De analogie van het geloof is een belangrijk beginsel voor het verstaan en uitleggen van de Heilige Schrift. Moeilijkere Schriftgedeelten moeten worden verstaan in het licht van andere, duidelijkere plaatsen in Gods Woord. Dit beginsel werd tijdens de Reformatie steeds duidelijker verwoord en kreeg ook een plaats in de gereformeerde belijdenisgeschriften.
Geschreven door de heer Larry Brigden, Editorial Consultant.
In het jaarverslag van vorig jaar [2014] werd gewezen op het belang van de geestelijke bekwaamheden van een toekomstige vertaler. Dergelijke bekwaamheden zijn van belang omdat het vertaalwerk niet louter een technische bezigheid is, waarvoor slechts een goede kennis van de Bijbelse talen Hebreeuws, Aramees en Grieks vereist is, maar ook een ‘geestelijk’ werk is, dat alleen naar behoren kan worden verricht door iemand die ‘geestelijke dingen’ kan onderscheiden (1 Korinthe 2:13). De ‘natuurlijke mens begrijpt niet de dingen die des Geestes Gods zijn’ (1 Korinthe 2:14). Hij is daarom volstrekt ongeschikt voor zulk werk, zelfs als hij een goede kennis van de Bijbelse talen bezit. De ‘natuurlijke mens’ zal bij het vertaalwerk geen rekening houden met Bijbelse beginselen, terwijl de ‘geestelijke’ mens voortdurend aandacht aan dergelijke beginselen zal schenken en zich erdoor zal laten leiden.
Een van de Bijbelse beginselen die bij het vertaalwerk van groot belang zijn, is het vergelijken van de Schrift met de Schrift om tot een juist verstaan en een juiste vertaling van een vers te komen. Een vertaling die technisch gezien mogelijk is, maar in strijd is met de leer van de rest van de Schrift, is onaanvaardbaar. Aangezien ‘al de Schrift van God is ingegeven’ (2 Timotheüs 3:16) en een openbaring is van Gods gedachten, kan geen enkel deel van de Schrift op juiste wijze worden uitgelegd als het in tegenspraak is met het duidelijke getuigenis van andere delen. Omdat de Heere met één stem spreekt en altijd in overeenstemming is met Zichzelf, moet de Schrift een samenhangend geheel vormen. Het beginsel dat daarom bij het werk van uitleg en vertaling moet worden toegepast, is dat de Schrift door de Schrift moet worden uitgelegd.
Dit beginsel van het uitleggen van de Schrift door de Schrift kwam prominent naar voren ten tijde van de Reformatie en wordt ‘de analogie van het geloof’ genoemd. De term ‘de analogie van het geloof’ is gebaseerd op de woorden van Paulus in Romeinen 12:7: ‘Hetzij profetie, naar de mate des geloofs’, waarbij het Griekse woord voor ‘mate’ ‘αναλογια’ is, waaraan het woord ‘analogie’1 is ontleend.
Het beginsel van ‘de analogie van het geloof’ vloeide op natuurlijke wijze voort uit dat andere belangrijke beginsel van de Reformatie, sola scriptura (alleen de Schrift). Dit beginsel erkende geen autoriteit boven of naast de Schrift, maar kende de uiteindelijke autoriteit uitsluitend aan de Schrift toe. Het beginsel van ‘de analogie van het geloof’ is met name van belang bij het bepalen hoe de Schrift moet worden uitgelegd en vertaald, in het bijzonder wanneer het gaat om moeilijkere delen van de Schrift. De Schrift is niet overal even duidelijk; sommige Schriftgedeelten zijn moeilijker te begrijpen dan andere. De godgeleerden van Westminster erkenden dit feit:
Niet alle zaken in de Schrift zijn op zichzelf even duidelijk, en evenmin zij ze voor iedereen even duidelijk.
— Geloofsbelijdenis van Westminster, artikel 1.7
Hoe moeten wij dan de moeilijkere passages in de Schrift uitleggen?
De protestantse reformatoren stelden terecht dat, aangezien de Schrift in alle zaken het hoogste gezag is, de Schrift haar eigen uitlegger moet zijn. De moeilijkere Schriftgedeelten moeten daarom worden opgevat in overeenstemming met die plaatsen die duidelijker spreken. De moeilijkere plaatsen mogen in geen geval een betekenis krijgen die rechtstreeks in strijd is met de rest van de Schrift.
Dit beginsel van de ‘analogie van het geloof’ werd door de reformatoren verwoord in de ondergeschikte belijdenisgeschriften van de protestantse, gereformeerde kerken. Zo bevatten de Negenendertig Artikelen van de Kerk van Engeland (1563) de volgende verklaring:
Evenmin mag zij [de kerk] een plaats uit de Schrift zodanig uitleggen dat deze in strijd is met een andere.
— Negenendertig Artikelen van de Kerk van Engeland, artikel XX
De Tweede Helvetische Confessie (1562) geeft een uitgebreidere uiteenzetting van dit beginsel:
Evenmin mag zij [de kerk] een plaats uit de Schrift zodanig uitleggen dat deze in strijd is met een andere.Maar wij zijn van mening dat de uitleg van de Schrift orthodox en authentiek is wanneer deze aan de Schrift zelf wordt ontleend (aan de aard van de taal waarin zij is geschreven, evenals aan de omstandigheden waaronder zij is opgetekend), wanneer zij wordt uitgelegd in het licht van Schriftgedeelten die wel en niet over hetzelfde onderwerp spreken, evenals van meerdere en duidelijkere Schriftgedeelten, en wanneer zij in overeenstemming is met de regel van het geloof en de liefde en in hoge mate bijdraagt aan de eer van God en de zaligheid van de mens.
— Tweede Helvetische Confessie, hoofdstuk II
De Geloofsbelijdenis van Westminster (1646) verwoordt hetzelfde beginsel als volgt:
De onfeilbare regel voor de uitleg van de Schrift is de Schrift zelf. Wanneer er dus twijfel bestaat over de ware en volledige betekenis van een Schriftgedeelte (die niet veelvoudig, maar één is), moet deze worden onderzocht en verstaan aan de hand van andere Schriftgedeelten die duidelijker spreken.
— Geloofsbelijdenis van Westminster, artikel 1.9
‘De analogie van het geloof’ is een belangrijk Bijbels principe voor de uitleg en vertaling van de Schrift. Het is een principe dat voortdurend wordt toegepast in het vertaalwerk van de TBS.
Voetnoten
[1] Grieks: analogian. Zie Statenvertaling, kanttekening 30 bij deze tekst.
Bron: Quarterly Record 2015, nummer 612.
Dit artikel is geplaatst binnen de categorie Bijbel & Schrift.
Meer reformatorische artikelen lezen? Bezoek de blogpagina of ontdek onze boekwinkel.