Franciscus Elgersma

Franciscus Elgersma was een Friese predikant uit de zeventiende eeuw, bekend om zijn bewogen levensloop, kerkelijke strijd en vele geschriften. Hij diende verschillende gemeenten in Friesland en trad krachtig op tegen dwalingen en afwijkingen van de gereformeerde leer. Zijn naam bleef vooral verbonden aan zijn strijdlustige verdediging van de waarheid en zijn omvangrijke stichtelijke werken.

Levensloop
Geboren 1627
Overleden 1712
Predikantsplaatsen
Oudkerk en Roodkerk 1649-1652
Leeuwarden 1652-1667
Oudeschoot 1667-1669
Grou 1669-1712

Afkomst en korte schets van leven

Franciscus Elgersma is een Fries van geboorte en is in Leeuwarden geboren in 1627 als zoon van Jacobus Elgersma. Zijn levensweg is niet erg gelukkig geweest. Hij klaagt in zijn "Bundelken van heylige Meditatien" dat hij in deze doldrieste wereld het lot gehad had van belaagd en gesmaad te worden. Nu mag eerlijkheidshalve niet worden ontkend dat er ook wel eens iets aangemerkt diende te worden op zijn leven, daar hij wel eens van een stevige dronk hield en eenmaal met zijn vriend Foppo Gellus dronken was aangetroffen. Wie was hij eigenlijk?

Studie en theologische vorming

We noemden 1627 als geboortejaar, anderen noemen 1625. Hij heeft gestudeerd in Franeker en vooral bij de hoogleraar Cloppenburg. Deze professor Johannes Cloppenburg was een zeer geleerd man; hij was de grootvader van Johannes à Marck. B. Glasius schrijft van hem dat hij een trouw voorstander was van de gevoelens van zijn leermeester Gomarus en dat hij niet onder de verdraagzame godgeleerden gerekend mag worden, hoewel hij niet de onverdraagbaarste was van zijn tijdgenoten. "Hij eerbiedigde anderen, wanneer zij slechts niet van het wezenlijke der hervormde kerkleer afweken, en spoorde zijn leerlingen bij herhaling tot eigen onderzoek en zelfdenken aan. 

Franciscus Elgersma
Portret van Franciscus Elgersma

Dat hij met mannen wier denkwijze zeer verschillend was, in duurzame liefde kon leven, toonde de hartelijke vriendschap, welke hij onafgebroken zowel Voetius als Coccejus toedroeg". Het zal duidelijk zijn dat er toch een zekere invloed van het onderwijs aan de hogeschool is uitgegaan. Overigens zou later Elgersma op voordracht geplaatst zijn door de curatoren van de hogeschool om prof. J. Valckenier op te volgen.

Predikant te Oudkerk en Roodkerk

Op 13 november 1649 werd hij beroepen te Oudkerk en Roodkerk, twee dorpen in de buurt van Leeuwarden. In 1652 werd hij te Leeuwarden beroepen en op de 24e mei losgemaakt van zijn gemeenten. Kennelijk waren er wat moeilijkheden omtrent deze zaak tussen de classes Dokkum en Leeuwarden, maar deze schijnen te zijn opgelost.

Toenemende spanningen in Leeuwarden

Groter waren de moeilijkheden in Leeuwarden. Dr. J.J. Kalma vertelt daarvan in zijn historie over Leeuwarden. De moeilijkheden liepen zo hoog dat hij in 1667 een beroep naar Oudeschoot aannam wegens hooggaande onaangenaamheden. Wat deze precies inhielden is niet duidelijk want de gegevens over de problemen zijn zowel door de Gedeputeerde Staten als door de synode van Leeuwarden opzettelijk vernietigd en onleesbaar gemaakt door doorhalingen. Deze hooglopende zaak heeft heel wat teweeggebracht: "De hoge heren van de synode van Leeuwarden moeten op de hand van een partij zijn geweest en niet op die van de Gedeputeerde Staten, maar juist die van Elgersma, de man die de verliezer scheen." Dat is tekenend. Immers in 1668 blijkt dat hij weer scriba van de Leeuwarder synode is en dat als preses optreedt ds. Feico Oetsonides, medestander van Elgersma en ook predikant in Leeuwarden.

