Jesaias Hillenius
Jesaias Hillenius was een Schriftuurlijk-bevindelijke predikant die diende te Drogeham, Harkema-Opeinde, IJlst en Drachten. Zijn prediking en geschriften stonden geheel in het teken van de noodzakelijkheid van wedergeboorte, waarachtige bekering en het leven uit Christus alleen. Als geliefd leraar en vruchtbaar schrijver liet hij een blijvende indruk na in Friesland, terwijl zijn vriend Gerhardus Schortinghuis hem na zijn overlijden herdacht als een godvrezend dienaar van Christus, wiens geschriften nog spreken nadat hij gestorven is.
| Levensloop | |
|---|---|
| Geboren | 1700 |
| Overleden | 10-08-1759 |
| Predikantsplaatsen | |
|---|---|
| Drogeham en Harkema-Opeinde | 1725-1725 |
| IJlst | 1728-1742 |
| Drachten | 1742-1759 |
Hillenius' afkomst
De geboortedatum van Jesaias Hillenius is niet exact bekend maar naar alle waarschijnlijkheid is hij in of net voor 1700 geboren te Usquert in de provincie Groningen. Zijn moeder, Barbara Hillenius, van wie Jesaias de achternaam zou aannemen, stamde uit een predikantengeslacht. Twee predikanten met de naam Cornelius behoren tot de meest markante uit dit geslacht.
Van Jesaias is veel bekend vanuit een bewaard gebleven en onlangs opnieuw uitgegeven preek ter gedachtenis na zijn overlijden. Deze preek werd gehouden door zijn geestverwant en vriend, ds. Gerhardus Schortinghuis van Rottevalle bij Drachten. Hij was een zoon van de zo bekend geworden Wilhelmus Schortinghuis en buitengewoon klein van postuur.
Cornelius van Hille (1540-1600)
Cornelius van Hille of Hillenius werd geboren in 1540 en overleed in 1600. Hij was een van de ondertekenaren van het godsdienstverdrag met de magistraat te Ieper in Vlaanderen. Nadat hij was gedaagd voor de door Alva ingestelde Raad van Beroerten, de zogenaamde bloedraad, vluchtte hij naar Engeland. Hij werd aldaar predikant in de vluchtelingengemeente te Yarmouth. In 1577 keerde hij naar Nederland terug en diende achtereenvolgens de gemeenten te Haamstede en Burgh, Oudenaarde en Gent. Nadat hij uit Gent verdreven werd, nam hij de herdersstaf op te Rotterdam alwaar hij ook stierf. Hij is de opsteller van de Ziekentroost.
Cornelius Hillenius (1568-1632)
De tweede predikant uit het geslacht Hillenius met dezelfde naam werd geboren in Norwich (Engeland) op 30 september 1568 en overleed op 19 januari 1632 te Groningen. Zijn leven wordt getekend door de strijd tegen de Remonstranten. Hij begon zijn ambtelijke dienst te Uitgeest en Akkerwoude, diende daarna de gemeente te Hillegersberg bij Rotterdam en vertrok in 1596 naar Alkmaar. Door het remonstrantsgezinde vroedschap in die plaats wordt hij, met anderen, op 17 juli 1610 smadelijk afgezet en verdreven. Vandaar vertrok hij naar Groningen. Hier stond hij vanaf 1612 tot aan zijn overlijden in 1632. Vanuit Stad en Lande (Groningen) was hij afgevaardigde naar de beroemde Nationale Synode te Dordrecht in 1618-1619. Van hem zijn meerdere preken, waaronder de leerrede waarmee hij te Egmond afscheid preekte van zijn gemeente Alkmaar, en strijdschriften tegen de remonstranten, bewaard gebleven.
Studie en bekering
Jesaias studeerde aan de Theologische Universiteit te Groningen onder de professoren Verbruggen, Driessen en Rossal. Tijdens zijn studie werd hij krachtdadig overtuigd van zonde en schuld en tot God bekeerd. Zijn letterkennis werd een bevindelijke kennis door de zaligmakende bearbeiding van Gods Geest. Afgebracht van al zijn werken en eigen gerechtigheden werd hij uitgedreven om in de weg des geloofs al zijn zaligheid te zoeken en te vinden in Jezus Christus. Hiervan zou zijn prediking zo zeer het stempel dragen.
