Andrew J. Baxter waarschuwt tegen prediking waarin Christus te weinig centraal staat. Volgens hem blijft veel prediking steken bij de ellende, twijfels en innerlijke strijd van Gods volk, zonder de rijkdom van Christus’ genade en verlossing voldoende te verkondigen. Echte Evangeliebediening verheerlijkt Christus en brengt zondaren niet alleen tot kennis van hun schuld, maar ook tot de troost van Zijn genade. Het artikel roept op tot Schriftuurlijke, bevindelijke én Christocentrische prediking.
Voorwoord van de redacteur
A. Baxter (1832-1908) was predikant bij de Calvinistische Independenten. Hij diende eerst in Nottingham en later in Eastbourne. Ook was hij meer dan 30 jaar redacteur van het tijdschrift ‘The Gospel Advocate’, waaruit dit artikel is overgenomen. Zijn Evangeliebediening stond in het teken van de verheerlijking van Christus. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Ruth Bryan[1] in haar geschriften zoveel nadruk legde op een persoonlijke kennis van Jezus Christus. Ook worden de gebroeders Popham (James Kidwell en Henry)[2] nog steeds gewaardeerd om het Christocentrische karakter van hun prediking, aangezien alle drie onder zijn prediking te Nottingham hebben gezeten.
De ‘James Bourne Society’ heeft onlangs een korte biografie van Baxter gepubliceerd. Deze is geschreven door de heer T. D. Martin, en wij bevelen haar onze lezers van harte aan.
Neem deze vraag eens ter harte: Welke prediking verkondigen wij? Onder welke Evangeliebediening zit u? Is het er een waarin Jezus Christus de Eerste en de Laatste is, en Alles in allen?
Dr. M.J. Hyde (redacteur)
De huidige gebrekkige prediking
Door Andrew J. Baxter (1832-1908).
Al enige tijd drukt deze belangrijke zaak, met de kwalijke gevolgen die daaruit voortvloeien, als een zware last op ons. Wij denken nu niet aan degenen die zich bezighouden met het verkondigen van ketterij in haar verschillende schakeringen. Daardoor wordt allesbehalve Christus aan de mensen voorgesteld. Wij hebben echter het gevoel dat er velen zijn die tot de predikers van de genade worden gerekend, maar van wie de roeping tot de Evangeliebediening zeer twijfelachtig is, als hun bediening volgens de Heilige Schrift aan het Evangelie wordt getoetst. Waren allen die rondtrekken om te prediken wat doorgaat voor ‘de waarheid’ werkelijk door God gezonden, dan zou hun aantal al klein genoeg zijn. Doch wij zijn ervan overtuigd dat dit aantal tot een minimum zou worden teruggebracht, als de Heere een soortgelijke proef zou toepassen als in de dagen van Gideon. Toen werden tweeëndertigduizend teruggebracht tot driehonderd (Richteren 7:3-6). En waarom zeggen wij dit? Omdat degenen die prediken weinig of geen persoonlijke omgang schijnen te hebben met de Heere Jezus Christus, door ‘den Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis’.
Prediking zonder persoonlijke kennis van Christus
Het lijkt alsof een bepaalde groep mensen elkaar slechts napraat. Is hierin niet iets te zien van hen van wie de Heere zei: ‘Daarom, zie, Ik wil aan de profeten, spreekt de HEERE; die Mijn woorden stelen, eenieder van zijn naaste?’ (Jeremia 23:30). Wanneer wij nauwkeurig nagaan hoeveel van hen naar gebedsbijeenkomsten enz. worden gehaald, alleen omdat zij een zekere gave van het woord bezitten, zien wij iets opmerkelijks. Menigeen, die slechts een oppervlakkige bevinding heeft opgedaan, voelt een innerlijke drang om eropuit te gaan en erover te spreken. Zij zijn daarbij in de overtuiging dat zij even ver kunnen gaan en evenveel kunnen zeggen als anderen die zij hebben gehoord. En in deze overtuiging hebben zij weliswaar gelijk; maar gaan zij even ver als Gods Woord? Vormt de loutere schets van de twijfels, angsten en verleidingen van het volk des Heeren het gehele werk van Gods Geest? Of zijn de woorden van de Zaligmaker over de Geest niet waar: ‘Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen?’ (Johannes 16:14).