Ds. Joh. van der Waeijen stond vanaf 28 april 1665 ook in de Friese hoofdstad en deze had niet veel respect voor de oudere collega's; hij was de man niet die respect had voor ouderen en werken in teamverband was zijn sterkste kant niet; in deze strijd vallen ook de woorden generatieconflict en ambtelijke jaloezie. Elgersma noemt deze collega een "waanwijs loshoofd" en ook is bekend dat Elgersma van hem zei dat hij behoorde tot degenen "die onder de schijn van braafheid schandelijk leven". De collega's Domna en Boëtius kiezen voor hun jongere collega.

Elgersma schrijft zelf dat hij met 'honorabel getuigenis' naar Oudeschoot vertrokken is.

Strijd tussen kerk en magistraat

Toch speelt nog een andere zaak een rol. Vaak blijft deze achter de schermen verborgen, maar het is veelal de hoofdzaak. We citeren: "Elgersma en Oetsonides waren typische oud-Gereformeerde predikanten, die het recht van de kerk verdedigden en dus kritisch stonden tegenover de magistraat......" In een niet doorgehaalde acte is te lezen dat Elgersma de magistraat beschuldigde van "Arminiaansche maximen", dat wil zeggen de neiging om de vrije kerk aan banden te leggen. "Zo'n beschuldiging die bovendien op waarheid berustte, loog er niet om en zette kwaad bloed. "De strijd liep hoog op. Er kwamen methodes die niet fraai waren. Ds. van der Waeijen bleef ook na het vertrek van Elgersma moeilijk en wilde partijgenoten in de kerkenraadsbanken krijgen. Elgersma en Oetsonides werden beide voor een tijd geschorst en verloren daarbij hun traktement, maar toch waren classis en synode niet tegen hen, hetwelk wel bleek uit het feit dat Van der Waeijen woedend uit de synode wegliep; de synode achtte hem onfatsoenlijk; hij had geen behoorlijk respect voor de synode. Het blijkt dat kerkelijke en burgerlijke overheden tegenover elkaar stonden en dat de kerk de aanslag op haar gepleegd niet aanvaardde ook al moest zij die verliezen. Toch zat het de tegenstander van Elgersma ook niet mee, want meer en meer keerden zijn medestanders zich tegen hem en ook genoemde twee predikanten hadden er spijt van dat ze Elgersma en zijn collega niet gesteund hadden. Wat de ligging van Leeuwarden betreft, krijgen we duidelijkheid uit de beroepen van Herman Witsius en Wilhelmus à Brakel in latere jaren. Genoemde dr. J.J. Kalma schrijft dat wat achter en onder de doorgehaalde woorden staat bij God openbaar is....

Grou, geschriften en strijd tegen dwalingen

In september 1669 is Elgersma vertrokken naar Grou. Hij bestreed de Remonstranten en noemt met name Adolf Venator en Johan van Oldenbarneveldt, alsook de Papisten, terwijl hij een apart geschrift wijdt aan de Sociniaanse ketterij; hij verdedigde ook in een geschrift de leer der Drie-eenheid. Hij bestreed de doop opvattingen van de Mennisten in een apart boek. Dit boek is met name gericht tegen hun leraar Foeke Floris. Deze leraar werd ook beschuldigd van Socinianisme. Hij scheen al zijn krachten aan te wenden om de Mennisten religie in een Sociniaanse vorm te 'versmeden' en naar de wijze der Farizeeën land en zee af te reizen om voor die dwaalleer aanhangers te werven. Zo meldt dr. S. Cuperus.

