Deze pastorale brief van ds. M.J. Hyde geeft een goed beeld van de wijze van avondmaalvieren in de gemeenten van de Strict Baptisten. De pastor schrijft aan iemand die pas tijdens de vergadering van de gemeente (mannen en vrouwen) zijn geloof heeft beleden door middel van een verslag van zijn bekering. Door de doop door onderdompeling is deze persoon lid van de kerk geworden en zal hij nu voor het eerst aan het Avondmaal deelnemen. De predikant geeft onderwijs over het doel van het Nachtmaal, wat de verhinderingen zijn, en hoe het met vrucht gevierd kan worden. Het Avondmaal wordt in deze kringen maandelijks gevierd, meestal op de eerste zondag van de maand.
Geliefde ---
Ik zie ernaar uit u op de dag des Heeren als lid van de gemeente te mogen verwelkomen en u voor het eerst op uw plaats te zien te midden van de gemeenteleden. Ik hoop dat u zult voelen dat dit uw rechtmatige plaats is en dat u in uw hart ware liefde zult vinden voor uw Zaligmaker en uw broeders en zusters in Christus.
Het belangrijkste doel van het Avondmaal wordt weergegeven in de instellingswoorden: ‘Doet dat tot Mijn gedachtenis.’ Wij komen aan de tafel ter gedachtenis van Jezus. Denk niet te veel aan uzelf, uw zonden of uw toestand, maar probeer Jezus te gedenken. Wij vergeten Hem maar al te vaak! Wij zijn te veel met onszelf bezig en raken te veel in beslag genomen door de wereld. De juiste manier om het Avondmaal te houden, is te trachten aan Jezus te denken, met name aan Zijn lijden, terwijl u aan de tafel zit.
Voorbereiding is nuttig. Probeer aan Hem te denken voordat u aan de tafel komt, en denk aan een Bijbelvers terwijl u het brood en de wijn ontvangt. Misschien een vers uit Jesaja 53, Psalm 22, Johannes 17, Mattheüs 27 of een verwant Schriftgedeelte. Ik bid altijd dat de Heere mij wil leiden en helpen om tijdens de dienst ‘Jezus Christus en Dien gekruisigd’ te prediken, dus ik hoop dat er iets uit de preek is dat u kunt meenemen naar de tafel. Het voorgelezen Schriftgedeelte en de toespraak aan tafel moeten erop gericht zijn u ook te helpen Hem te gedenken.
Jezus gedenken houdt ook in dat wij bedenken hoe dierbaar Hij is – en hoe dierbaar wij voor Hem zijn! Dat besef werkt heiligend. Dat zal de dingen van deze wereld in vergelijking daarmee zeer armzalig doen lijken. Ik denk vaak dat Psalm 73 werkelijk beschrijft wat het gevolg is van het op de juiste wijze naderen tot de tafel des Heeren – ertoe gebracht te worden te zeggen: ‘Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde.’
Tracht te bedenken dat het niet om u gaat – het gaat om Jezus. De grootste fout die mensen maken wanneer zij naar de tafel komen, is dat zij de nadruk op zichzelf leggen. Zoals een predikant zijn gemeente voorhield: ‘Wij moeten bedenken dat wij meer komen om te geven dan om te ontvangen.’ Jezus dankte. Ook wij komen te danken. Laten wij Jezus danken voor alles wat Hij voor ons heeft gedaan; laten wij de Vader danken voor het schenken van het Lam Gods; en laten wij de Geest danken voor het aan ons toepassen van de zegen van Jezus’ dood. Als u met een dankbaar hart komt, houdt u het feest op de juiste wijze.
Maar naar Gods genadige wijze is Hem te aanbidden ook een middel waarmee Hij ons zegent. De instelling van het Avondmaal is ook bedoeld om ons de zegeningen over te brengen die Jezus door Zijn dood voor ons heeft verworven. De beker ‘is het nieuwe testament’ in het bloed van Jezus. Deze zegeningen omvatten alle beloften van God, genoegzame genade voor de pelgrimsreis en het vooruitzicht op heerlijkheid in de hemel. Het bloed dat wordt betekend in de wijn die wij drinken, is het bloed dat het testament bezegelt. De wil van Jezus is alleen van kracht omdat Hij Zijn bloed heeft vergoten en is gestorven. Nu Hij gestorven is, zijn de dingen die Hij ons heeft nagelaten onherroepelijk in ons bezit gesteld (Hebr. 9:16-17). Pas wanneer wij verstaan dat Jezus niet voor de rechtvaardigen maar voor zondaars is gestorven, en het geloof in staat wordt gesteld om zich vast te klampen aan Zijn dood voor ons, ontvangen wij de troost van alle zegeningen die ons toebehoren ‘in Christus Jezus.’
De inzetting moet worden onderhouden ‘totdat Hij komt’. Toen Jezus het Avondmaal instelde, keek Hij vooruit naar het moment waarop Hij in de hemel met Zijn discipelen de beker nieuw zou drinken (Matt. 26:29). Het is goed wanneer wij kunnen uitzien naar de hemel en de vreugden daarvan. Wanneer wij dit in geloof kunnen doen, zal het een stukje hemel op aarde zijn.