De gaven en roeping van de prediker
Het valt niet te ontkennen dat ‘aan elkeen’ van de leden van Christus’ lichaam, zowel predikanten als gewone gelovigen, ‘de genade gegeven [is] naar de mate der gave van Christus’. Ook heeft eenieder verscheidene gaven ‘naar de genade die ons gegeven is’, (Efeze 4:7; Romeinen 12:6). Er is daarom voor niemand ruimte om zich tegenover anderen te beroemen, hoe bevoorrecht zij ook mogen zijn. Ook is er geen grond om zich te verheffen, hoezeer zij ook gezegend zijn met omgang en gemeenschap met de Vader en Zijn Zoon, Jezus Christus. Wij spreken dus niet tegen de eenvoudigste en minst bekwame arbeider in de wijngaard van het Evangelie, die niet voorgenomen heeft ‘iets te weten onder u dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd’. Wel spreken wij tegen hen die lopen zonder door God gezonden te zijn. Daarom verkondigen zij slechts een gezicht uit hun eigen hart. Wij stellen ook dat een goed mens zijn één ding is, en een Goddelijke opdracht ontvangen om het eeuwige Evangelie te prediken iets anders. En wanneer wij zien hoe vreselijk vervallen en wettisch een groot deel is van het volk dat wij erkennen als het volk des Heeren, komen wij tot de conclusie dat dit grotendeels te wijten is aan het gebrek aan geestelijk inzicht onder hun leraren; zoals geschreven staat: ‘En gelijk het volk, alzo zal de priester wezen’ (Jesaja 24:2). Zulke leiders spelen in op het oude-Adam-deel van Sion en laten haar rusten in het vlees. Zij verkeren zelf in slavernij en hebben de zoetheid van verlossende genade en eeuwige liefde niet geproefd. Zij hebben nooit de stem van de tortelduif in het land gehoord die getuigt: ‘De winter is voorbij; de plasregen is over, hij is overgegaan’. Daarom kunnen zij niet getuigen van zulke dingen. Integendeel, zij beschouwen allen als aanmatigend die laten zien hoe de wet des Geestes in Christus Jezus hen vrijgemaakt heeft van de wet der zonde en des doods (Romeinen 8:2). Kunnen zulken door God gezonden zijn? Was er ooit een apostel of profeet gezonden zonder enige persoonlijke kennis van God in Christus als zijn eigen God? Wanneer wij (want een vergelijking is uitgesloten) de prediking van zulke mannen van God als John Hobbs[3], wijlen John Vinall[4], Samuel Turner[5] en anderen van een gelijkgestemde gezindheid, vergelijken met die van degenen over wie wij spreken, dan is het verschil even groot als dat tussen licht en duisternis.
Wanneer Christus nauwelijks wordt verkondigd
Het lijkt alsof de geest van de kerk van Korinthe (afgezien van haar gaven) iedere kleine gemeenschap van Sion heeft besmet. Wanneer zij samenkomen, heeft iedereen een psalm, een leer, een vreemde taal, een openbaring en een uitlegging (1 Korinthe 14:26). En de eigenzinnige neiging van dit element is zo sterk dat zij geen eigen herder en leraar kunnen hebben. Want steeds ‘ketelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen naar hun eigen begeerlijkheden’ – een van de tekenen van de laatste dagen (2 Timotheüs 4:3). Zie ook de verscheurende geest van onenigheid in de kerken. Hoe staat het met de kerken in Stamford en Oakham, die vroeger de eer hadden van de pastorale inspanningen van de heer Philpot[6]? En hoe staat het met die waarmee de heer Hazlerigg[7] wordt geassocieerd? Onze baptistenbroeders merken dat de hechte structuur van hun kerkorde geen bolwerk vormt tegen interne onenigheid. Nee; niets anders dan de kracht van de Geest van liefde en ootmoed kan een gemeente ooit in de band des vredes bewaren. Aan het ontbreken hiervan, en aan de heersende geest van zelfingenomenheid vanwege persoonlijke bekwaamheden, schrijven wij al deze verwarring toe. Veel onbeduidende mensen in onze kerken worden opgeblazen door de geest van Korach, Datan en Abiram. Zij komen in opstand tegen degenen wier roeping door God van de meest bijzondere aard is, zoals die drie mannen dat deden tegen Mozes en Aäron. En zij zeggen in feite: ‘Het is te veel voor u, want deze ganse vergadering, zij allen zijn heilig, en de HEERE is in het midden van hen; waarom dan verheft gijlieden u over de gemeente des HEEREN?’ (Numeri 16:3). Prediken dat moeten en zullen zij, al hebben zij niet meer te boodschappen dan Ahimaäz, die heenliep om David een boodschap over te brengen. Ware het niet vanwege het betreurenswaardige gebrek aan geestelijk inzicht onder de mensen, dan zouden zij nauwelijks als predikers van het Evangelie worden aanvaard. Een goed man vertelde ons onlangs dat hij naar een van deze predikers was gegaan, en tijdens de hele ochtendpreek werd Christus slechts vijf keer genoemd! De krankheid van de zonde was het enige onderwerp. Hij ging ’s middags opnieuw naar hem luisteren. Hij veronderstelde dat hij, aangezien de krankheid ’s ochtends zo uitvoerig was beschreven, dan van het geneesmiddel zou horen. Maar hij werd zwaar teleurgesteld, want dat was niet het geval. Is dit Evangelieprediking? Hoe komt het dat Christus door zulke mensen zo weinig naar voren wordt gebracht? Is het, dat zij Hem niet kennen, Hem niet ondervinden, en van Hem geen bevel ontvangen hebben om in Zijn Naam te spreken? ‘Indien iemand spreekt, die spreke als de woorden Gods.’ En die woorden zijn meer dan een dorre, steeds zichzelf herhalende uiteenzetting van de verdorvenheid van het hart die elk kind van God ervaart. Dit, zo dringen wij aan, behoort, wanneer het op een eenvormige wijze wordt uiteengezet, slechts gebruikt te worden tot troost voor hen die geen onderscheid kunnen maken tussen de twee naturen wanneer deze in hevig conflict met elkaar zijn. Het mag nooit een rustplaats worden voor de voeten van de duiven van onze Heere, net zomin als de drijvende dode kadavers dat waren voor de duif die door Noach was uitgezonden, waarop de raaf neerstreek en zich voedde.
De Christus-onterende dwaling van onze tijd
Maar hier ligt de Christus-onterende dwaling van deze tijd; hier ligt een van de verderfelijke zweren in Sion. De innerlijke strijd[8] van Gods volk wordt bijna uitsluitend tot hun kenmerken gemaakt, in plaats van de bezoeken, liefdesbetuigingen en rijke openbaringen van de Heere. En dit wiegt de kinderen van God in slaap zonder Christus. Wij zijn ervan overtuigd dat een dergelijke prediking tot evenveel huichelaars leidt als het tegenovergestelde uiterste. Dat uiterste is: uitsluitend stilstaan bij het werk van Christus, zonder aan te dringen op kennis van het vernederende, ontledigende en ontblotende werk van God de Heilige Geest. Er kunnen ergerlijke belijders zijn die zich verschuilen achter de afschuwelijke verdorvenheid van de zonde, zoals die door een kind van God wordt ervaren. Evenzeer kunnen er hoogmoedige belijders zijn in de eeuwige zekerheid van Sion, die nooit de plaag van hun eigen hart hebben gekend, of de zegen van een gebroken hart en een verslagen geest.
Dit kenmerk zien wij duidelijk tijdens onze bezoeken aan diverse dorpen, waar de arme mensen weinig anders horen dan: ‘Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?’ Daar houden de predikers op, alsof Paulus hierna niet volgde met de woorden: ‘Ik dank God door Jezus Christus, onzen Heere.’ Dit alles komt voort uit het feit dat deze mannen niet door God zijn onderwezen en gezonden als Zijn eigen dienaren. Daarom houden zij zich (als navolgers) vast aan slechts één kant van de Evangeliebediening van zulke eerbiedwaardige mannen als Gadsby[9], Warburton[10] en Huntington[11]. Deze mannen van God worden gevolgd in de wet, maar niet in het Evangelie; in de bediening van de dood, maar niet in de bediening des Geestes en der gerechtigheid. Het scherpe oog van Huntington doorzag deze misvatting. Daarom, toen de goede John Warburton (die verlost was door het lezen van zijn ‘Kingdom of Heaven Taken by Prayer’) een beroep op hem deed en in antwoord op diverse vragen over zichzelf sprak als een arme, verloren zondaar, enz., was Huntington niet tevreden. Hij vroeg: ‘Wat weet u van de liefde van God?’ Daar ligt de kern. En soms zouden we kunnen wenen om de verdraaiing van Harts hymnen door dezelfde misleidende middelen. Wij geloven oprecht dat er vele predikers zijn die zich bij hem zouden aansluiten door te zeggen:
O ellendige, ellendige mens.
Wat een afschuwelijke taferelen zie ik!
Ik zie, helaas, dat ik, wat ik ook doe,
Niets vermag te doen.
Maar zij zouden het aanmatigend vinden als zij iemand met hem zouden horen zeggen:
O, mijn Jezus, Gij zijt de mijne.
Met al Uw genade en kracht;
ik ben nu en zal de Uwe zijn.
Wanneer de tijd niet meer zal zijn.