Predikant te Drogeham en Harkema-Opeinde
In 1722 werd hij proponent en begon de tijd van wachten op een beroep. Dit beroep kwam van de gemeente Drogeham en Harkema-Opeinde te Friesland in 1725. Nadat hij door de classis Dokkum was onderzocht en toegelaten worden hem op 2 september de handen opgelegd en doet hij intrede met een preek over Ezechiël 3:17-19. Het was zijn eerste liefde waar hij met grote ernst en getrouwheid werkte onder de arme bevolking in die streek, eigenlijk meer dan zijn lichaamskracht toeliet. Hij had een grote toeloop van hoorders die hij, zo kenmerkend van zijn preken, onderscheiden het Woord Gods voorstelde. Dodelijk gerusten, onverschilligen, meer ernstige maar onbekeerde toehoorders werden ernstig aangesproken. Maar ook Gods volk, bekommerd en verlegen, afgedwaald of bestreden, meer bevestigd of verachterd, iedereen probeerde hij te onderwijzen vanuit de prediking. Er ging een roep vanuit en een beroep uit een meer aanzienlijke gemeente kon dan ook niet uitblijven. In 1728 ontvangt hij een beroep van IJlst. Dit beroep neemt hij aan en preekt afscheid vanuit Jeremia 17:16.
Predikant te IJlst
Op 9 mei 1728 houdt Hillenius zijn intredepreek over Jeremia 1:6-7. Veertien jaar zal hij aan dit Friese volk verbonden blijven. Ook hier heeft hij zijn krachten mogen geven aan het weiden van de kudde Gods aan zijn zorgen toebetrouwd. Door zijn grote studiezin en zeer sobere levenstijl, geneigd tot een afgezonderd stil en eenzaam leven, doet hij een grote aanslag op zijn lichaam- en geesteskracht. Hij verteert zijn krachten in de dienst des Heeren. Is hij in zijn omgang bescheiden en vriendelijk, in zijn gesprekken vermaant en bestraft, onderwijst en bestuurt hij de mensen met grote ernst. Wat hij anderen voorhield mocht hij echter zelf beoefenen. Die hem van nabij meemaakten, konden getuigen van zijn verborgen leven in zijn huis en binnenkamer. Zijn huis was een kleine kerk en zijn studeerkamer een bidkamer, zo deelt ons zijn hartsvriend Schortinghuis mee. We krijgen de indruk dat zijn teruggetrokken leven ertoe leidde dat hij niet veel op bezoek ging dan alleen als dit nodig was. Schortinghuis merkt echter op dat, wat nut hij misschien had kunnen doen door meer onder de mensen te komen, dit meer dan vergoed werd door zijn nagelaten geschriften. In 1742 roept de Heere Zijn knecht naar de veendorpen Noorder- en Zuiderdrachten. Hij neemt afscheid vanuit Handelingen 20:26-27.
De dominee van Drachten
In de beide kerkjes te Drachten zal hij grote vrucht op zijn arbeid zien. Hier zal hij ook zijn levensgezellin vinden. Dit laatste is nog verborgen als hij op 15 april 1742 intrede doet en preekt over 1 Korinthe 2:2.
Ook in Drachten preekte ds. Hillenius met grote ernst de noodzaak van de wedergeboorte en waarachtige bekering tot God. Hij waarschuwde ernstig tegen de publieke vermakelijkheden die vooral op zondagmiddag na de preek gehouden werden. Het schenden van de sabbat door kaatsen, hanenbijten, werd aangewezen als strijdig met het gebod Gods. Dit alles maakte grote indruk op de hoorders en droeg vrucht. De vermakelijkheden op zondag werden afgeschaft. Grietman Van Haersma, die in 1741 nog een haan uit Heerenveen gehaald had voor het hanenbijten, onderwierp zich. De Drachtster jaarmarkten werden verschoven van de maandag naar de woensdag om de zondagsheiliging te bevorderen.