En Elgersma wilde met deze kanker, zoals hij deze leer noemde, afrekenen. Het boek wat deze Floris geschreven had werd op de index geplaatst en Floris zelf werd in het tuchthuis geplaatst. Toen hij later vrijgelaten werd, maar toch doorging met zijn dwaalleer werd hij verbannen; hij vertrok naar Oostzaan, maar daar riepen de kerkelijke autoriteiten zelfs de hulp van de stadhouder-koning tegen hem in. Geen wonder dat de classis achter hem stond in het uitgeven van dit boek. Bekend is zijn in 1669 verschenen boek (hij was toen al 47 jaar predikant en 70 jaar oud) "Een bondelke van heilige meditatien", aan welke titel nog is toegevoegd "over eenige bijzondere texten der Heilige Schriftuere, uit den geestelijken Bloemhof van Gods Woord, en vele cierlijke tuinen van oude en nieuwe spreukrijke Schrijvers in verscheidene talen, als grieksche, latijnsche, Engelsche, Hoog- en Nederduitschen met grooten vlijt opgezogt, vergadert en bearbeid....". De vijfde meditatie is de preek, te Leeuwarden gehouden op de dag voor de begrafenis van stadhouder Willem Frederik, die overleed op 31 oktober 1664. Heel bekend werd ook zijn verhandeling over Psalm 23 over de Herder Israëls, waarvan hij de stof in preken behandeld had. (Dit boek is uitgegeven bij Lambertus Dronrijp, boekverkoper in de Koningstraet te Leeuwarden.) "Zijn geschriften, die van veel studie en Schriftkennis getuigen, zijn voor velen tot rijke zegen geweest."

Verdediging van de leer van de doop tegen socinianen, papisten en mennisten door Franciscus Elgersma

Zijn overlijden

In het jaar 1712 is deze strijder op hoge leeftijd overleden en van zijn aardse post ontheven. Hij was een mens en niets menselijks was hem vreemd, maar dat wil niet zeggen dat hem daarom verweten mag worden dat hij een eerloos, of zelfs genadeloos man zou zijn geweest. Moge hij zijn ingegaan in de triomferende kerk en ook voor eeuwig ontvangen hebben in Christus wat de titel van één van zijn boeken zegt "De Zegen der verdrukking", hetwelk in 1683 te Leeuwarden verscheen. Verschillende van zijn boeken zijn uitgegeven bij Hero Nauta. Het portret dat van hem bestaat, toont hem met de ene hand op het hart en de andere op de Schrift, zoals men in die tijd wel meer de predikanten afbeeldde. Het vermeldt abusievelijk dat hij te Grave stond in plaats van de plaatsnaam Grou.

Gedenkteken Franciscus Elgersma
Gedenkteken van Franciscus Elgersma

Overzicht van zijn geschriften

  1. Een buldelken van Heylige Meditatien.
  2. Carduus Benedictus, Ofte Zeegen der Verdrukkinge.
  3. Cygnea Cantio, Ofte Swanen-Gesangh Van den stervenden Jesus (de zeven kruiswoorden)
  4. Davids Afscheyd en Uytvaart (op het sterven van de vorst Wilhelm Frederik).
  5. De Herder Israëls (Ps.23:1-4).
  6. Leerzame bedenkingen over.. Koninklijke Bruiloft (Matth.22:2 vv)
  7. Rechtzinnige Leer.. des H. Doops (o.a. tegen de Mennisten).
  8. Twee korte Meditatien over.. Ps. LXXXIV, vers XIII.
  9. De Wensch aller Heydenen (Hagg.2,8),
  10. Zedige verhandelinge van… de H. Drie-Eenigheyt.

Geraadpleegde bronnen

  1. Naamlijst der predikanten, sedert de Hervorming tot nu toe, in de Hervormde Gemeenten van Friesland, ds. T.A. Romeijn.
  2. Biografisch Woordenboek der Nederland, A.J. van der Aa, deel 5.
  3. Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW), P.C. Molhuysen en P.J. Blok, deel 8.
  4. Mensen in en om de Grote Kerk, dr. J.J. Kalma.
  5. 6. Schatkamer van de Gereformeerde Theologie in Nederland, ds. J. van der Haar.