Kort ontwerp van de leer der waarheid die naar de godzaligheid is
Het Kort Ontwerp van de Leer der Waarheid is een vragen- of catechisatieboekje (zoals die van Hellenbroek) van vier Friese predikanten. Het heeft zeker 12 herdrukken beleefd en is zelfs vertaald in het Maleis (1732) en Singalees (1744) (voor gebruik in onze koloniën, zoals Nederland- Indië en Sri Lanka).
Dit boekje genoot in de 18e eeuw grote bekendheid en volgens Van der Aa is het “in zeer vele gemeenten in gebruik geweest onder den naam van ‘Het boekje der vier predikanten” en heeft aldus op veler godsdienstig leven grooten invloed geoefend.” Er verscheen ook een verkorte versie van onder de naam “Kort Uittrekzel”, bedoeld voor de jonge kinderen dat eveneens vele malen herdrukt werd. De vragen en antwoorden zijn veel korter dan in het oorspronkelijke boekje.
De vier predikanten die bij dit vragenboekje betrokken waren, zijn:
- Martinus Duirsma (spreek uit: Duursma) 1678-1740
- Duirardus Duirsma (1680?-1735), broer van Martinus
- Augustinus Geukama (1682-1762)
- Hillebrandus Mentes (1672-1731)
Martinus diende de gemeenten van Gerkesklooster, Oostermeer en Eestrum en ten slotte in Drachten. Zijn broer Duirardus was predikant te Suawoude en Tietjerk. Geukema stond te Gerkesklooster en Oostermeer. Mentes tenslotte was herder van de gemeente te Bergum en later Visvliet.
Lees meer
In het voorwoord wordt opgemerkt: “Wat de andere boekjes aangaat, wij oordelen dat sommigen te hoog en te zwaar voor de eenvoudigen en anderen met nodige praktijk van godzaligheid niet genoegzaam doorwrocht zijn. En de meesten vooronderstellen teveel in hun toehoorders. De grond- of worteloorzaak van het bederf is naar ons oordeel niet genoeg doorzien.” Ze vervolgen: “Men heeft de mensen als reeds bekeerd of van hun jeugd geheiligd aangemerkt, omdat zij in de kerk van Christus, van christelijke ouders geboren, gedoopt en in de kerk aangekweekt of, volwassen zijnde, in de gemeenschap der kerk zeer gemakkelijk geraakt waren. Zij hebben zich dus veelal op valse gronden gebouwd, daar zij in de grond nooit hun verloren staat buiten Christus hebben gevoeld, niet inwendig geheiligd nog veranderd zijn, om uit de vereniging met Christus een heilig leven te leiden met verloochening van zichzelf en de begeerlijkheden der wereld. Hierom is het dat wij nu zovele valse gronden ontdekken moeten, opdat niemand schipbreuk zou lijden aan zijn geloof en met een ingebeelde hemel naar de hel ga. Dienvolgens is het zeer nodig op de grond van het hart te tasten en alle valse sterkten de bodem in te slaan. Volgende in dezen het spoor van zovele, eerbare en wakkere mannen die in geleerdheid en godzaligheid als sterren aan het firmament van de kerk van Christus hebben uitgeblonken en nog blinken in hun geschriften. Zoals de eerwaardige heren Teellinck, Saldenus, Lodenstein, Witsius, de beide Brakels, Koelman, Alardin, Vitringa, onze hooggeachte en beroemde meester, D’ Outrein, Hellenbroek, Eversdijk en meer anderen.” Hieruit doet blijken dat we deze predikanten kunnen plaatsen in de lijn van de nadere reformatie.
De inhoud van het boek willen we hieronder op te nemen.