In reformatorische kring wordt vaak benadrukt dat God niet door beelden gekend wil worden, maar door Zijn Woord, en dat beelden altijd een onvolledige en beperkte voorstelling geven. Ds. R. Hanko gaat in op de vraag of het dan toegestaan is om afbeeldingen te maken van de Heere Jezus Christus. Hij heeft toch de menselijke natuur aangenomen? Als je zo'n plaatje of beeld niet aanbidt of ervoor buigt, dan is daar toch niks mis mee? Hoe verhoudt dit zich tot het tweede gebod van Gods wet? Lees zijn Bijbels antwoord!
Iemand vraagt: "Het tweede gebod verbiedt het maken van gesneden beelden of afbeeldingen van God. Maar hoe kunnen we aantonen dat het zondig is om een afbeelding van Jezus Christus te maken – of dat nu in een schilderij, tekening, film of icoon is – zelfs als deze niet in de officiële eredienst wordt gebruikt? Sommigen stellen dat, aangezien Jezus de menselijke natuur aangenomen heeft, het toegestaan is Hem af te beelden. Anderen beweren dat, zolang men niet voor de afbeelding buigt of deze aanbidt, er geen sprake is van een overtreding van het tweede gebod. Maar is dit waar? Is het louter afbeelden van de vleesgeworden Zoon van God in de kunst op zich geen overtreding, aangezien Hij één Persoon is met twee naturen en het Goddelijk niet afgebeeld kan worden? Wat voor antwoord geven wij aan hen zeggen: ‘We aanbidden het beeld niet, dus is het geen afgoderij’? Maakt de afwezigheid van openlijke aanbidding dergelijke afbeeldingen aanvaardbaar?”
Veel christelijke boekhandels hebben video’s, kruisbeelden, afbeeldingen, beelden en andere soortgelijke voorstellingen in hun assortiment. De meeste Bijbels en boeken met Bijbelverhalen bevatten afbeeldingen van Jezus. Deze vraag is vooral relevant gezien de vele films en musicals die in de afgelopen jaren over Jezus zijn gemaakt, zoals Son of God, The Chosen, The Nativity Story en The Passion of Christ; sommige daarvan zijn geproduceerd door christelijke organisaties, andere door de ongelovige filmindustrie, puur om geld te verdienen. De oudere musical Jesus Christ Superstar en de film Life of Brian zijn schandalig godslasterlijk (ik huiver zelfs bij het schrijven van de namen van deze gruwelen).
De meerderheid van de belijdende christenen denkt niet goed na over de afbeeldingen van Jezus en veel kerken vertonen deze zogenaamde “christelijke” films aan hun leden. Christelijke gezinnen en kerken beschikken over een overvloed aan dergelijke afbeeldingen en de meeste christenen zouden, indien gevraagd, zeggen dat ze “nuttig” zijn. Het rooms-katholicisme heeft, zoals de meesten weten, geen probleem met dergelijke afbeeldingen en moedigt ze aan, in de overtuiging dat ze dienen tot de “opbouw van de gelovigen”.
Tot in de modernere tijden heeft het protestantisme elk gebruik van dergelijke afbeeldingen afgewezen. De Grote Catechismus van Westminster zegt bijvoorbeeld: “De zonden die in het tweede gebod verboden zijn, zijn: het bedenken, aanraden, gebieden, gebruiken en op enigerlei wijze goedkeuren van elke religieuze verering die niet door God Zelf is ingesteld; het dulden van een valse religie; het maken van enige afbeelding van God, van alle of van een van de drie Personen, hetzij innerlijk in onze gedachten, hetzij uiterlijk in welke vorm van beeld of gelijkenis van welk schepsel dan ook” (A. 109).
