Gerhardus Schortinghuis

Gerhardus Schortinghuis was een godzalig predikant, die de gemeenten van Rottevalle en Koudekerke heeft mogen dienen. Reeds van jongs af openbaarde zich bij hem een ernstige lust tot de kennis der goddelijke waarheden en een innige betrekking op de dienst des Heeren. In zijn leven en bediening is iets openbaar gekomen van een Schriftuurlijk-bevindelijke wandel, waarvan op deze pagina een beknopte levensschets wordt gegeven.

Levensloop
Geboren 14-10-1727
Overleden 18-11-1767
Predikantsplaatsen
Rottevalle 1750-1761
Koudekerke 1761-1767

Afkomst en weg tot het ambt

Gerhardus Schortinghuis werd geboren op 14 oktober 1724 als zoon van Wilhelmus Schortinghuis en Aletta Busz. Zijn vader, predikant te Weener (Oost-Friesland) en Midwolda (Groningen), is zeer bekend geworden door zijn boek “Het innige Christendom”.

Gerhardus had reeds jong een sterke lust en aandrang tot de kennis van de goddelijke waarheden en andere zaken die een predikant zeer nuttig zijn. Het gebed van zijn godzalige ouders, hun voorbeeld en onderwijs hebben hem daarin niet weinig gestimuleerd. De onverzettelijke genegenheid tot het ambt van herder en leraar hebben zijn ouders bewogen om hem als een Nazireeër te heiligen tot de dienst van Gods huis. Er waren echter wel bezwaren. Hij was namelijk zeer klein van statuur (dwergachtig), en zwak naar het lichaam. Door de buitengewone blijken van de goedkeuring en zegen des Heeren werden deze echter overwonnen.
1697.

Zijn bekering en studie

Gerhardus gaf reeds in zijn zeer jonge kinderjaren blijk van een nieuw leven en dit nam bij het opgroeien trapsgewijs toe. Met zijn zus Katharina vond men hem menigmaal biddend en sprekend over eenvoudige maar gewichtige waarheden. Hij ontving diepe en blijvende indrukken van God, bepalingen van zijn geweten en schatte Gods dienst en gemeenschap hoog en verlangde om van de zondeschuld en smet in Jezus vrijgemaakt te mogen worden en tot Zijn vrienden te mogen worden gerekend. In de tijd van zijn preparatoir examen werd hij verzekerd door de Heilige Geest van zijn aandeel aan Christus en mocht hij Zijn toegerekende gerechtigheid vertrouwend omhelzen.

Gerhardus studeerde Grieks en Latijn te Groningen. In 1741 werd hij bevorderd tot de Universiteit, maar eerst genoot hij nog anderhalf jaar het onderwijs van zijn vader. Hij studeerde o.a. onder de hoogleraren Antonius Driessen, Daniël Gerdes en Cornelius van Velzen. Laatstgenoemde, niet onbekend en onbemind vanwege zijn nagelaten geschriften, was zijn leids- en raadsman. Deze studie duurde zes en een half jaar. Van Velzen gaf een loffelijk getuigenis van de stichtelijke wandel van Gerhardus.

Predikant te Rottevalle

Op 16 september 1749 legde hij het preparatoir examen af in de classis Oldambt in de provincie Groningen onder de predikanten A. Doedens (Blijham), H. Molanus (Onstwedde) en H. Swyghuizen (Ter Apel). Op 13 mei 1750 werd hij beroepen te Rottevalle in de provincie Friesland. Peremptoir examen legde hij af op 1 september in de classis Leeuwarden onder de predikanten J.H. Schrader (Leeuwarden) en H.W. de la Rive (Oostermeer). Zijn proefpreek ging over Jezus’ dierbaarheid voor Zijn gelovend volk, naar aanleiding van 1 Petrus 2:7.

Op 20 september 1750 werd hij in het ambt bevestigd door B.H. Ve-nekamp, predikant te Oudega (Sm.) en H.W. de La Rive, predikant te Oostermeer. Ds. De la Rive stelde Gerhardus zijn plicht voor ogen vanuit Zacharia 3: 6 en 7 en ds. Venekamp de plicht van de gemeente ten opzichte van hun leraar vanuit Jakobus 1:21, naar de gewoonte in Friesland. Aan de oplegging der handen nam ook zijn vader deel, die kort daarna overleed. Daarop kwam zijn moeder met haar kinderen bij hem in de pastorie te Rottevalle wonen.