Christus en Zijn genade verkondigen
‘Hoe is het goud zo verdonkerd, het goede fijne goud zo veranderd!’ Wij zullen voor niemand wijken in het strijden voor bevindelijke prediking. Wij hebben geen sympathie voor de hoogdravende figuren die tot de van zonde overtuigde ziel roepen: ‘Weg met uw twijfels en angsten!’ Wij weten heel goed dat de Heilige Geest dat wegneemt. Hij doet dat door Christus aan hen te openbaren en toe te passen. Maar wij zijn ontzet over het misbruik van de bevindelijke prediking. Kortgeleden werd ons meegedeeld dat een van de beste predikers onder de baptisten voor een bepaalde tijd was aangesteld om op een zekere plaats te prediken. Maar hij ontving een bericht waarin de aanstelling werd ingetrokken. De woorden maakten duidelijk dat hij te veel over Christus sprak en te weinig over de verdorvenheid van de zondaar. Wat zou de apostel Paulus hierop hebben gezegd? Het is zonneklaar dat voor zulke mensen de naam van Christus niet is ‘een olie die uitgestort’ wordt. ‘Och, dat Israëls verlossing uit Sion kwame! Als de HEERE de gevangenen Zijns volks zal doen wederkeren, dan zal zich Jakob verheugen, Israël zal verblijd zijn.’
Bron: Magazine The Sinner Saved, nr. 51, herfst 2025
Voetnoten van de vertaler
[1] Ruth Bryan (1805-1860) is ook in Nederland bekend geworden. Haar brieven uit Zion’s Witness (een nog steeds bestaand blad) en dagboeken die zijn vertaald geworden.
[2] De broers James Kidwell Popham (1847-1937) en Henry Popham (1852-1947) waren beide predikant in de kringen van de Strict Baptisten. Met name James is bekend geworden door het redacteurschap van The Gospel Standard (een nog steeds bestaand blad) en zijn prekenboeken.
[3] John Hobbs (1796-1871) was een blinde predikant in de lijn van William Huntington. Hij diende de gemeente dien samenkwam aan de Staining Lane te Londen vanaf 1929 tot zijn dood in 1871.
[4] John Vinall (1782-1860) diende als predikant (in de lijn van William Huntington) de Jireh Chapel te Lewes, en de Providence Chapel te Brighton.
[5] Samuel Turner (1784-1854) was predikant in de lijn van William Huntington.
[6] Joseph Charles Philpot (1802-1869), Strict Baptist predikant te Stamford en Oakham. Hij was jarenlang redacteur van The Gospel Standard. Veel van zijn preken zijn in het Nederlands vertaald. Van hem verscheen een levensbeschrijving: ‘Der pelgrims metgezel’.
[7] Grey Hazlerigg (1828-1912), afkomstig uit een heel oud en adellijk geslacht, was predikant bij de Strict Baptisten en ook kort redacteur van The Gospel Standard.
[8] Engels ‘exercises’, oefeningen, werkzaamheden. Maar in contrast met wat volgt en gezien de context van het geheel, heb ik dit vertaald met ‘innerlijke strijd’.
[9] William Gadsby (1733-1844) was een Strict Baptist predikant die zeer veel vrucht zag op zijn arbeid en door wie vele gemeenten ontstaan zijn. Hij diende eerst de gemeenten Desford in combinatie met Hinkley. Vanaf 1805 tot aan zijn dood was hij de pastor van de gemeente te Manchester. Van hem verscheen een levensbeschrijving in de Nederlandse taal.
[10] John Warburton (1776-1857) diende als Strict Baptistpredikant de gemeente van Rochdale en Trowbridge. Hij is in Nederland heel bekend geworden door zijn vertaalde autobiografie ‘Weldadigheden van een Verbondsgod’.
[11] William Huntington (1745-1813) was eerst kolensjouwer, maar werd later predikant te Londen. Verschillende gemeenten zijn door zijn prediking ontstaan. Zijn volgelingen werden Huntingtonians genoemd. Velen van hen gingen later over tot de Strict Baptisten hoewel Huntington geen baptist was. Philpot achtte hem zeer hoog. Tijdens een van zijn laatste preken zei hij: U zult de kolensjouwer niet lang meer bij u hebben en als ik zal zijn heengegaan zal er geen ander in mijn plaats komen. Hij was ervan overtuigd dat na zijn dood zijn gemeente uiteen zou vallen. Helaas zijn die woorden in vervulling gegaan. Achter zijn naam plaatste hij S.S. (Saved Sinner – geredde zondaar). Van Huntington zijn enkele boeken in het Nederlands vertaald.
Dit artikel is geplaatst binnen de categorie Actueel.
Meer reformatorische artikelen lezen? Bezoek de blogpagina of ontdek onze boekwinkel.