Er zijn verschillende redenen waarom afbeeldingen of andere voorstellingen van Jezus verafschuwd zouden moeten worden. Ten eerste is het argument dat ze niet worden aangebeden, misleidend. Waarom zouden mensen ze anders hebben? Degenen die ze gebruiken, buigen er misschien niet voor of aanbidden ze niet, maar als ze worden gebruikt als hulpmiddelen voor het geloof of als herinneringen aan wie en wat Jezus is, dan verschilt de verontschuldiging om ze te gebruiken niet van de rooms-katholieke verontschuldiging dat ze kunnen worden gebruikt tot de “opbouw van de gelovigen.”
Ze vervangen ook het Woord van God als de manier waarop we God en onze Zaligmaker, Jezus Christus, moeten leren kennen. Dat is een ontkenning van de genoegzaamheid van de Schrift, dat de Bijbel alles bevat wat we nodig hebben voor geloof en leven. De uitspraak van de Heidelbergse Catechismus is treffend: “Wij moeten niet wijzer zijn dan God, Dewelke Zijn Christenen niet door stomme beelden, maar door de levende verkondiging Zijns Woords wil onderwezen hebben.” (V. 98).
Ten tweede zijn deze afbeeldingen allemaal leugens. Deze schrijver heeft nog nooit een afbeelding van Jezus gezien die Hem niet met enkele of alle van de volgende kenmerken weergeeft: lang haar, blond haar, geschoren of met een getrimde baard, een aureool, Kaukasische gelaatstrekken (inclusief een lichte huid), zeer vrouwelijke kenmerken of gelaatstrekken die zijn ontleend aan de Lijkwade van Turijn (op zichzelf al een leugen). Als het een kruisigingsscène is, is er een doek over Zijn middel gewikkeld (een deel van Zijn schande en smaad was dat Hij naakt werd gekruisigd; Joh. 19:23).
We weten niet hoe Hij er precies uitzag, maar we weten wel dat Hij een Jood was, en geen West-Europeaan. Hij kon geen lang haar of een getrimde baard hebben gehad, noch geschoren zijn geweest, want dan zou Hij de wet hebben overtreden (Lev. 19:27; 1 Kor. 11:14-16). Alleen nazireeërs mochten hun haar lang laten groeien en Jezus was geen nazireeër (Lukas 7:33-34). Een melaatse die genezen was, mocht zijn baard scheren (Lev. 14:9), maar niemand anders. Er was niets, zeker geen aureool, dat Hem onderscheidde van Zijn mede-Joden. Hem afbeelden als iets anders dan een Jood is verkeerd; Hem afbeelden als een wetsovertreder is godslasterlijk; Hem afbeelden met een aureool is een ontkenning van Filippenzen 2:6-8.
Afbeeldingen van Christus zijn een weerspiegeling van het decadente moderne christendom, dat het Woord van God terzijde schuift en weigert zich erdoor te laten leiden, on-Bijbelse praktijken niet wil afzweren en gevoelens boven de waarheid verheft. Zo'n christendom laat zich gemakkelijk misleiden, getuigt niet en zal door God worden geoordeeld.
Hoe belangrijk dit ook is, het is niet het belangrijkste bezwaar tegen afbeeldingen van Jezus. Omdat Jezus God is, en aangezien afbeeldingen van God verkeerd zijn, zijn afbeeldingen van Jezus dat ook. De verontschuldiging dat Jezus in alles behalve de zonde aan ons gelijk werd gemaakt, is niet steekhoudend, aangezien Hij zelfs in ons vlees als Persoon de Zoon van God was. Geen enkel beeld kan dat weergeven. Dergelijke afbeeldingen zijn niet alleen leugens, maar godslastering.
De Bijbel zegt: "God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid” (Joh. 4:24). Hij is “Denwelken geen mens gezien heeft, noch zien kan; Welken zij eer en eeuwige kracht” (1 Tim. 6:16). Het voorschrift van Deuteronomium 4:15-19 blijft daarom voor ons van kracht: “Wacht u dan wel voor uw zielen (want gij hebt geen gelijkenis gezien ten dage als de HEERE op Horeb uit het midden des vuurs tot u sprak), Opdat gij u niet verderft en maakt u iets gesnedens, de gelijkenis van enig beeld: de gedaante van man of vrouw, De gedaante van enig beest dat op de aarde is, de gedaante van enigen gevleugelden vogel die door den hemel vliegt, De gedaante van iets dat op den aardbodem kruipt, de gedaante van enigen vis die in het water is onder de aarde; Dat gij ook uw ogen niet opheft naar den hemel, en aanziet de zon en de maan en de sterren, des hemels ganse heir; en wordt aangedreven, dat gij u voor die buigt en ze dient, dewelke de HEERE uw God aan alle volken onder den gansen hemel heeft uitgedeeld.”
