Het Amerikaanse kerkblad The Standard Bearer heeft een heel nummer gewijd aan kinderen en volwassenen met een beperking die speciale zorg nodig hebben. Verschillende ouders vertellen eerlijk over hun moeite en zorgen, verdriet en opstand en ook rouw bij het verlies van hun kind. Ze mogen ook vertellen over Gods gewisse bijstand en hulp in hun kruis en over de zegen die zij daarin ervaren hebben. Enkele mensen vertellen ook zelf hoe zij hun beperking ervaren. Een daarvan is mevr. Kris Moelker, van wie u hier haar getuigenis leest.
Een leven onder Gods voorzienigheid
In Zijn oneindige wijsheid en naar Zijn welbehagen heeft onze hemelse Vader mij geschapen met een korte navelstreng, waarvan Hij had bepaald dat deze zich vlak voor mijn geboorte om mijn nek zou wikkelen, waardoor ik zuurstoftekort zou krijgen. Om Zijn macht en heerlijkheid te openbaren, heeft Hij het leven van een kersverse moeder en haar baby gespaard. Op die Goede Vrijdagmorgen, in het begin van de jaren zeventig, schonk Hij twee kersverse ouders, gezinsuitbreiding, de kerkgemeenschap en de bredere gemeenschap van gelovigen de beproeving en zegen van een bijzonder kind met cerebrale parese (CP)[1]. Elk detail van die ochtend en mijn gehele leven heeft onze hemelse Vader bepaald, gebruikt en zal Hij blijven gebruiken om mij te vormen voor mijn plaats in de kerk, die het lichaam van Christus is.
Dagelijkse beproevingen en afhankelijkheid
Terwijl ik enkele van de beproevingen opsom waarmee ik dagelijks te maken heb, bid ik dat dit de lezer een beeld mag geven van de worstelingen die God mij doet ondergaan.
Ik spreek langzaam en ben moeilijk te verstaan. Tenzij de luisteraars zich concentreren op wat ik zeg, moeten zij mij wellicht vragen om iets te herhalen of de woorden die ik uitspreek te spellen. Lopen is moeilijk vanwege mijn zwakke spieren en slechte evenwicht, maar het is mogelijk met hulp van een dierbare of met behulp van een tweewielige rollator. Ik heb niet de kracht om mij zelfstandig snel te verplaatsen, tenzij ik in mijn elektrische rolstoel rijd. Mijn handen zijn traag bij het uitvoeren van taken, dus ik heb moeite om mijn handtekening op een verjaardagskaart of een belangrijk document te zetten, knopen of ritsen dicht te maken, of een losse schoenveter te strikken. Tijdens de maaltijden ben ik aangewezen op mijn ouders, familieleden of vrienden om mijn eten klaar te maken, het op een bord met een speciale rand te leggen, mijn eten in stukjes te snijden en mij een speciale ‘vorklepel’[2] te geven, zodat ik het eten kan opscheppen en in mijn mond kan brengen. Om te drinken moet er een rietje in de juiste afstand in het glas zitten, zodat ik de drank kan opzuigen zonder de inhoud te morsen. Mijn spiercoördinatie kost mij moeite vanaf het moment dat ik wakker word tot het moment dat God mij zegent met een vredige slaap. Ik moet mij bewust concentreren terwijl mijn hersenen, spieren en mijn hele lichaam ieder moment van elke dag samen hard moeten werken.
Strijd met angst en depressie
Op verschillende momenten in mijn leven heeft God mij worstelingen met angst en depressie doen ontmoeten. In Zijn volmaakte wijsheid bracht God mij in het begin van mijn vijftiger jaren in een donkere put. Ik was wanhopig en wilde dat Hij mij ten hemel zou opnemen. Mijn ouders, broers en zussen, ouderlingen, diakenen, predikant, vrienden en artsen brachten mij het Woord tijdens hun bezoeken, stuurden mij sms’jes en e-mails en schreven medicijnen voor, maar ik zakte steeds dieper weg in de put. God redde mij uit de put door middel van vijf maanden bijbelse therapie. Vanwege mijn toestand begeleidde mijn bijbelse therapeut mij thuis. Ik loof God dat Hij bijbelse therapie heeft gebruikt om mij te veranderen van een angstige vrouw die met CP leeft, in een vrouw die met CP leeft en die in mijn dagelijkse wandel met Hem nog meer op Jezus steunt.
Gods genade in de weg van beproeving
Terugkijkend op deze donkere periode in mijn leven, zie ik hoe mijn genadige, barmhartige Vader mij in Zijn liefde voor mij mijn trots ontnam. God maakte mij meer bewust van mijn volledige afhankelijkheid van Hem voor kracht naar lichaam, geest en ziel. Zijn tuchtigende hand toonde mij de lelijkheid van mijn zonde: het niet vertrouwen op Zijn wijsheid bij het bepalen en uitvoeren van elk detail van mijn leven volgens Zijn raad. Hij herinnerde mij eraan hoe hulpeloos ik ben door langzaam mijn ijver en kracht weg te nemen, waardoor ik meer moeite had om ’s ochtends vroeg op te staan, van mijn bed naar mijn rolstoel over te stappen, mijzelf aan te kleden en Hem vreugdevol te dienen, zowel thuis als tijdens openbare samenkomsten. God beperkte mijn vermogen om 20 uur per week te werken tot 8-10 uur per week vanuit huis als gegevensinvoerder bij Vibration Research. Op Zijn tijd herstelde Hij deze zegeningen, terwijl Hij mij leerde om in alle dingen op Hem te steunen en op Hem te vertrouwen.