Er wordt ons geen ‘woord’ of een bijzondere ‘ervaring’ aan de tafel beloofd. Als wij in staat zijn Hem te gedenken en Hem te danken, en als er in ons een sprankje hoop ontwaakt op de zegeningen van het Nieuwe Testament, uitsluitend door de dood van Jezus, dan hebben wij de inzetting op de juiste wijze in acht genomen. Veracht de eenvoudige zegen van een dankbaar hart aan de tafel niet. De wereld is ondankbaar (Rom. 1:21; 2 Tim. 3:2). Dankzegging is een waarlijk gezegende, en vaak verachte, christelijke genade. Natuurlijk verlangen wij naar die momenten waarop de Heere ons hart zo teder verruimt bij het gedenken van Hem, dat onze beker lijkt over te lopen. Maar zo is het niet altijd. Wij moeten eraan herinnerd worden dat de zegen in de inzetting niet altijd waarneembaar is.
Ik denk vaak aan onze dagelijkse maaltijden. De eenvoudigste maaltijden, die snel worden vergeten, voeden ons evenzeer als de verfijnde gerechten die wij wellicht nooit zullen vergeten. Sterker nog, soms zijn juist de eenvoudigste maaltijden het meest voedzaam. Wij zouden misschien de aardbeving, de wind en het vuur verkiezen, maar het was het suizen van een zachte stilte, de zachte stem van onze genadige God, die Elia kracht gaf voor zijn werk en hem voorbereidde op zijn heengaan naar de heerlijkheid.
De zonde houdt ons zo vaak van het feestmaal af. Wij kunnen niet God dienen en de mammon. Wij kunnen slechts als arme, onwaardige zondaars komen. Wij zullen nooit uit onszelf waardig zijn, noch vrij van zonde. Maar ‘Deze ontvangt de zondaars, en eet met hen.’ Wij moeten komen als zondaars die hun zonden belijden. Toch komen wij ook als boetvaardige zondaars. Het is goed en gepast om onszelf te onderzoeken voordat wij aan de tafel komen en te bidden om berouw en droefheid naar God, voordat wij tot de tafel naderen. Paulus zei: ‘Zuivert dan den ouden zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus. Zo dan, laat ons feesthouden, niet in den ouden zuurdesem, noch in den zuurdesem der kwaadheid en der boosheid, maar in de ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid.’ Soms zijn er zaken die wij biddend moeten trachten recht te zetten voordat wij het feest houden. Moge de Heere u hierin van maand tot maand bijstaan.
Vergeet ten slotte niet dat u onder vrienden zit. Al uw medegelovigen zijn, net als u, ‘schuldenaren aan genade alleen’. Allen zijn nog steeds zondaars en ‘zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.’ Moge u liefde voor ons allen voelen terwijl u zich bij ons aansluit. Ik geloof dat er enkele oprechte uitingen van liefde jegens u zijn geweest, zowel tijdens de ledenvergadering toen u uw getuigenis gaf als daarna. Blijf deze liefdevolle en geestelijk verrijkende verwantschap met uw medegelovigen zoeken en opbouwen. Moge de broederlijke liefde blijven, vooral omdat deze wordt gevoed door de gezamenlijke deelname aan het Avondmaal.
Mocht het van uw kant misgaan, bedenk dan wat Jezus zei: ‘Zo gij dan uw gave zult op het altaar offeren, en aldaar gedachtig wordt dat uw broeder iets tegen u heeft, Laat daar uw gave voor het altaar, en ga heen, verzoen u eerst met uw broeder, en kom dan en offer uw gave.’ Ik geloof dat dit is wat Paulus bedoelt wanneer hij spreekt over het onderscheiden van het lichaam des Heeren (1 Kor. 11:29). Sommigen vatten dit op als het in geloof ontvangen van de zaak die wordt betekend door het brood: Jezus Die voor u is gestorven. Maar het verband betreft verdeeldheid in de kerk (het lichaam van Christus) en een gebrek aan broederlijke liefde. Als wij deelnemen zonder die liefde voor Jezus en Zijn leden, en daarmee de verdeeldheid onder ons verdoezelen, dan eten en drinken wij onwaardig. Moge de Heere u altijd in staat stellen om met de gezindheid van Christus te komen (Fil. 2:1-5), want dan zult u nooit onwaardig drinken.
Moge de Heere u rijkelijk zegenen en u met Christus vervullen. Moge Hij u in genade sterken wanneer u aan de tafel komt. Dat u zou mogen weten wat John Newton schreef:
Mogen we verenigd blijven,
Met de Heere en elkaar,
In zoete omgang en vreugde,
Die de aarde niet kan geven.
Met christelijke liefde,
Pastor.
Bron: The Gospel Standard, september 2026.
Dit artikel is geplaatst binnen de categorie Leer & Leven.
Meer reformatorische artikelen lezen? Bezoek de blogpagina of ontdek onze boekwinkel.