In dit vierde deel over de grammaticaal-historisch-geestelijke methode van Bijbeluitleg wordt benadrukt dat ware Schriftuitleg niet alleen een zaak is van taal en historische context, maar vooral van geestelijk verstaan. De Bijbel moet verklaard worden in afhankelijkheid van de Heilige Geest, Die de diepere betekenis opent voor het hart van de gelovige. Zonder deze geestelijke dimensie blijft uitleg oppervlakkig en onvolledig. De juiste methode verenigt daarom nauwkeurige exegese met een levende, geestelijke toepassing, zodat Gods Woord niet alleen begrepen, maar ook beleefd wordt.
Prof. Douglas Kuiper is hoogleraar Kerkgeschiedenis en Nieuw Testament aan het Protestant Reformed Theological Seminary, en lid van de Trinity PRC in Hudsonville, Michigan.
Waarom is dit de juiste methode?
In de vorige drie artikelen is de grammaticaal-historisch-geestelijke (GHS) methode voor Bijbeluitleg uiteengezet. In dit artikel wordt uitgelegd waarom deze methode de juiste is.
Voordat we verdergaan, moeten we twee dingen onthouden. Ten eerste is mijn stelling niet dat de term ‘GHS’ de enige juiste benaming is, maar dat de methode waarnaar zij verwijst de enige juiste methode is. Sommigen gebruiken een soortgelijke benaming (grammaticaal-historisch kritisch) voor een onjuist methode, terwijl anderen een andere term gebruiken voor wezenlijk dezelfde methode als die welke ik hier bepleit. Het gaat om de methode.
Ten tweede wordt in deze artikelen niet gesteld dat twee personen die de GHS-methode gebruiken, altijd in alles zullen overeenstemmen ten aanzien van de betekenis van een tekst. Bijbeluitleggers kunnen fouten maken die leiden tot een verkeerd verstaan van de tekst. Ook zal geen enkel mens ooit alles in een tekst zien. Maar het punt is dat degenen die de GHS-methode niet gebruiken, de tekst niet goed zullen begrijpen.
De aanwezigheid van vele verkeerde methoden
Veel hedendaagse geleerden zullen het oneens zijn met de stelling dat er slechts één juiste hermeneutische methode is. Zij menen dat een verscheidenheid van methoden juist wenselijk is. De lezer zal beter begrijpen dat er slechts één juiste methode is, wanneer hij enkele van deze andere methoden leert kennen en inziet waarom zij onjuist zijn.
Allegorie
In de oude en middeleeuwse perioden van de christelijke geschiedenis was de allegorie de belangrijkste methode van uitleg. De allegorie stelt de letterlijke betekenis van een woord terzijde ten gunste van een willekeurige geestelijke betekenis. De kerkvader Hippolytus (170–236) bijvoorbeeld begreep terecht dat Genesis 49:8–12 een Messiaanse profetie was. Maar dit bracht hem ertoe twee fouten te maken: hij deed geen recht aan de vervulling van de profetie voor Juda en zijn stam, en hij gaf een zinnebeeldige voorstelling van bepaalde woorden.
Hier volgt zijn commentaar op Genesis 49:11:
‘Hij bindt zijn jonge ezel aan den wijnstok.’ Dat betekent dat Hij Zijn volk uit de besnijdenis met Zich verenigt door Zijn roeping. Want Hij was de wijnstok. ‘En het veulen zijner ezelin aan den edelsten wijnstok’ dat duidt op het volk der heidenen, daar Hij de besnedenen en onbesnedenen tot één geloof roept.
Hippolytus had een juiste leerstellige opvatting over de vereniging van Christus met uitverkoren Joden en heidenen. Maar hij probeerde deze leer in deze tekst te vinden door de termen ‘wijnstok’, ‘ezel’ en ‘veulen’ zinnebeeldig op te vatten. De tekst leert in werkelijkheid niet wat hij beweert.
Het herkennen van allegorie kan moeilijk zijn. De Schrift gebruikt soms het woord ‘wijnstok’ als een symbool voor iets anders, zoals Israël (Psalm 80); in dit geval betekent het woord ‘wijnstok’ meer dan alleen een grote vruchtdragende plant. Ook kan een juist begrip en juiste toepassing van typologie leiden tot het vinden van een diepere betekenis dan alleen de uiterlijke. Het verschil is echter dat de Schrift zelf symboliek en typologie rechtvaardigt, maar niet de allegorie zoals die door de vroege kerkvaders werd gebruikt.
