Bernhardinus de Moor
In dit artikel wordt teruggeblikt op het leven en werk van de gereformeerde theoloog Bernardinus de Moor (1709-1780). Zijn liefde voor Gods Woord en zijn verbondenheid met de Voetiaanse traditie staan daarbij centraal. Vanuit De Moors voorbeeld wordt gewezen op het gevaar dat de kerk haar geestelijke erfenis en de oude waarheid vergeet. De schrijver trekt vervolgens een ernstige vergelijking met de dorre doodsbeenderen. Hij roept op om de geschriften van de oudvaders opnieuw te lezen en de jeugd te winnen voor de oude paden.
| Levensloop | |
|---|---|
| Geboren | 29-01-1709 |
| Overleden | 18-07-1780 |
| Predikantsplaatsen | |
|---|---|
| Ingen | 1732-1734 |
| Broek in Waterland | 1734-1738 |
| Oost Zaandam | 1738-1743 |
| Enkhuizen | 1743-1744 |
| Franeker (Hoogleraar) | 1744-1745 |
| Leiden (Hoogleraar) | 1745-1779 |
Terugzien op Gods trouw
Het is altoos goed zich te verdiepen in het verleden. De Heere wekt Zijn kinderen daartoe menigmaal op. Ik lees bijvoorbeeld in Deuteronomium 8: 2: 'En gij zult gedenken aan al de weg, die u de Heere uw God deze veertig jaar in de woestijn geleid heeft'. En als de gewijde koorzanger op zijn plaats is, hoort ge hem zingen: 'Ik zal gedenken, hoe vóór dezen ons de Heere heeft gunst bewezen'. En dan moet u dat hoofdstuk 8 uit Deut. nog eens aandachtig lezen. Wat een zorgende trouw kunt u daar vinden. Zijn trouw voor het tijdelijk leven, maar ook Zijn liefde voor het geestelijk welzijn.
De waarschuwing om niet te vergeten
Wat zijn we toch geneigd om te vergeten. Het elfde vers spreekt ervan: 'Wacht u, dat ge de Heere uw God niet vergeet'. Deut. 8:11a. U ziet dat gevaar zo levensgroot voor u staan. Het zijn andere tijden en andere zeden.
En het is toch zo gevaarlijk in de kerk des Heeren om te vergeten. Ik lees met u nog eenmaal in Deut. 8 en nu vers 19: 'Maar indien het geschiedt dat gij de Heere uw God ganselijk vergeet en andere goden navolgt en hen dient en u voor de zelve buigt, zo betuig ik heden tegen u, dat gij voorzeker zult vergaan'.
Bernhardinus de Moor en Maassluis
Wij willen proberen het verleden te doen herleven. Ik noem u twee namen. Eerst de naam van Bernhardinus de Moor en dan ook de naam van de plaats waar hij in 1709 geboren is, Maassluis.
Een prediker die Gods Woord liefhad
Voor mij is die plaats niet helemaal onbekend. Daar heb ik het nageslacht ontmoet van de bekende Leen Capelle. Daar hebben ze me verteld van diezelfde wonderen die de Heere eenmaal gedaan heeft bij Zijn volk op de woestijnreis. Daar is ook eenmaal grootgebracht een van onze vrienden. Zijn Godvrezende moeder was alom bekend. En het was haar een wonder dat haar zoon de leer van vrije genade mocht verkondigen. En niet zonder vrucht! Hoe lief was hem Gods Woord. Hoe beminde hij de Staten Vertaling. Hoe heeft hij gestreden voor het behoud van de Statenbijbel. Ik zie hem nog staan temidden van vele tegenstanders. Hoe ontroerend klonk toen zijn getuigenis: 'Ze hebben me eerst mijn Bijbel afgenomen en nu willen ze me ook nog van mijn psalmberijming beroven'.
En nu gaan we gedenken. Bernhardinus de Moor, een man bedeeld met wijsheid en wetenschap. En dat op zeer rijke wijze. En toch, hoe komt zijn eenvoud uit, hij beminde de psalmberijming van Datheen. Nooit en te nimmer zou hij anders laten zingen dan Datheen. Voor velen in onze dagen onbegrijpelijk, evenals men het onbegrijpelijk vindt dat men nog vasthoudt aan die vergrijsde Statenbijbel. Men heeft wat gespot met het kreupelrijm van Datheen en men spot nog altoos met die ouderwetse Bijbel. En weer denk ik ook aan hetgeen de Heere Zijn volk heeft voorgehouden als ze Hem zouden vergeten. Dan mogen zij gewis voor Zijne straffen beven.
Zoals gezegd is Bernhardinus geboren in Maassluis. Hij heeft gestudeerd in Leiden en was achtereenvolgens predikant te Ingen (1732), Broek in Waterland (1734), Oost-Zaandam (1738) en Enkhuizen (1743). Het jaar daarop werd hij hoogleraar te Franeker en weer een jaar later in Leiden, wat hij zou blijven tot zijn emeritaat in 1779. In 1780 is hij daar overleden.
Bernhardinus de Moor, een volbloed Voetiaan
Als student kwam hij in Leiden in aanraking met Johannes à Marck, een man van formaat, een echte Voetiaan, hoogleraar te Leiden waar hij doceerde in vakken als dogmatiek, exegese en kerkgeschiedenis. Geen wonder dat ook De Moor genoemd wordt een volbloed Voetiaan.
