Wilhelmus à Brakel

Wilhelmus à Brakel (1635-1711) behoort tot de bekendste vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie. Als predikant diende hij onder meer Exmorra, Stavoren, Harlingen, Leeuwarden en Rotterdam, terwijl zijn geschriften grote invloed uitoefenden op kerk en samenleving. Zijn hoofdwerk Redelijke Godsdienst wordt nog altijd gelezen en gewaardeerd.

Levensloop
Geboren 02-01-1635
Overleden 30-10-1711
Predikantsplaatsen
Exmorra 1662-1665
Stavoren 1665-1670
Harlingen 1670-1673
Leeuwarden 1673-1683
Rotterdam 1683-1711

Jeugd, opleiding en eerste gemeenten

In het Friese landschap lopen een zestienjarige knaap en zijn vader. Het is maandagmorgen. De voetreis is van Beers naar Leeuwarden. De jongen volgt aldaar de Latijnse school. Ze blijven staan en de vader doet een gebed, zijn zoon de Heere opdragende en oogt zijn zoon na, terwijl hij weer terugkeert naar zijn pastorie.

Het zijn Theodorus à Brakel met zijn zoon Willem. Willem is geboren 2 of 10 januari 1635 te Leeuwarden. Al vroeg waren er blijken dat hij voor de Heere geheiligd was. Als een Jeremia (Jer.1:5) en een Johannes (Luk.1:15) was hij van de baarmoeder af geheiligd. Zover hij in zijn geheugen kon teruggaan, zijn er tere indrukken van God geweest. Van zijn jeugd af maakte hij veel werk van het gebed. Hij volgde de Latijnse school te Leeuwarden en heeft gestudeerd te Franeker en Utrecht. In 1659 sloot hij zijn studie af en werd proponent met een generale zending. Er waren toen geen openstaande plaatsen. De derde plaats die in Friesland openkwam, was Exmorra, alwaar hij op 27 juni 1662 beroepen werd. Vervolgens heeft hij gestaan te Stavoren (1665), te Harlingen (1670), te Leeuwarden (1673) en te Rotterdam (1683).

Huwelijk met Sara Nevius

Op 19 maart 1663 trad hij in het huwelijk met Sara Nevius, onder de godzaligen in die tijd binnen Utrecht zeer bekend. Uit hun huwelijk zijn vier dochters en een zoon geboren, die bijna allen vroeg overleden. Alleen een dochter bleef over die de Heere mocht vrezen en de huisvrouw van een predikant is geworden.

We kennen het boekje van Sara Nevius wel, getiteld Een aandachtig leerling van den Heere Jezus, door Hem zelf geleert, zonder hulp van menschen. Wilhelmus à Brakel heeft het na haar dood uitgegeven, verrijkt met een voorrede van hemzelf, in juni 1706. Een vriendin van de overledene had hem gewezen op schriften met meditaties en gedichten. Sara Nevius leefde van 1632-1706. In haar jeugd was ze zeer begerig naar kennis van Goddelijke zaken en de Bijbel had ze als opgegeten. Ze was deftig in haar gedrag. Hoewel ze op 17-jarige leeftijd huwde met Ds. Vege te Benthuizen, was ze drie jaar later al weduwe.

Ze heeft geruime tijd in Utrecht gewoond vanwege de krachtige predikdienst die er toen bloeide. Ze kwam in aanraking met Anna Maria van Schurman. Ze huwde later met Wilhelmus. Ze had veel op met de geestelijke predikdienst, het woord des Heeren was voor haar de enige regel en haar dagelijks voedsel.

Portret van Wilhelmus à Brakel.
Sara Nevius: Een aandachtig leerling van den Heere Jezus, door Hem zelf geleert, zonder hulp van menschen.

Geestelijk leven en prediking

Uit deze voorrede leren we Wilhelmus à Brakel goed kennen. Heel schoon is de aanhef: 'Alle leven, rust, blijdschap, heiligheid des menschen, is niet alleen van Godt, maar in Godt, Godt is het voorwerp van het denken, spreken en werken van een geestelijk mens'. Hij betoogt dat sommige heidenen dit door het schemerlicht der natuur gezien hebben, maar dewijl zij Christus niet kenden, konden ze tot God niet komen.

Dan gewaagt hij van hen die onder het Evangelie leven, die dit wat klaarder zien en 'sommigen zijn op de ommegangk met Godt verlieft en maken haar werk om in de beschouwinge van Godt alle dingen te vergeten: en nochtans is het meer natuurlijk werk in velen'. Zij, Christus kennende, gebruiken Hem niet recht.