Op de eerstvolgende rustdag begon hij zijn dienst met een preek over Efeze 3:8. Zijn vader sprak ’s middags tot zijn bemoediging over 1 Kronieken 28:20.

Hij mocht op zijn werk de goedkeuring des Heeren bemerken en zegen op zijn bediening waarnemen. Hierdoor werd hij ook bekend buiten Rottevalle, wat resulteerde in diverse beroepen, maar hij was nog te sterk aan zijn eerste gemeente verbonden om hieraan gehoor te kunnen geven.

Gerhardus Schortinghuis was met nauwe zielsbanden verbonden aan Jesaias Hillenius, predikant te Drachten. Toen deze overleed op 1 augustus 1759 hield hij een preek ter nagedachtenis aan Hillenius op 12 augustus van dat jaar. Deze preek over 2 Koningen 2 vers 12 (“Elisa’s rouwbedrijf” ) is in druk uitgegeven en het enige geschrift dat van Gerhardus Schortinghuis bekend is. Het heeft inderdaad dezelfde Schriftuurlijk bevindelijke toonzetting als de preken van zijn vriend.

Predikant te Koudekerke

In februari 1761 kwam er een beroep vanuit Koudekerke in de provincie Zeeland. Dit beroep nam hij aan. Op 31 mei 1761 nam hij afscheid met een preek over 2 Korinthe 13:11 en 13. Op 21 juni werd hij bevestigd door ds. D. Bertling, die preekte over 1 Timotheüs 4:16. ’s Middags deed Schortinghuis intrede met een preek over Zacharia 6:16.

Met de komst van de ongetrouwd gebleven Gerhardus naar Zeeland, kwam ook zijn moeder met haar gezin naar deze provincie.

Zijn laatste levensjaren

Gerhardus was zwak van lichaam en ademde moeizaam, toch klaagde hij hierover niet, maar mocht zich in stille gelatenheid onderwerpen. Brahé getuigt ervan dat het een wonder was dat hij met zo’n zwak lichaam nog de leeftijd van 43 jaar heeft kunnen bereiken. Vooral de laatste maanden van zijn leven liep hij als het ware met de dood in de schoenen. Hij had zulke geringe gedachten van zichzelf, dat hij getuigde dat “hij maar een gebrekkig mensje was; dat men immers op zo gering een voorwerp geen acht zoude slaan en dat zijn persoon in zaken van gewicht, waar achtbaarheid nodig was, weinig konde geteld worden.” Toen het boek van zijn vader opnieuw onder scherpe kritiek werd gesteld, getuigde hij dat ”hij het best oordeelde, zich zulke smaadredenen niet aan te trekken, als welke allerbest met stilzwijgen beantwoord wierden. Zijns vaders boek was en bleef in de wereld. Het was ten dezen opzichte meer dan genoeg verdedigd. Nieuwe verweerschriften waren dus onnodig en de Voorzienigheid zoude buiten dat de nagedachtenis van zijn rechtzinnige vader wel beschermen.“

Hij was vervuld met grote liefdezorg en eerbied voor zijn moeder en zorgde voor haar als een man en voor haar kinderen als een vader.

Zolang hij kon ging hij voort met preken tot negen dagen voor zijn dood. Op de avond van zijn overlijden sprak hij nog bedaard en goedsmoeds met zijn vrienden en was hij, kort voor zijn laatste snik, zeer werkzaam in het gebed. Maar zijn stem werd steeds zwakker waarna een diep stilzwijgen volgde. Zijn moeder, die even van zijn bed was weggegaan, vond hem met gevouwen handen dood op zijn bed. Zo eindigde het leven van deze getrouwe dienstknecht op 18 november 1767 in de leeftijd van 43 jaar.

Zijn drie broers Henricus, Wilhelmus en Lukas, door hem onderwezen in talen en wetenschappen zodat zij voorbereid werden voor hun studie aan de Groninger academie, werden ook predikant te Zeeland evenals zijn zwager Engelbertus Toll.

Overzicht van zijn geschriften

  1. Elisa’s rouwbedrijf; lijkrede op Jesaias Hillenius.

Geraadpleegde bronnen

  1. Lijkrede over Joh.11:11a op Gerhardus Schortinghuis door ds. J.J. Brahé
  2. De Rottefalle troch de ieuwen hinne