Nu ik de middelbare leeftijd heb bereikt, ben ik ervan onder de indruk hoe genadig en lankmoedig mijn hemelse Vader is geweest in Zijn zorg voor mij. Ik ben hulpelozer dan veel andere mensen. Mijn Vader weet dit, want dit is van alle eeuwigheid Zijn bedoeling met mij geweest. Ik merk Zijn ontferming over mij wanneer ik met het oog van het geloof naar Hem zie. Psalm 103 vers 13 en 14 herinnert mij hieraan: ‘Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen die Hem vrezen. Want Hij weet wat maaksel wij zijn, gedachtig zijnde dat wij stof zijn.
De zegen van ouders en gemeente
Wat een zegen om ouders [Dave en Bonnie] te hebben die mij de liefde van Christus hebben kunnen tonen door hun talenten, tijd en energie in te zetten om al meer dan 50 jaar in mijn lichamelijke, emotionele en geestelijke behoeften te voorzien. Als leden van de kerk hebben zij mij als zuigeling liefdevol ten doop gehouden en de middelen gebruikt die God hun gaf om hun geloften te houden.
Een bijzondere plaats in het lichaam van Christus
Wat een zegen om in de jaren zeventig, tachtig en negentig op te groeien als dochter van de Koning, in een tijd waarin de kerk- en schoolgemeenschap waar ik woon net begon te leren hoe zij leden, leerlingen en naasten met speciale behoeften konden omarmen en laten integreren. Vanaf mijn kindertijd tot op de dag van vandaag heb ik de zegen gehad om op vele dagen des Heeren samen met mijn familie en kerkgezin God openlijk te dienen in Zijn huis. God heeft mij de zegen geschonken om vele zondagsschoolklassen, catechisaties en verenigingsbijeenkomsten bij te wonen. God gebruikte de toewijding en steun van mijn ouders om mij vanuit mijn klas voor speciaal onderwijs op de openbare school te integreren in de Hope Protestant Reformed Christian School en de Covenant Christian High School, waar ik negen jaar christelijk onderwijs genoot in dezelfde klaslokalen als mijn broers en zussen, neven en nichten en andere kinderen uit mijn kerk. Wat een zegen dat ik de kracht had om drie jaar college te volgen en zo een diploma te halen.
‘Kris, je hebt een bijzondere plek in onze Hope Church-gemeenschap.’ ‘Kris, we stellen de sms’jes die je ons stuurt op onze verjaardagen en jubilea zeer op prijs.’ ‘We genieten van de glimlach op je gezicht die we zien als we elke zondag langs je lopen op weg naar onze zitplaats.’ ‘Wij waarderen je gebeden en je bemoedigende woorden.’ Dit zijn enkele voorbeelden van bemoedigende opmerkingen die ik heb gehoord van familieleden en medeleden van de Hope PRC, waarvan ik al mijn hele leven lid ben. Opmerkingen als deze hebben als lid met speciale behoeften van de Hope-kerk zoveel voor mij betekend. God heeft ze gebruikt om Zijn heerlijkheid te tonen in mijn unieke plaats in het lichaam van Christus.
Een oproep tot gebed en bemoediging
Broeders en zusters in Christus, bedenk dat alle kinderen van God een bijzondere plaats innemen in het lichaam van Christus. Alle leden met een beperking, onze gezinnen en onze verzorgers hebben uw bemoediging en gebeden nodig. Bid alstublieft voor de leden met een beperking, hun gezinnen en verzorgers – zowel in uw persoonlijke gebeden als tijdens uw huisgodsdienst en in de gebeden van uw gemeente. ‘En de Koning zal antwoorden en tot hen zeggen: Voorwaar zeg Ik u, voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan’ (Matth. 25:40).
[1] Een ontwikkelingsstoornis door een hersenbeschadiging als gevolg van zuurstofgebrek die leidt tot problemen met bewegen en spierkracht.
[2] Engels: ‘Spork’ (spoon/fork), een combinatie van een lepel en vork.
Bron: The Standard Bearer, mei 2026 (een special nummer geheel gewijd aan mensen met een beperking die extra zorg nodig hebben). Geschreven door Kris Moelker, dochter van Dave en Bonnie Moelker en lid van de Hope PRC in Walker, Michigan.
Dit artikel is geplaatst binnen de categorie Leer & Leven.
Meer reformatorische artikelen lezen? Bezoek de blogpagina of ontdek onze boekwinkel.