Omstreeks 1750, een tijd van veepest en grote schade voor de boeren, deden zich bijzondere bewegingen en ontroeringen voor tijdens de erediensten, enigszins vergelijkbaar met de zogenaamde “Nijkerkse beroerten”. Mannen en vrouwen barstten uit in schreien en zuchten en beklaagden met schudden en beven hun schuld. Sommigen moesten zelfs tijden de dienst uit de kerk gebracht worden om wanorde te voorkomen. Na korte tijd kwamen de gemoederen echter weer tot bedaren.
Op 10 november 1743 nam Hillenius het nieuwe kerkgebouw, de nu nog bestaande “Grote Kerk”, in gebruik met een preek over 1 Koningen 8:30. Volgens een oog- en oorgetuige duurde de dienst vijf uur! De beide oude kerkjes te Noorder- en te Zuiderdrachten werden afgebroken. Hier vindt men nu nog de Noorder- en Zuiderbegraafplaats.
Hillenius als schrijver
Dominee Hillenius bleek een bekwaam schrijver om de leer der waarheid op een eenvoudige wijze weer te geven. In 1744 verscheen Eenige keurstoffen die zeven preken bevatten uit het Oude en Nieuwe Testament, inclusief de preek gehouden bij de ingebruikname van het nieuwe kerkgebouw. In 1751 en 1752 verschijnen twee dikke delen genaamd: De mensch beschouwt in de staat der Ellende, der Genade en der Heerlijkheid, samen 1333 bladzijden. Dit is beslist geen dor dogmatisch en afstandelijk werk. Dwalingen worden weerlegd, de waarheid uit Gods Woord bevestigd en aan het hart van de lezers gelegd. Dit maakt dit werk zo aantrekkelijk boven die van anderen. Tenslotte verscheen in 1756 Schriftuurlijke voorbeelden van bekeringe, negen preken over verschillende bekeringen uit de Bijbel. Net als de keurstoffen zijn deze preken uitvoerige uitwerkingen van gehouden preken, veel te lang om zo uitgesproken te zijn, zoals hij zelf in een voorwoord aangeeft.
Schriftuurlijk-bevindelijke prediker
Zijn preken kunnen we zonder enige reserve Schriftuurlijk bevindelijk noemen. Na een uitgebreide verklaring van de woorden van de tekst volgt steeds een lange toepassing. Hierin wordt de onbekeerden, hoe verschillend zijn kunnen zijn, ernstig gewaarschuwd en uitgelokt te vlieden van de toekomende toorn. De bekommerden worden gewezen op het tekort van alles buiten “Jezus Christus en Dien gekruisigd” en aangespoord om tot Hem de toevlucht te nemen. De meer bevestigden op hun grote geluk enerzijds en vele gebreken anderzijds, vermaand, onderwezen en getroost. Kortom, hij probeert ieder te onderwijzen naar de staat en stand van zijn leven. Deze preken vonden goede ingang en worden tot op de dag van vandaag gelezen en als reprints zijn ze nog steeds verkrijgbaar.
Zijn verdere leven, ziekte en dood
Op 8 augustus 1745 treedt Jesaias in het huwelijk met de 20 jaar jongere Aafke Sijtzes Reiding. Uit dit huwelijk wordt na elf jaar een zoon geboren, Samuël Hermannus, die door vader Hillenius wordt gedoopt op 8 februari 1756.
Dan treft hem een zeer smartelijke slag: zijn ooilam wordt hem na ongeveer 3 maand door de dood ontnomen. Schortinghuis, die hem zo nabij meemaakte, merkt op dat hij en zijn vrouw deze slag met veel lijdzaamheid en onderwerping aan de wil Gods mogen dragen. Hij mocht ondervinden dat de Heere Jezus het zwaarste eind van het kruis draagt en Zijn lieve kinderen weleens de troostbeker toereikt en in benauwdheid ruimte maakt. Het kind zal als eerste een rustplaats krijgen in de “Grote Kerk”.
