godgeleerden in Nederland; we hebben het niet kunnen inzien en het wordt ook niet vermeld door ds. J. van der Haar in diens Schatkamer. De eerste twee zijn op de titelpagina's voorzien van de toevoeging ‘het eerste deel’ en ‘twede deel': Achter in het tweede zijn registers op beide boeken opgenomen. De preken getuigen van geleerdheid en belezenheid en geven een uiterst nauwgezette, minutieuze tekstverklaring. Wanneer ze werkelijk zo uitgesproken zijn in Anjum (zoals op de titelpagina staat), moeten de kerkgangers wel een geweldig uithoudingsvermogen hebben gehad. Overigens schrijft Bymholt in de voorrede op het eerste deel, dat hij in het verkondigen met de levende stem kortheid en zakelijkheid bemint, maar dat het met het schrijven ‘een weinig anders gelegen is’.
Of is de werkelijkheid misschien toch anders geweest? De eerste bundel bevat zijn afscheidspreek van Anjum, uit Neh. 5:19, 62 pagina's groot (!). Bymholt verhaalt daarin uitvoerig aan zijn Anjumse kudde hoe de Heere hem met de woorden van Ps. 42: 12 overgebogen heeft om het beroep naar Strijen aan te nemen. Maar hij voegt daar de volgende opmerkelijke passage aan toe: ‘Niemand uwer heeft, voordat ik mijn besluit genomen had, mij op een anderszins zeer betamende wijze aangezocht om nog wat bij u te blijven. Dit kon mij wel niet vreemd voorkomen, daar ik meermalen in het geval geweest ben om te kunnen vanhier gaan en evenwel zulks hebbende afgeslagen, ook niet aangezocht werd van een enige van u om nog wat te blijven, of daarvoor enige zichtbare en gevoelige blijken van erkentenis of dankbaarheid van u ontvangen heb. [...] Niet dat ik liefdeloos genoeg ben om u te verdenken dat zulks uit gebrek van liefde, ongenoegen of verzadiging van mijn dienst zou gesproten zijn. [...] Niet dat ik u te laste wil leggen alsof zulks uit een onvergeeflijke onkunde van uw plicht, uit een boerse plompheid en stuursheid, of uit een opgeblazen trotsheid des harten zou voortgekomen zijn. Niet dat ik laag genoeg ben om u te beschuldigen alsof gij het oor zou geleend hebben aan een snaterende Diotrefes; neen, ik leg alle vooroordelen af en schik het voor het laatst in de beste plooi. Wat dan! Gij waart in de vaste verbeelding dat ik niet zou gaan, zowel om andere redenen als vooral omdat ik het nergens voordeliger en heerlijker zou vinden naar uw gedachten.’ Hij verwijt ze in dit opzicht een ‘Turkse predestinatie’ en bindt ze op het hart, dat ze bij zijn opvolger ‘een andere en betere weg’ zullen inslaan.
Wat valt er uit zijn preken te leren?
Dat neemt niet weg dat uit Bymholts leerredenen veel goeds te leren valt. In diezelfde afscheidspreek zegt hij bijvoorbeeld schone dingen over de personele verbondsonderhandeling tussen God en de uitverkoren zondaar. We noemen voorts de twee preken over Ps. 34:11 in de tweede bundel, over het grote verschil tussen het verkrijgen van aardse zegeningen door Gods volk en door de goddelozen, en waarin dat verkrijgen door beide zijn oorsprong heeft. Prachtig is zijn beschrijving van de vreemdelingschap der gelovigen in zijn preek over Ps. 120:5. Concreet en actueel is de speciale preek tegen drankmisbruik (Ef. 5:18). Blijkens de genoemde afscheidspreek heeft hij in Anjum 1400 preken uitgesproken, meest uit de Psalmen, waarmee hij gevorderd was tot Psalm 145. Voorts verhandelde hij daar twaalf volle jaren in winterse wekelijkse avondoefeningen Bunyans Christenreis.
In een curieuze voetnoot aan het begin van deze afscheidspreek schrijft Bymholt, dat hij het bij de voorbereiding zonder zijn boeken moest doen. Die waren blijkbaar al naar Strijen verzonden. Hij heeft daarom veel gebruik gemaakt van zijn afscheidspreek van Noordhorn. ‘Edoch, alzo wij toentertijd nog wat vrijer gebruik maakten van de werken der godgeleerden dan wel nu, en het ons nog levendig voorstaat deze en gene gezegden, ja, zaken ontleend te hebben uit de weldoorwrochte afscheidsredenen van de zeer geleerde mannen Lampe, Hellenbroek, Hofstede, Hofman, enz., zonder dat wij thans ons verpijnigen willen om die of allen na te gaan om het ontworpene te veranderen, zal de geliefde lezer ons wel verschonen willen, zo hij iets in deze leerredenen ontmoeten mocht, hetgeen hij bij die geachte mannen gevonden heeft of vindt.’
Overzicht van zijn geschriften
- Een bondel van dertien leerredenen.
- Een bondel van negen leerredenen.
- Veertien leerredenen over de heiligmakinge.
Geraadpleegde bronnen
- Met toestemming overgenomen uit 'Het blijvende Woord', deel 3, Gereformeerde Bijbelstichting, Leerdam.
- Naamlijst der predikanten, sedert de Hervorming tot nu toe, in de Hervormde Gemeenten van Friesland, ds. T.A. Romeijn.
- Schatkamer van de Gereformeerde theologie in Nederland, Ds. J. van der Haar