Henricus Carolinus van Byler
Henricus Carolinus van Byler (1692-1756 )diende in verschillende gemeenten in Friesland, Groningen en Drenthe. Deze levensbeschrijving geeft een beknopt overzicht van zijn afkomst, opleiding, predikantschap, gezin en geschriften. Van Byler was een geleerd predikant met brede theologische vorming en liet meerdere publicaties na op historisch, stichtelijk en maatschappelijk terrein.
| Levensloop | |
|---|---|
| Geboren | 01-11-1692 |
| Overleden | 23-07-1756 |
| Predikantsplaatsen | |
|---|---|
| Scherpenzeel (Frl) | 1719-1722 |
| Niekerk, Oldekerk en Faan | 1722-1735 |
| Overhesselen | 1735-1739 |
| Gieten | 1739-1756 |
Geboorte en afkomst
Henricus Carolinus van Byler werd op 1 november 1692 geboren te Wolvega. Zijn vader, Johannes Carolinus van Byler, was daar predikant van 1688 tot 1705, in welk jaar hij vertrok naar Hoogezand en Kiel-Windeweer, waar hij diende tot zijn overlijden op 27 juli 1715.
Zijn moeder stamde uit een voornaam geslacht waarin aanzienlijke ambten werden bekleed, onder meer binnen de ridderorde van Malta en in het bestuur van Gelderland en Utrecht.
Opleiding en theologische vorming
Van Byler studeerde aan de theologische school te Groningen onder Otto Verbruggen, Michaël Rossal en Adam Menso Isink. Vervolgens studeerde hij verder te Leiden, waar hij onderwijs ontving van Johannes à Marck, Johannes Wesselius, Franciscus Fabritius en Jacobus Perizonius.
Op 1 april 1715 werd hij proponent. In 1719 ontving hij een beroep uit het Friese plaatsje Scherpenzeel, niet ver van Wolvega, waar zijn vader eerder predikant was geweest.
Predikant in Friesland, Groningen en Drenthe
Henricus Carolinus werd op 6 augustus 1719 bevestigd tot predikant in Scherpenzeel. Op 11 oktober 1722 deed hij intrede in de Groningse gemeente Niekerk, Oldekerk en Faan.
Op 30 mei 1735 werd Van Byler bevestigd tot predikant in de Drentse gemeente Oosterhesselen. Zijn bevestiger, de Coevordense predikant Petrus van Staveren, preekte uit Hebreeën 3:5. Van Byler hield op de volgende zondag zijn intredepreek over 2 Korinthe 5:20.
Van Byler nam in 1739 afscheid van Oosterhesselen met een preek over 1 Timótheüs 4:7b.
Van 13 mei 1739 tot zijn overlijden op 23 juli 1756 diende hij de gemeente van Gieten.
Gezin
De predikant was gehuwd met Weina Overwal, bij wie hij zeven kinderen kreeg. Slechts drie zonen overleefden hun vader. De oudste van hen werd eveneens predikant.
Publicaties
Van Byler publiceerde onder meer Een historis-verhaal van de sterfte die in vorige eeuwen onder het rundvee, in deze en andere landen geweest is, en nog duirt (1719), Heilige mengelstoffen uit de rolle van het Oude en Nieuwe Testament opgemaakt (1730) en Helsche boosheit of grouwelyke zonde van sodomie, in haar afschouwelykheit, en welverdiende straffe uit Goddelyke, en menschelyke schriften tot een spiegel voor het tegenwoordige, en toekomende geslagte opentlyk ten toon gestelt (1731).
Overzicht van zijn geschriften
- Een historis-verhaal van de sterfte die in vorige eeuwen onder het rundvee, in deze en andere landen geweest is, en nog duirt (1719)
- Heilige mengelstoffen uit de rolle van het Oude en Nieuwe Testament opgemaakt (1730)
- Helsche boosheit of grouwelyke zonde van sodomie, in haar afschouwelykheit, en welverdiende straffe uit Goddelyke, en menschelyke schriften tot een spiegel voor het tegenwoordige, en toekomende geslagte opentlyk ten toon gestelt (1731)
Geraadpleegde bronnen
- Biographisch woordenboek der Nederlanden
- Schatkamer van de Gereformeerde theologie in Nederland, Ds. J. van der Haar
- Kalender 2024, Gereformeerde Bijbelstichting, Leerdam