Daarom betekent het stellen dat de GHS-methode de enige juiste methode is, dat men de allegorische methode verwerpt. De belangrijkste fout van deze methode is dat zij aan woorden een onnatuurlijke betekenis toekent om een Evangelische les of toepassing te ondersteunen. Zij probeert recht te doen aan het geestelijke aspect van Bijbelinterpretatie, maar gebruikt de grammaticale en historische verkeerd. Allegoristen wilden Christus in een tekst vinden – en dat is prijzenswaardig – maar zij vonden Hem vaak waar Hij niet was – in een woord of zin waarvan zij de betekenis verdraaiden.
Historisch-kritische methoden
Sinds de Verlichting in de 18e eeuw, en zelfs al vanaf de opkomst van het socinianisme in de 16e eeuw, zijn er andere methoden voor Bijbeluitleg ontstaan. De meeste daarvan hebben het woord ‘kritiek’[1] in hun naam: vormkritiek, redactionele kritiek, literaire kritiek, historische kritiek, genrekritiek, traditiekritiek. Twee andere termen en methoden die het woord ‘kritiek’ niet bevatten, zijn ‘ontmythologiseren’ en de ‘Nieuwe Hermeneutiek’.
Andere vormen van kritiek richten zich op de toehoorder of lezer: lezersresponskritiek, Afro-Amerikaanse kritiek, culturele kritiek en feministische kritiek. Weer andere benaderen de Schrift vanuit een bepaald filosofisch of sociologisch perspectief: bevrijdingstheologische kritiek en marxistische kritiek. Elk heeft unieke vooronderstellingen met betrekking tot de Bijbel en methoden om deze uit te leggen.
Elk van deze termen vertegenwoordigt een uitlegmethode, zodat het geven van voorbeelden meerdere artikelen zou vergen. Ten diepste gaan deze methoden ervan uit dat de Bijbel een menselijk boek is, geschreven door mensen die menselijke ideeën over God hebben opgetekend. De Bijbel is een verzameling van godsdienstige opvattingen en niet Gods geïnspireerde openbaring van Zichzelf aan Zijn volk. Daaruit volgt dat zij het fundamentele beginsel van de uitleg ontkennen: dat de Schrift de Schrift verklaart. De Bijbel kan zichzelf niet verklaren als het slechts bestaat uit woorden van verschillende mensen door de eeuwen heen, omdat het dan een samenhangende eenheid mist. Ook hebben deze methoden als gevolg dat ze het geestelijke aspect van interpretatie niet toestaan.
Sommige van deze benaderingen lijken aanvankelijk wel rekening te houden met de grammatica en geschiedenis van de Bijbel, maar ze doen geen recht aan de grammaticale en historische aspecten van de GHS-methode. Ten eerste – en in het algemeen gesproken bij de beoordeling van diverse methoden – houden zij zich niet bezig met de afzonderlijke woorden en zinsdelen van de Bijbel, maar met de grotere delen en de uiteindelijke vorm ervan. Hoe is de Bijbel tot ons gekomen in de vorm waarin wij hem nu hebben? Wie heeft de Bijbel tot deze uiteindelijke vorm samengesteld? Welke bronnen hebben de samenstellers gebruikt? (Het antwoord op deze vraag is meestal een aanname, omdat men het erover eens is dat wij geen toegang meer hebben tot deze bronnen.)
Soms houden deze methoden op de juiste wijze rekening met het historische verband van de Bijbel. In andere gevallen doen ze dat niet, omdat ze stellen dat het eigen getuigenis van de Bijbel over haar historische context niet als waar mag worden aangenomen. Neem bijvoorbeeld de beweging de bekendstaat als de ‘New Perspectives on Paul’. Deze herschrijft het historische en culturele verband waarin Paulus zijn brieven schreef volledig, en stelt het historische verband en de kwesties die Paulus aan de orde stelt op een heel andere manier voor.
Eerder heb ik gezegd dat veel geleerden bezwaar maken tegen de gedachte dat er slechts één juiste methode van uitleg bestaat. Toch sluiten vele van deze benaderingen andere benaderingen uit; soms hebben zij juist nieuwe methoden ontwikkeld omdat zij bestaande methoden ontoereikend achtten. Zelfs sommigen die de GHS-methode verwerpen, zullen beweren dat één methode van uitleg de voorkeur verdient.
Door de GHS-interpretatiemethode als de enige juiste methode te presenteren, verwerpen we dus vele andere methoden. Maar waarom is juist deze methode de enige juiste?