Tenslotte komt hij bij Gods ware volk. 'Maar een recht geestelijk mens heeft doorgaans, de eene tijdt meer, de andere tijd min, veele beroeringen in de wedergeboorte, veele bestrijdingen en strijders in het aannemen van Christus tot zijn rantsoen en gerechtigheid, en kan niet rusten zoo lange hij door het geloove niet gerechtvaardigd wort, vrede heeft met Godt en vrijmoedige toegangk tot Godt als verzoende Vader in Christus: hij wert in de voortgangk vervreemdingen, verlatingen, verduisteringen, verdorventheden, gewaar, deze beroeren de ziele .t'elkens wederom, en zij gebruiken al wederom den Heere Jezus tot haar gerechtigheit en rantsoen, wel nu niet als in 't eerste om in de staat der genade te komen, maar om de vrede en de vrijmoedige toegangk wederom te bekomen'.

Wilhelmus à Brakel: Halleluja of Lof des Heeren over het Genadeverbond.

Toen Wilhelmus à Brakel in zijn tweede gemeente, Staveren, stond, waar hij zeer geijverd heeft voor een tweede predikant, koesterde hij sympathie voor de Labadisten en dacht er zelfs over zich bij hen te voegen. Later zag hij duidelijk de gevaren van hen in en schreef er tegen. In 1683 een Trouwhertige Waarschouwinge en in 1685 Leere en leydinge der Labadisten.

Strijd tegen dwalingen en kerkelijke arbeid

In Leeuwarden heeft hij met vrucht mogen arbeiden, doch ondervond ook veel moeilijkheden. Hij hield hier conventiekelen, waarover in de kerkenraad een twist ontstond. Bekend is ook zijn optreden tegen de Coccejaanse predikant David Flud van Giffen en zo verscheen in 1680 Davids Hallelu-jah. Een verklaring van Psalm 8 met een dispuut tegen de genoemde prediker die deze Psalm wel wat inlegkundig had uitgelegd. Later verzocht de uitgever er iets praktikaals aan toe te voegen en zo schreef hij een verhandeling over het genadeverbond, die verscheen in 1689 en bekend staat als Halleluja of Lof des Heeren over het Genadeverbond.

Predikant te Rotterdam

Het bekendste is zijn tijd in Rotterdam geweest, waar hij vanaf 1683 tot aan zijn dood gestaan heeft. Op 11 januari van dat jaar was Franciscus Ridderus te Rotterdam overleden en op 23 juni beriep men Wilhelmus à Brakel. Hij bedankte eerst doch na een herhaalde roeping nam hij het aan tot grote teleurstelling en verontwaardiging van kerkenraad en gemeente te Leeuwarden. Op weg naar Rotterdam werd hij op de Zuiderzee door een storm overvallen en het bericht ging al dat hij verongelukt was. Echter op 21 november in dat jaar is hij bevestigd te Rotterdam.

Persoon en prediker

Over zijn leven is ons het één en ander bekend uit de rouwpredikatie die na zijn sterven op 30 oktober 1711, door Ds. Abraham Hellenbroek gehouden is, getiteld Algemene Rouwklacht in de straten van Rotterdam over het afsterven van den heer Wilhelmus à Brakel.

Hellenbroek vertelt ons dat à Brakel een gezegende gezondheid en een sterke lichaamsgestalte had en begiftigd was met een helder verstand. Hij had een goede stem om als een Boanerges te donderen, als een Barnabas te vertroosten en als een Paulus te onderwijzen en als een Johannes lieflijk te lokken. In zijn prediking had hij een schriftuurlijke deftige stijl, bezat een schat van geleerdheid en was in de godzaligheid geoefend. Scherp wist hij de onderscheiden zielsgestalten te tekenen en de bedrogenen te ontdekken, duistere kinderen Gods op te klaren, treurenden te troosten en onzekeren te sturen.

Hij achtte een verkondiger van het Evangelie te zijn duizendmaal heerlijker dan een koningskroon. Wat het kerkelijk leven betreft was hij gezet op een strenge oefening der kerkelijke tucht en orde.

Waarachtig Verhaal van de Rekenschap
Wilhelmus à Brakel: Waarachtig verhaal van de Rekenschap.

Laatste levensjaren en overlijden

Zijn laatste preek hield hij op 30 augustus 1711 over Psalm 63:2. Hij was lichamelijk zeer afgemat en sleurde zich over de straat naar de kerk. In de middag liet hij zich rijden naar de kerk en de koster hielp hem de preekstoel op. 

