Een zielszucht tot God
Deze historische preek van ds. Jesaias Hillenius (1700-1759) werd gehouden bij de ingebruikname van de nieuwe kerk van Drachten op 10 november 1743. In deze inwijdingsredevoering staat centraal dat God het gebed hoort, zonden vergeeft en Zijn zegen geeft over de prediking van Zijn Woord. Hillenius laat indringend zien dat een kerkgebouw alleen dan werkelijk betekenis heeft wanneer de Heere er woont met Zijn genade en kracht. Deze preek is daarom niet alleen van grote historische waarde voor Drachten en de kerkgeschiedenis, maar spreekt ook vandaag nog over gebed, bekering, genade en het werk van Gods Geest.
Een kerkgebouw krijgt pas betekenis door Gods aanwezigheid
In deze preek benadrukt ds. Jesaias Hillenius dat een kerkgebouw op zichzelf geen geestelijke kracht heeft. Niet de schoonheid of nieuwheid van het gebouw staat centraal, maar de vraag of God er wil wonen met Zijn genade en zegen. Alleen waar Zijn Woord zuiver klinkt en Zijn Geest werkt, krijgt een bedehuis zijn ware betekenis.
Gebed, verhoring en vergeving staan centraal
Uitgaande van 1 Koningen 8:30 laat Hillenius zien hoe belangrijk het is dat God vanuit de hemel hoort naar het gebed van Zijn volk. De preek legt sterke nadruk op de noodzaak van vergeving, omdat de mens als zondaar tot God nadert en geheel afhankelijk is van Zijn ontferming. Daarom is deze preek vooral een ernstige en ootmoedige roep om genade.
Een indringende oproep aan predikant en gemeente
Tegelijk is deze kerkinwijdingspreek een appel aan iedereen die bij de gemeente hoort. De predikant wordt opgeroepen om trouw het Woord te verkondigen en te volharden in gebed, terwijl de gemeente wordt aangespoord tot aandachtig luisteren, bekering en een leven dicht bij de Heere. Daarmee heeft deze historische preek niet alleen betekenis voor 1743, maar ook voor vandaag.