Redenen waarom de GHS-methode de juiste is
Ten eerste beschouwt deze methode de Bijbel als de geïnspireerde openbaring van God aan Zijn volk. De historisch-kritische methoden delen deze visie op de Schrift niet. De allegorie doet dit vaak wel (dit hangt af van de allegorist, maar de kerkvaders van de oude kerk hadden hoge achting voor de Schrift), maar, zoals we gezien hebben, gaat zij anders om met de woorden en de grammatica van de tekst – wat ons bij de tweede reden brengt.
De tweede reden is dat de Schrift de openbaring van God is, door God, aan Zijn volk in alle tijden en elke cultuur – en alleen de GHS-methode doet recht aan dit punt, in elk van haar drie aspecten.
In deze reden liggen drie punten opgesloten. Ten eerste is de Schrift Gods openbaring van Zichzelf. Zijn openbaring is één, samenhangend en duidelijk. Het gebruik van verschillende, en in het bijzonder verkeerde methoden zal ons belemmeren of verhinderen Hem recht te kennen.
Ten tweede is Gods openbaring duidelijk; zij is een licht (Ps. 119:105, 2 Petr. 1:19). Deze duidelijkheid is niet zichtbaar wanneer Schriftgedeelten vele verschillende betekenissen kunnen hebben. Alleen wanneer er één methode van Schriftuitleg is, die ons brengt tot het verstaan van de belangrijkste kern van het Evangelie in een tekst, komt deze duidelijkheid aan het licht.
Ten derde maakt het feit dat Zijn volk in elke tijd en in elke cultuur gevonden wordt, het noodzakelijk dat er één manier is om de Bijbel te interpreteren. Tegenwoordig meent men dat de Bijbel in de ene cultuur of tijd iets anders betekent dan in een andere cultuur of tijd. (Ik gebruik hier met opzet het woord ‘betekent’ en niet ‘toegepast wordt.’ De toepassingen van geopenbaarde waarheden en geboden kunnen verschillen van cultuur tot cultuur en van tijd tot tijd, maar de betekenis ervan verandert niet.) Alleen wanneer mensen in elke tijd en in elke cultuur dezelfde deugdelijke methode van Bijbeluitleg gebruiken, kan de kerk overal en altijd Gods Woord verstaan. Kortom, als de kerk van alle tijden en plaatsen niet één juiste manier kent om de Bijbel uit te leggen, zal zij de plank misslaan in haar kennis van de God Die Zichzelf openbaart.
Alleen de GHS-methode stelt de Schrift voor als Gods Woord aan de mens in alle drie aspecten. God heeft tot ons gesproken in menselijke taal, op het niveau van grammatica en woordenschat, Zich aanpassend aan ons, opdat wij Hem kunnen begrijpen. Indien wij de woorden verdraaien of de uitdrukkingen van een menselijke spreker verkeerd begrijpen, zullen wij deze niet verstaan. Zo is het ook met Gods Woord. Ten tweede geeft het historische aspect aan, dat Gods Woord in een specifieke historische context tot de kerk komt. En het geestelijke aspect erkent dat de woorden, hoewel door mensen opgeschreven, die van de Heilige Geest Zelf zijn, en dat daarom de ware betekenis van een Schriftgedeelte datgene is wat de Heilige Geest bedoelt.
De derde reden is dat alleen deze methode ons helpt om Christus in een Schriftgedeelte in de juiste zin te vinden. De betekenis die de Heilige Geest aan een Schriftgedeelte geeft, heeft betrekking op het verlossingswerk van God in Christus. Wanneer men alleen acht geeft op het grammaticale en historische aspect van de uitleg, maar het geestelijke aspect veronachtzaamt, zal men niet de bijzondere openbaring van Gods genade in Christus ontdekken die een bepaald Schriftgedeelte geeft. De toevoeging van het geestelijke aspect aan de andere twee stelt iemand in staat het Evangelie te vinden.