In de weken voor zijn sterven, sprak hij: Hier ligt die boom die 76 jaar heeft gestaan, vele zomers en winters heeft verduurd, Jezus had hem geplant, gesteld in Zijn hof, groot gemaakt en nu neemt Hij hem weg.

In de laatste ure vroeg iemand hem hoe het was. Heel wel, sprak hij, ik rust in mijn Jezus, ik ben met Hem verenigd, ik wacht maar, dat Hij komt, doch ik onderwerp mij met alle stilheid.

De Redelijke Godsdienst

Het meest bekend is à Brakel vanwege het werk Redelijke Godsdienst, waarvan de eerste druk verscheen in 1700. De titel is ontleend aan Rom.12:1. In de 18e eeuw verschenen van dit werk 20 herdrukken. Sterk legt hij de nadruk op de beleving van het geloof en de praktijk der godzaligheid, een waardige vertegenwoordiger der Nadere Reformatie.

Het eerste deel is een dogmatiek. Het tweede deel bevat meer. een zedenleer en handelt over de wet, het gebed des Heeren, over nederigheid, zachtmoedigheid, enz. In deel drie lezen we een bedeling des Verbonds en de handelingen Gods met Zijn Kerk in het Oude Testament onder de schaduwen en in het Nieuwe Testament onder vervulling, vertoond in een verklaring van de Openbaring van Johannes. Wilhelmus à Brakel was een gematigd Chiliast. Stellig wees hij een komst van Christus vlak voor het duizendjarig rijk af. Toch zag hij een bloeitijd voor de kerk in de toekomst en een bekering van het volk Israël.

Overige geschriften en nalatenschap

Na zijn dood verscheen in 1712 De ware Christen, omvattende tien leerredenen, waar hij tekende de oprecht gelovigen die deel aan God in Christus hebben, in tegenstelling tot de huichelaar of de natuurlijk onbekeerde mens.

In een preek over Efeze 2:4-5 zegt hij dat God de ziel levend maakt door de wedergeboorte, door rechtvaardigmaking, vertroosting des Geestes en hiernamaals heerlijkmaking. Hoe duidelijk ligt hier de orde des heils verklaard.

Overzicht van zijn geschriften

  1. Bedenkingen over het Doopen voor de Doode, 1 Cor.XV:v.29 In een Predicatie voorgestelt den 2 Febr. 1710.
  2. Brief a.d. Heer N.N., behelzende een Opwekkinge en Bestieringe tot en in de Bekeeringe, Heiligmakinge, ende ’t Leven door ’t gelove op de beloften.
  3. Een Brief a.d. Ed. Heer J.C. van Bleyswijk,.. Tot antwoord op sijn Tractaet ‘Mose als een God over Aäron’.
  4. De Christelyke Loop-bane (over 1 Kor.9:24).
  5. (Davids) Hallelu-jah, Ofte Lof des Heeren (Psalm 8).
  6. De eerste beginselen der woorden Gods.. na de ordre v.d. Catechismus.
  7. De gelukzaligste mensch.. (preek over Ps.84:6-8).
  8. Een Godvruchtige Brief, ter raadgeving en bestiering aan kinderen in Christo Jesu, t.a.v. den geestelijken strijd, ter aanwas en volmaking van het geestelijk Genadeleven.
  9. De Heere Jesus Christus voor de Alleene.. Koning.. Uytgeroepen (Ps.2:6).
  10. Leere en Leydinge der Labadisten, Ontdekt en wederlegt i.e. Antw. Op Yvons Examen over onse Trouwhertige Waarschouwinge.
  11. Logiké Latreia, d.i. Redelijke Godsdienst.
  12. Een opwekkende en sielroerende predicatie tot bestier,en aanmoeding van des Heeren volk (Jes.8:19).
  13. De scrupuleuse omtrent de Communie des H. Avondtmaals in een verdorvene Kerke onderrichtet.
  14. De toekomst van Israël.
  15. Trouwhertige brief, ter onderrigtinge aan een duisteren, doodigen, kleinmoedigen.
  16. Waarachtig Verhaal van de rekenschap, gegeven van D. Wilh. à Brakel wegens zijn E. verdediging van ’t Recht der Kerke.
  17. De waare Christen, of Opregte Gelovige, hebbende Deel aan God in Christus.

Geraadpleegde bronnen

  1. Naamlijst der predikanten, sedert de Hervorming tot nu toe, in de Hervormde Gemeenten van Friesland, ds. T.A. Romeijn.
  2. Het blijvende Woord, deel 1, Gereformeerde Bijbelstichting, Leerdam.
  3. Schatkamer van de Gereformeerde Theologie in Nederland, ds. J. van der Haar.