Het is echter niet voldoende om in te zien dat afbeeldingen van God Zelf of van God Die Mens werd verkeerd zijn en ze afschuwelijk te vinden. We moeten ons ook ter harte nemen wat dit alles inhoudt voor de Schrift en haar genoegzaamheid. Dat is hier het belangrijkste punt.
Het grote probleem met de hedendaagse evangelische beweging is dat het Woord van God ondergeschikt wordt gemaakt om kerken te vullen, tegemoet te komen aan de emotionele behoeften van mensen, aan hun gevoelens en zelfzucht, aan vermaak en aan het verlangen om gelukkig te zijn in plaats van naar God te verlangen. Weinig mensen willen moeite doen voor het kerklidmaatschap, relaties of het leiden van een christelijk leven. De eredienst is on-Bijbels, er wordt weinig aandacht besteed aan de leer van de Bijbel over het christelijk leven, echtscheiding en gebroken gezinnen zijn meer regel dan uitzondering, materialisme en de genotzucht domineren het leven van belijdende christenen, en de kerk en de prediking worden verwaarloosd of terzijde geschoven. Voetbal en andere sporten zijn belangrijker dan het Woord van God. Op zondag is uitslapen of op vakantie gaan belangrijker dan de eredienst. Een getrouwe uitleg van het Woord van God is saai, houdt de aandacht van de jongeren (of ouderen) niet vast, raakt de gevoelens van mensen niet en is niet praktisch genoeg, wat meestal betekent dat het geen snelle oplossing biedt voor de problemen van mensen.
Het Woord van God wordt zo verwaarloosd dat veel christenen de Bijbel nog nooit van begin tot eind hebben gelezen, de boeken van de Bijbel niet kunnen vinden zonder in het register te kijken (en er dan nog moeite mee hebben), de fundamentele leerstukken van Gods Woord en van het christelijk geloof niet kennen, en geen verantwoording kunnen afleggen voor hun daden of woorden, behalve door te zeggen dat die-en-die zei dat het geoorloofd was.
Het Woord van God hoort elke dag deel uit te maken van de huisgodsdienst en ook van de persoonlijke stille tijd. Bijbels horen versleten te raken in plaats van stof te verzamelen. Gods volk hoort de hele Bijbel niet één keer, maar vele malen te hebben gelezen, zelfs de wetten en de geslachtsregisters. Zij horen elke praktische kwestie en elk onderwijs te toetsen aan het Woord van God. Anders betekenen de inspiratie en de genoegzaamheid van de Schrift niets. Anders zijn de woorden in 2 Timotheüs 3:16-17 alleen maar letters: “Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing die in de rechtvaardigheid is; Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.”
Gods Woord, en niet gesneden beelden, moet ons licht, onze hoop, onze vrede en onze vreugde zijn. Het moet onze gids en leraar zijn en niet de leugenachtige afbeeldingen en beelden. Jezus zei tegen de Joden en tegen ons: “Onderzoekt de Schriften, want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben, en die zijn het die van Mij getuigen.” (Joh. 5:39). Alleen zij kunnen ons “wijs maken tot zaligheid door het geloof” in Hem (2 Tim. 3:15).
Bron: https://cprc.co.uk/covenant-reformed-news/crnewsfebruary2026/#images, ds. R. Hanko.
Dit artikel is geplaatst binnen de categorie Leer & Leven.
Meer reformatorische artikelen lezen? Bezoek de blogpagina of ontdek onze boekwinkel.