Ten slotte is het alleen deze methode die de uitlegger toerust om het Schriftgedeelte op de juiste wijze toe te passen. Een verkeerde verstaan van een Schriftgedeelte, hetzij met betrekking tot de betekenis van de woorden, de historische context of de betekenis die de Geest eraan geeft, zal leiden tot een onjuiste toepassing van de tekst. Gods gebod ‘Gij zult niet doodslaan’ verbiedt niet het doden van vijanden in een oorlog of door de doodstraf. Dit blijkt duidelijk uit de woordkeuze: het Hebreeuwse woord dat in het zesde gebod met ‘doodslaan’ is vertaald, is niet het enige Hebreeuwse woord dat het nemen van iemands leven aanduidt, maar ziet meer in het bijzonder op een vorm van doden die met voorbedachten rade geschiedt, te voorkomen is en op zichzelf onrechtmatig is. De meeste lezers kennen het Hebreeuws niet, maar toch hebben zij een aanwijzing, wanneer zij gebruik maken van het historische aspect van de uitleg en door te letten op het contextuele aspect: dezelfde God Die de Tien Geboden op de Sinaï gaf, gebood Israël ook om zijn vijanden te doden en zijn eigen volksgenoten die Gods wet overtraden. Het juiste gebruik van de uitlegmethode die ik voorsta, stelt de lezer in staat deze zaken te verstaan.
Bijbelse grondslag
De Bijbel zelf zet enkele grondbeginselen voor de uitleg uiteen en bevat voorbeelden daarvan. Zowel de vermaningen als de voorbeelden laten zien dat de GHS-methode deugdelijk is.
Paulus spoorde Timotheüs aan om het woord der waarheid ‘recht te snijden’ (2 Timotheüs 2:15), in een verband waarin hij waarschuwt tegen hen die twisten over woorden zonder nut, maar tot verkering van de toehoorders, en die ongoddelijk ijdel roepen bevorderen (2:14, 16). De Schrift onderkent daarmee dat er een verkeerde en een juiste manier is om de Schrift uit te leggen.
Toen Jozef de droom van Farao uitlegde, en Daniël die van Nebukadnezar, stelde geen van beide profeten verschillende mogelijke verklaringen voor; beiden gaven duidelijk te kennen dat de droom één betekenis had en gebruikten in wezen dezelfde methode om die betekenis te bepalen. In die gevallen openbaarde God Zelf de uitleg aan Zijn profeten.
Wanneer Jezus en de apostelen het Oude Testament aanhaalden of uitlegden, stelden zij geen meerdere mogelijke betekenissen voor om de droom te verstaan, maar gebruiken zij het duidelijk en bepaald als een Woord met één vaste betekenis.
Met andere woorden, de geïnspireerde schrijvers van het Nieuwe Testament geven door hun wijze van uitleg van het Oude Testament te kennen dat er één juiste wijze is om de Bijbel te verstaan.
Steeds letten zij op de woorden die de Geest gebruikt heeft en verstaan die woorden in hun juiste betekenis. Zij doen recht aan het grammaticale aspect. Steeds verstaan zij die woorden in het licht van hun historische achtergrond. En steeds brengen zij de bedoeling van de Geest naar voren.
Soms leidde hun aandacht voor de bedoeling van de Geest ertoe dat zij opmerkelijke inzichten naar voren brachten die de oudtestamentische heiligen mogelijk niet hebben gezien. Mattheüs 2:6 verklaart dat het kleine stadje Bethlehem ‘geenszins de minste’ was onder de vorsten van Juda, terwijl Micha 5:2 het aanduidt als ‘klein om te wezen onder de duizenden van Juda.’ Ziet u echter dat beide uitspraken de bedoeling van de Geest weergeven? Wat de bevolking betreft was het stadje klein, niet meer dan een dorp of gehucht. Maar in Gods heilsplan werd het verhoogd: onze Zaligmaker werd daar geboren. Eveneens citeert Mattheüs 2:15 Hosea 11:1: ‘Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.’ Hosea spreekt over Israël, terwijl Mattheüs spreekt over Jezus. Toch zijn, hoewel in verschillende zin, zowel Israël als Jezus Gods Zoon — Jezus zowel naar Zijn Goddelijke als naar Zijn menselijke natuur, en Israël naar zijn bijzondere plaats in Gods verbond.
Het punt is dat, wanneer de schrijvers van het Nieuwe Testament het Oude Testament niet woordelijk schijnen weer te geven, zij toch de bedoeling van de Heilige Geest uitdrukken. En zij doen dat niet door middel van allegorie.
Hiermee besluit ik mijn uiteenzetting over de juiste methode van Schriftuitleg.
[1] Engels: ‘criticism’. Dit kan ook vertaald worden met ‘methode’, in de zin van: onderzoek of analyse van teksten.
Bron: The Standard Bearer, mei 2025
Dit artikel is geplaatst binnen de categorie Bijbel & Schrift.
Meer reformatorische artikelen lezen? Bezoek de blogpagina of ontdek onze boekwinkel.