Bij het klimmen van de jaren nemen zijn lichaamszwakheden en kwalen toe. Zijn sobere levenswijze en het vergen van het uiterste van zijn krachten in des Heeren dienst, doet zijn lichaam geen goed. Hij vergt te veel van zichzelf. Zware pijnen lijdt hij door nierstenen. Toch blijft hij preken zo lang als hij kan. Zondag 22 juli 1759 preekt hij ’s morgens over de blindgeborene (Johannes 9:1) en ’s middags uit Zondag 32, van de dankbaarheid. Hij zou zijn als een kaars die, voor hij uitdooft, nog eenmaal een felle flikkering geeft. ’s Maandags voelt hij zich niet goed en krijgt zware koorts die steeds meer toeneemt. Hevige pijn door nierstenen kwellen hem maar hij mag lijdzaamheid en onderwerping ontvangen als vrucht van Christus arbeid.
Tevoren was hij reeds voorbereid op hetgeen komen zou vanuit Job 23:14: “Want Hij zal volbrengen dat over mij bescheiden is”. Dit had hem reeds enige tijd, onder de bewerking van Gods Geest, aangezet en gebracht tot een stille en gebogen gestalte en werkzaamheid. Vrienden die hem bezoeken deelt hij dit mee. De heftigheid van de koortsen en pijnen bedwelmen hem maar geeft gedurig nog blijk van de hoop die in hem is: “om het te wagen op die gronden die hij anderen had voorgesteld om alleen door de enige Verbondsmiddelaar Jezus en Zijn eeuwige gerechtigheid behouden en gezaligd te worden”.
De ziekte neemt de overhand en na tien dagen, op 1 augustus ’s avonds om ongeveer zeven uur, komt het einde. Hij mag sterven, zalig en in de Heere gerust, zo deelt zijn vriend Schortinghuis ons mee. “Hij verkreeg nu datgene waarnaar hij, met alle ware kinderen Gods, verlangde en jaagde: de verlossing van het lichaam der zonde en het dadelijke en volkomen bezit van de gelukzaligheid der ziel, om Zijn Verbondsgod en dierbare Zaligmaker volmaakt te kennen, ongestoord te beminnen, vlekkeloos te dienen, onafgebroken te genieten en eindeloos te verheerlijken.”
Op vrijdag 10 augustus 1759 wordt Hillenius begraven in de “Grote Kerk” waar drie jaar eerder ook zijn zoontje de laatste rustplaats vond. De zondag volgend op de begrafenis, 12 augustus, houdt ds. G. Schortinghuis een preek ter nagedachtenis aan zijn overleden vriend over 2 Koningen 2 vers 12. Hierin past hij de rouw van de profeet Elisa over het sterven en hemelvaart van Elia toe op het verlies van ds. Hillenius.
Een geestverwant als opvolger
Na de dood van Hillenius wordt Herman Breunings of Brunings zijn opvolger. Van 1761 tot zijn dood in 1777 was hij te Drachten werkzaam en wordt verondersteld een geestverwant van Hillenius is zijn geweest. Hij verbood dat over zijn persoon een uitvoerige levensbeschrijving werd gegeven. Slechts dit mocht van hem vermeld worden: “dat Christus alleen zijn hoop was op Wiens aangebrachte gerechtigheid en volbracht verzoeningswerk en oneindige vrije genade en vrijwillige liefde hij het gewaagd heeft”.
Drachten heeft de waarheid gehoord van getrouwe predikanten. Hillenius is daar echter nagenoeg vergeten, zelfs geen straatnaam herinnert meer aan hem. Alleen het plein bij de kerk is naar hem genoemd. Toch is de gedachtenis van deze rechtvaardige nog tot zegen en spreekt hij in zijn nagelaten geschriften tot ons nadat hij gestorven is.
Overzicht van zijn geschriften
- Eenige Keurstoffen uit het O. en N. Testament.
- Schriftuurlijke Voorbeelden van Bekeringe.
- De Mensch beschouwt in de staat der Ellende, der Genade en der Heerlijkheid (2 delen).
Geraadpleegde bronnen
- Elisa’s rouwbedrijf; lijkrede op Jesaias Hillenius door ds. Gerhardus Schortinghuis
- Smellingera-land; proeve van een “Geakinde”van de gemeente Smallingerland.
- Met vallen en opstaan; geschiedenis van de Hervormde Gemeente te Drachten; G. van Schaik.
- Het blijvende Woord, deel 3; GBS Leerdam.
- Zie ook: Reformatorisch Dagblad, 22 oktober 2009: 'De dominee van Drachten'.