Regnerus Lollides
Regnerus Lollides (?-1697) was predikant te Tjerkgaast en later ruim vijftig jaar te Kimswerd. Hij schreef een voorwoord in een werk van zijn schoonzoon over het Hooglied. Hierin benadrukte hij de Goddelijke oorsprong van de Heilige Schrift en het belang van gebed bij het lezen van Gods Woord.
| Levensloop | |
|---|---|
| Geboren | Onbekend |
| Overleden | 20-12-1697 |
| Predikantsplaatsen | |
|---|---|
| Tjerkgaast | 1643-1645 |
| Kimswerd | 1645-1697 |
Predikant te Tjerkgaast en Kimswerd
Het geboortejaar van Regnerus Lollides is ons niet bekend. In oktober 1643 werd hij predikant in Tjerkgaast. In april 1645 deed hij intrede in Kimswerd. Daar stond hij ruim een halve eeuw. Lollides overleed op 20 december 1697.
Jacobus Oldenborg als schoonzoon van Lollides
Ook Lollides’ schoonzoon Jacobus Oldenborg (1653-1690) was predikant; hij diende onder andere de gemeente van Dordrecht. In 1691 verscheen van Oldenburg, als postume uitgave, een Schriftmatige verklaringe over de drie eerste capittelen van Salomons Hoogelied. Dat werk bevat een ‘Opdracht’ aan Dordtse burgemeesters alsook een ‘Aan den lezer’ van Lollides.
Lollides over Oldenborgs liefde tot de Schrift
‘Altijd, ja, van kindsbeen af,’ zo schreef Lollides in de ‘Opdracht’, ‘heeft hij [Oldenburg] zich geoefend in de Schriften, die hem konden wijs maken ter zaligheid, die dagelijks onderzoekende, gelijk hij ook zeer overvloedig daarin was; en nog wel bijzonderlijk in dit Hooglied van Sálomo, waar veeltijds zijn gedachten, zijn heilige meditatiën over zweefden, om de uitnemendheid of voortreffelijkheid deszelven, achtende die onder de Goddelijke Schriften als een zon onder de nachtlichten des hemels, als een diamant in zijn goud ...’
De Goddelijke oorsprong van het Hooglied
In ‘Aan den lezer’ ging Lollides ook in op de Goddelijke oorsprong van het Bijbelboek Hooglied. ‘Het is als een zuivere bloem, die zijn loof en heerlijkheid wel op de aarde vertoont, maar wiens wortel wast in de hemel.’ Lollides verwees naar 2 Timótheüs 3:16: ‘Al de Schrift is van God ingegeven’, waaronder ook dit Hooglied valt. ‘Gelijk edelgesteente zijn eigen heerlijkheid vertoont, waaruit men weten kan dat het een edelgesteente is, zo ook de Goddelijke majesteit van dit boek. Uit de titel en het aangezicht van dit lied wordt zijn Goddelijkheid gezien; het draagt de naam van een Hooglied, een lied der liederen, (...) dat verheffende boven alle Goddelijke lofzangen, psalmen en geestelijke liederen, die van de heilige mannen Gods, door Gods Geest gedreven, ons zijn beschreven.’
Gebed bij het lezen van Gods Woord
Lollides wees er ook op dat het lezen gepaard dient te gaan met gebed: ‘Gods Woord, en bijzonderlijk wel de verborgenheden in dit Hooglied, zijn als een schat, die in een koffer opgesloten ligt; het gebed is als een sleutel die het opent, om daartoe te komen.’
Overzicht van zijn geschriften
- Opdracht en 'Aan den lezer' op het werk van zijn schoonzoon Jacobus Oldenburg: Schriftmatige verklaringe over de drie eerste capittelen van Salomons Hoogelied.
Geraadpleegde bronnen
- Kalender 2025, Gereformeerde Bijbelstichting, Leerdam