Hoe nauw de band was met à Marck, moge blijken uit zijn voornaamste werk. Joh. à Marck had hem destijds aanbevolen om zijn werk voort te zetten. En het is voorwaar een groots werk geworden. In zeven delen heeft hij alle materiaal uit de Gereformeerde dogmatiek, zoals deze door zijn voorgangers was beoefend, bijeengebracht en gerubriceerd. Men heeft dit volgens Prof. Dr. D. Nauta wel genoemd: 'Het praalgraf der Gereformeerde dogmatiek'. Alles bijeen genomen wel een reden temeer om te gedenken. Nee, niet een mens verheerlijken. Maar wel gedenken wat de Heere in deze prediker heeft verricht.
Bernhardinus wordt genoemd een onverdachte Calvinist. Toch zijn er soms verschillen op te merken. Denk maar eens aan de vraag of de mens ook voor de val in de staat der rechtheid het vlees der dieren heeft gegeten. Sommigen stellen dat dit eerst na de zondvloed is geschied en wel op grond van Gen. 9:3. Anderen zagen hierin een 'oud recht' en stellen het gebruik van dierenvlees veel vroeger. Calvijn had verklaard in zijn Commentaar op Gen. 1:30 dat voor het eten van dierenvlees voor de zondvloed wel iets te zeggen is. Het offeren van dieren en het bekleden met dierenvellen wijst daarop.
De Moor en ook à Marck stelden het nog anders en geloofden dat het vlees eten van dieren ook reeds voor de val geoorloofd was. Zij beriepen zich op Gen. 1:29: 'Zie, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze'. Men zegt dan dat in het woord spijze opgesloten ligt zowel zaadzaaiende spijze, alsook dierlijke spijze. Het behoeft althans niet uitgesloten te worden.
De geestelijke nood van onze tijd
Ik weet ook wel, dat dit alles maar bijkomstigheden zijn. Theologen zijn nu eenmaal anders dan het gewone kerkvolk. Zij bekommeren zich nu eenmaal meer over zaken van hogere waarden. De vraag: 'Hoe kom ik ooit met God verzoend'. Toch mogen we de Heere dankbaar zijn voor deze wachters op Sions muren.
Zeker, ook vandaag zijn er bekwame theologen. Men beroemt er zich in dat men in het voetspoor der ouden treedt. En nochtans wordt de verwarring al maar groter. En men vraagt zich af: Hoe komt dat toch? Men roemt in de belijdenis, men zweert bij de Kerkorde. En toch ..., en toch ...?
De dorre doodsvallei
We lezen in Gods Woord de ontroerende geschiedenis van Ezechiël de profeet. Hij wordt opgeroepen heen te gaan naar die dorre doodsvallei. Een kerkhof gelijk, of misschien nog veel erger. Daarmee wordt het huis Israëls vergeleken. Een dorre doodsvallei. Verstrooide beenderen en niet anders dan dorre doodsbeenderen. En al schikken zich straks de beenderen aaneen op Gods bevel, toch is er geen Geest in.
En dat bedoel ik nu. De beenderen zijn aaneengeschikt. Alles ligt op zijn plaats. Kerken vol mensen, zangbundels en liedboeken, avondmaalstafels vol. Alles op zijn plaats, kerkenraadtafels vol papieren, besprekingen over vele zaken. Meedoen aan allerlei liefdadigheidsdoelen en toch ... en toch, het tere leven wordt gemist.
En nu worden we opgeroepen om te herdenken. Er wordt ons gezegd dat we niet mogen vergeten. Mozes heeft zijn volk opgeroepen, we hebben het gezien bij de aanvang. En Gods volk is in die zonde gevallen, vergeten. En God heeft Zijn straf waar gemaakt: 'Gij zult voorzeker vergaan'. Het is een waarschuwing ook voor ons en onze kinderen.
Er wordt allerwegen geklaagd over dodigheid, over wereldgelijkvormigheid. Maar naar de oorzaken wordt zo weinig gezocht. We hebben God verlaten en wat wijsheid zullen we dan hebben?
Ze hebben de Statenvertaling ons volk afgenomen en de psalmen deugen niet meer. Men roemt onder een geopende hemel en het is te vrezen dat het is als bij Simson: 'Hij wist niet dat de Heere van hem geweken was'.
Terug naar de oude paden
Laten we proberen om de jeugd weer te doen gewennen aan de oude paden. De geschriften der oudvaders opnieuw te lezen. Dan zal de gang naar Gods huis niet meer moeilijk te vinden zijn.
Overzicht van zijn geschriften
- Aanmerkingen van .. op de Orde des Heils.
- Het bestendig geluk van een geestelyk Overwinnaar (afscheidsrede over Openb. 3:20).
- Gedachtenis, Zo van Zynen Dienst in verscheide Gemeintens, in Intréé- en Afscheids-Redenen: Als van des HEEREN Oordelen en Zegeningen over het Land.
- Inwydings Redevoering van .. over den onvolmaakten Gelukstaat der Strydende Kerke.
- Het Kort Begrip .. der Apostolische Leere van Petrus (2 Petrus).
- Levi’s Leer-ampt en Offer-werk (Deut. 33:10v).
- Oude en Nieuwe Dingen.
- Paulus opgetrokken in den derden hemel (Leerrede over 2 Kor. 12:2-4 en 7-9) én: Voorbericht aangaande de samenspraken der hemellingen van Jacob Groenewegen
- De Zoon der Vermaninge en Vertroostinge (Hand. 11:23, 1 Kor. 3:11-15)
Geraadpleegde bronnen
- Deze levensbeschrijving is met toestemming overgenomen uit: Het blijvende Woord, deel 1, Gereformeerde Bijbelstichting, Leerdam.
- Schatkamer van de Gereformeerde Theologie in Nederland, ds. J. van der Haar.